Columnist Maaike Borst Foto: Marcel Jurian de Jong
Het gebeurde op de midgetgolfbaan. Zomaar, op een stralende middag die traag voortkabbelde, met een flesje water en jodenkoeken in de rugtas. „Mama”, zei mijn zoon. „Je lijkt wel een soort Karen.” Hij sprak de naam uit op zijn Engels: Kèrhen.
Van zijn grote broer ben ik wel gewend dat hij dingen zegt die ik niet begrijp, in woorden die uit een wereld komen waarin ik me zelden begeef. De jongste, net 10 geworden, kon ik over het algemeen nog wel volgen.
Maar ik wist niet wat een Karen was.
Dat lag vooral aan mij, ontdekte ik later. Mijn collega’s wisten het wel, waarschijnlijk zitten zij vaker op sociale media. Ze vonden het uitermate grappig, en ook wel een beetje gênant, dat mijn kind me zo noemde. Het is kennelijk nogal wat, zo’n Karen.
Eigenlijk waren we die middag op weg gegaan naar het skateparkje, maar in een opwelling belandden we op de midgetgolfbaan. Zoon met een vriendje en ik. We mochten ons eigen kleur balletje uitzoeken, kregen een club met een groen slaggedeelte, een scorekaart en een potlood.
Het was kalm en ouderwets entertainment, zonder stampende beats of flikkerende neonlichten op de achtergrond, dus ik vond het allang best. Maar na een hole of vier werd het ontspannen sfeertje verstoord door drie ongeduldige kinderen. Ze wilden op dezelfde baan als wij spelen en stonden zo ongeveer tegen me aan terwijl ik dat vermaledijde balletje enigszins fatsoenlijk richting het gaatje probeerde te mikken.
Ik vroeg ze eerst een keer aardig of ze op afstand wilden wachten, maar toen ze niet luisterden kwam blijkbaar die Karen in mij boven.
‘Karen is het stereotype van een bevooroordeelde, schreeuwerige, bemoeizuchtige, onuitstaanbare vrouw van middelbare leeftijd’, staat op Wikipedia. ‘Een blanke vrouw die zich disproportioneel bevoorrecht of veeleisend gedraagt.’
Okee, misschien reageerde ik iets te geïrriteerd, misschien zat er nog wat stress in mijn lijf, misschien nam ik zelfs midgetgolf te serieus, net als mezelf, misschien was één middagje in de zon gewoon nog niet genoeg.
„Ze waren toch ook irritant, die kinderen?”, vroeg ik vertwijfeld toen ik zag hoe mijn zoon en zijn vriendje stilletjes bij me wegliepen naar de volgende baan.
Zij vonden het wel meevallen. Het waren kinderen tenslotte, en dit hele miniatuur golfparkje was toch zeker aangelegd voor hun. Hoezo ging ik hier als volwassen vrouw een beetje op mijn strepen staan?
Karen.
Na het midgetgolfen gingen de jongens alsnog naar het skateparkje. Nadat ik de vrouwennaam die naar mijn hoofd was geslingerd had gegoogeld, pakte ik een boek uit mijn tas en ging verderop in het gras zitten lezen. In het zonnetje.
Ik voelde me bevoorrecht, maar deed heel hard mijn best om het niet te laten merken.