Columnist Maaike Borst Foto: Marcel Jurian de Jong
De brug is al zo lang kapot dat mijn jongste zoon zich nauwelijks meer kan herinneren dat je er ooit gewoon rechtdoor en zonder klimmen overheen kon fietsen. Al jaren slalomt hij over de hoge noodbrug, mopperend op de scherpe bochten die zijn potentieel spectaculaire afdaling afremmen.
De Tsjechische schipper die de brug kapot voer, deed dat op een voor mij wonderlijk moment. Alsof het zo moest zijn. In de maanden voor het ongeluk werkte ik aan een groot verhaal over de vaarroute waarop eerder al opmerkelijk veel bruggen waren aangevaren.
Ik begreep het niet. Hoe kun je als schipper zoiets overzichtelijks als een brug niet aan zien komen?
Dus voer ik mee, leerde over groter groeiende schepen, smalle kanalen, lage en onverwachte bruggen en de geschiedenis van de binnenvaart. Ik schreef het op en een paar weken later sneuvelde opnieuw een brug op de route.
Dit keer was het die van ons. Een brug gebouwd in 1936 en later vernoemd naar de Groningse schrijver Gerrit Krol van wie ik tot mijn schande nog nooit iets gelezen heb.
Overdag passeer ik hem meestal zonder aandacht – het hoofd bij boodschappenlijstjes, onaffe verhalen, gezinsperikelen. ‘s Nachts, als ik in het donker de stad verlaat, het kanaal oversteek en de diepte onder het donkere oppervlakte voelbaar is, sta ik er graag even stil. Als ik mazzel heb, en een binnenvaartschip voorbijkomt, tuur ik een poosje naar de fascinerende combinatie van lompheid en vernuft die bijna geruisloos onder me doorglijdt.
De ochtend na het ongeluk nam ik poolshoogte. Het kwam niet meer goed met de brug, dat zag je zo. Het beweegbare deel stond kromgebogen, alsof het niet gemaakt was van staal en asfalt, maar van plastic. Je kon er uren naar blijven kijken. De oude brug was totaal uit zijn voegen. De Bodensee, het moderne schip dat hem vernielde, lag er schijnbaar ongeschonden naast.
Het is bijna vijf jaar geleden. En nu de bouw van de nieuwe brug dan eindelijk aanstaande is, haalde hij vorige week zowaar de Tweede Kamer. Tijdens de nieuwbouw zouden zestienduizend fietsers drie jaar lang om moeten fietsen en dat vonden de volksvertegenwoordigers zelfs voor Groningers wat al te gortig. Ze grepen in.
Het was troostend dat de Kamer zich met onze brug bemoeide. Niet alleen omdat we verbonden blijven met de overkant, maar vooral omdat het geruststellend is dat de Haagse politiek hier in deze tijd nog gewoon aandacht voor heeft.
Klein en toch belangrijk, zoals de meeste dingen in het leven.
In de motie die werd aangenomen constateerde de Kamer overigens dat er sinds het jaar 2000 in Groningen al 36 bruggen zijn aangevaren. De Tsjechische kapitein van de Bodensee verklaarde voor de rechter: „Alleen God is perfect, wij mensen niet.”