De Amerikaanse president Donald Trump spreekt met de Chinese president Xi Jinping bij zijn vertrek na een bezoek aan de Zhongnanhai-tuin in Peking op 15 mei 2026. Foto: AFP
China lijkt zich met de recente bezoeken van Trump en Poetin te ontpoppen tot een supermacht. Toch ziet Henk Schulte Nordholt vanwege allerlei binnenlandse problemen geen Chinees wereldrijk ontstaan.
De recente ontmoetingen van Donald Trump en Vladimir Poetin met Xi Jinping in Beijing bevestigen China’s toenemende wereldmacht. Net als in de Chinese keizertijd komen de buitenlandse staatshoofden op audiëntie bij de keizer; de soeverein van het land dat, zo vindt het zelf, qua macht en beschaving boven alle andere naties is verheven. En net als vroeger wordt de buitenlandse gezant in Beijing onthaald met pracht, praal en klinkende handelstransacties, mits hij zich ritueel onderwerpt door het voorhoofd in aanwezigheid van de keizer negen maal op de grond te slaan.
Trump en Poetin volgden dat eeuwenoude draaiboek nauwgezet. Fysiek bleven ze weliswaar overeind, maar hun kruiperige taal verried volledige onderwerping. „U bent een groot leider, het is een eer om uw vriend te zijn”, zei Trump in zijn openingsverklaring. Poetin, die als president voor de vijfentwintigste keer China bezocht, toonde zich niet minder vleierig. Het verschil tussen de twee was het resultaat van hun bezoeken.
De Russische en Chinese leiders tekenden maar liefst veertig akkoorden, hoewel de hoofdprijs Poetin is ontgaan. Sinds het wegvallen van de Europese markt is de export van Russisch gas naar China cruciaal. Die afhankelijkheid buit China uit door er een bodemprijs voor te betalen. De Power of Siberia 2-pijpleiding, die het Russische gas moet gaan vervoeren, is daarom nog steeds niet gerealiseerd.
Onderhandelen over Taiwan
Trump ging met nog legere handen naar huis. China laat aankopen van de drie b’s (Boeing, bonen en beef) zoals gebruikelijk nog in de lucht hangen en Beijing toonde geen belangstelling om Trump uit het Iran-moeras te trekken. Waarom zou het? Chinese schepen mogen wel door de Straat van Hormuz varen en de oorlog legt een zwaar beslag op de Amerikaanse wapen- en munitievoorraden.
De kwestie-Taiwan vormde het dieptepunt van Trumps optreden in Beijing. Hij wil met China gaan onderhandelen over de jaarlijkse Amerikaanse wapenleveranties aan het democratisch bestuurde eiland, een breuk met het Amerikaanse beleid om Beijing hierover niet te consulteren. Een gewelddadige overname van het nog nooit door de Volksrepubliek China bestuurde Taiwan komt daardoor dichterbij. In ruil voor wat? Waarschijnlijk voor een deal you have never seen before, en die ook nooit het daglicht gaat zien.
Een Chinese wereldorde lijkt door Amerika’s zelfdestructie onvermijdelijk. Toch zie ik het niet gebeuren. China verblindt de wereld met zijn gedigitaliseerde economie van zelfrijdende auto’s en humanoïde robots, maar de meeste Chinezen werken in ouderwetse sectoren als mijnbouw, textiel en de landbouw. Daar stokt de groei, de onroerendgoedsector is zelfs in elkaar gestort. De salariskloof tussen het arbeidersproletariaat en de werknemers in de nieuwe industrieën wordt daarom steeds dieper.
Demografische implosie
Ook om politieke redenen zie ik geen Chinese wereldorde. De Chinese Communistische Partij (CCP) besteedt de nationale welvaart aan sectoren die het regime in het zadel houden: de veiligheidsdiensten, de krijgsmacht en de zogenoemde ‘nieuwe productiekrachten’ (bedrijven die China’s mondiale technologische suprematie verankeren en die schatplichtig zijn aan de CCP). De ook in Nederland bekende autofabrikant BYD ontving in 2025 omgerekend bijna 2 miljard euro aan subsidie. Maar deze bedrijven kunnen de oude economie niet vervangen. China groeit te weinig om de VS voorbij te streven. De gemiddelde Amerikaan is nog steeds zes keer zo rijk als de gemiddelde Chinees. Wat de twee landen wél gemeen hebben zijn steenrijke ondernemers: China staat tweede op de mondiale lijst van miljardairs.
China’s toekomstperspectief verzwakt verder door een demografische implosie. In 2100 zal de werkzame bevolking (15–64 jaar) naar schatting nog maar half zo groot zijn als nu. Vergrijzende landen missen de energie en expansiedrift om wereldrijken te vestigen.
Tijdens zijn bezoek aan Beijing kreeg president Trump een rondleiding door de Tempel van de Hemel, een sacrale plek waar de keizers van weleer de Hemel aanriepen voor een goede oogst en voorspoed voor het volk. De rondleiding was geen toeval. Xi wilde ermee zeggen dat er ook onder zijn bewind een heilige eenheid bestaat tussen hemel, vorst en onderdaan. In feite is de afstand tussen het volk en de door factiestrijd en corruptie geplaagde CCP hemelsbreed.
‘Laat de boel naar de haaien gaan’
De combinatie van economische ongelijkheid en hoge werkloosheid vormt een ernstige bedreiging voor de legitimiteit van de CCP. Miljoenen jongeren nemen niet langer deel aan het arbeidsproces, trouwen niet meer en brengen geen kinderen voort: een massaal maatschappelijk protest dat namen draagt als tangping (‘ga languit liggen’) en bailan (‘laat de boel naar de haaien gaan’). Jongeren zien economisch geen kansen meer en voelen zich gevangen in een systeem dat de burger fijnmazig surveilleert en maatschappelijke vereniging ziet als een bedreiging voor de macht van de CCP.
In het buitenland heeft de CCP een beter imago, maar internationale enquêtes tonen aan dat economische overmacht en technologische suprematie niet leiden tot populariteit. Integendeel. In de meeste van de onderzochte landen heeft een meerderheid van de bevolking er steeds minder vertrouwen in dat Xi Jinping ‘het goede voor de wereld’ zal doen. De negatieve scores zijn het hoogst in China’s buurlanden. In Taiwan verzet 90 procent van de bevolking zich tegen de ‘hereniging met het moederland’.
De combinatie van een wankele binnenlandse maatschappelijke onderbouw en gebrek aan soft power in het buitenland sluit de duurzame vestiging van een Chinese wereldorde uit.
Henk Schulte Nordholt is sinoloog en auteur van ‘Is China nog te stoppen?’