Columnist Maaike Borst Foto: Marcel Jurian de Jong
In de armen van haar moeder snoepte het kleine meisje wat snot uit haar neus. Iedereen in het café zag het. Want al hield die moeder nog zo’n mooie afscheidsspeech, zo’n kind steelt alle blikken.
In de armen van haar moeder snoepte het kleine meisje wat snot uit haar neus. Iedereen in het café zag het. Want al hield die moeder nog zo’n mooie afscheidsspeech, zo’n kind steelt alle blikken.
Het meisje met de blonde krulletjes was te jong om zich waar dan ook voor te schamen. Ze wilde gewoon dat mama haar vasthield, verder was niets belangrijk. En dat snot zat er nu eenmaal.
Na de toespraken waren wij aan de beurt: het gelegenheidsbandje voor afscheidsfeestjes en kerstborrels. We hadden niets anders kunnen spelen dan Bruce Springsteen, want er is geen grotere fan van The Boss dan de moeder van het meisje.
Springsteen voelt voor mij als thuis, hij scoorde zijn grootste hits toen ik jong was. Hij was erbij, in die huiskamer met houten vloer, donkerrode kast en ingelijste poster van Joost Swarte. Hij nestelde zich tussen de losse elementen van de bank waarmee we hutten bouwden, aan de tafel waarop we hartenjagen speelden, in de keuken waar we afwasten bij muziek uit een cassettedeckje.
Mijn broer deed ooit Dancing in the Dark tijdens de playbackshow op school, en ik was het meisje dat hij uit het publiek trok om mee te dansen. Ik droeg een mouwloos shirt, net als het meisje in de videoclip. Een mooie show, totdat de grootste pestkoppen van school erachter kwamen dat het eigenlijk mijn nachtjapon was die ik in mijn spijkerbroek had gepropt.
Toch jammer, dat je van ongegeneerd neuspeuterende dreumes moet veranderen in een zelfbewust wezen met een kop vol schaamte.
Waar ik als meisje van droomde, overkwam mijn vertrekkende collega. Zij is ooit door de echte Bruce op het podium getrokken. Daarna heeft ze veel andere en bewonderenswaardigere dingen gepresteerd, toch gaat het nog vaak over die dans. Zoiets babbelt ook gemakkelijker dan zeggen dat je het rot vindt dat ze gaat.
Als bandje hadden we wat geoefend, maar niet zo veel als nodig was geweest. Springsteen doet wel alsof hij een gewone man is in spijkerbroek en T-shirt, hij is ingewikkelder dan hij lijkt – daar hebben ze net nog een film over gemaakt.
Terwijl we ons door die paar liedjes worstelden, wenste ik dat een neuspeuterend meisje de aandacht zou afleiden, maar na afloop was iedereen mild. „Ik vind het juist leuker als het misgaat”, zei een collega, die voor zijn eigen afscheid alvast vertelde dat hij Depeche Mode-liefhebber is.
Dat hielp. Het gevoel alsof ik in mijn nachtjapon voor de halve redactie had gestaan ebde weg. Wat bleef was dat weemoedige gevoel bij afscheid.
„We zien elkaar wel weer”, dempten we het definitieve ervan. Bij de kerstborrel, in ieder geval.