Columnist Maaike Borst Foto: Marcel Jurian de Jong
De taxichauffeur rijdt in de verkeerde stad. Zijn hart ligt in Rotterdam. Toch loodst hij ons echt over de A10 en luistert stilletjes als we enthousiast vertellen dat we bij een wedstrijd van Ajax in de Amsterdam Arena zijn geweest.
In Groningen moet je daarmee oppassen, weten we, maar hier in Mokum verwachten we medestanders.
De taxichauffeur draagt zijn haar in zwarte vlechtjes en spreekt zacht. Nadat hij eerst checkte of er niemand misselijk was – het was zaterdagnacht en we kwamen uit een café – vertrok hij gerustgesteld richting ons logeeradres.
Hij hoort het gewauwel over Ajax een tijdje aan, glimlacht alsof ie iets weet wat wij niet weten en begint dan over zijn eigen club. Feyenoord. „Ik zat bij de selectie van het eerste.”
Hij geniet van de stilte die valt. Wij zijn onder de indruk. Ons beeld van hem is in één klap 180 graden gedraaid. Van taxichauffeur naar profvoetballer.
Onwillekeurig leunen we naar voren. Hij vertelt. „Ik raakte geblesseerd bij Jong Feyenoord. Aan mijn knie. Ik heb nooit een echte wedstrijd voor het eerste gespeeld.”
We hebben de rit besteld via de Uber-app. Hij heet Rodny, zagen we toen al, en was niet duur. Hij rijdt in een zilverglanzend busje met genoeg ruimte voor vriendengroepen en families. Wij zijn met vijf en van drie generaties. Behalve de overwinning van Ajax vierden we vandaag ook de vijftigste verjaardag van mijn broer.
Mijn zoon duikt meteen in zijn mobiel om Rodny op te zoeken. De taxichauffeur laat een selectiefoto van Feyenoord 1 op zijn mobiel zien, met zichzelf in roodzwart-tenue. Later voetbalde hij nog bij Telstar, en in Roemenië.
Achterin zijn taxi hebben we de cadeaus geladen van mijn broer, die nog even blijft hangen en daarna op de fiets naar huis gaat. In de tassen zitten twee stokbroodbakblikken, spelletjes en boeken. Zijn beste vrienden gaven hem een trip naar deeltjesversneller CERN in Zwitserland.
Als mijn broer zijn leven over zou kunnen doen, was hij natuurkundige geworden.
Rechtsback Rodny was heel dichtbij zijn droom. Een carrière als profvoetballer. Maar hij kreeg een trap tegen zijn knie. Nu is hij taxichauffeur.
Zijn broertje Sidny redde het wel. Hij zit bij Benfica. „Ik ga ernaartoe als ze spelen tegen Real Madrid”, vertelt de trotse grote broer. „In de Champions League.”
In de taxi praten we verder over de blessure van Ajax-back Zinchenko die na anderhalve minuut op een brancard het veld afging en over het erbarmelijke niveau van Ajax en Feyenoord dit seizoen. Rodny brengt ons naar Amsterdam-Noord en mijn moeder geeft hem fooi, cash. Ze weet niet dat we dat ook al via de app hadden gedaan.
De ex-profvoetballer helpt met het uitladen van de stokbroodbakblikken. Als hij vertrekt voor zijn volgende Uberrit is het half twee ‘s nachts, en vissen wij de huissleutel onder de voordeurdrempel vandaan.