Vanaf het begin waren mijn vrienden – in schrille tegenstelling tot mijn vriendinnetjes – altijd beduidend ouder dan ik. Dat heeft tot gevolg dat ik veel mensen persoonlijk gekend heb die voor de meeste lezers in het beste geval slechts namen uit het verleden zijn, zoals Willem Wilmink, Drs. P, Henk Hofland of de gebroeders Van het Reve (ik noem maar wat).
Dat zou niet erg geweest zijn, indien ik zoals het een dichter betaamt vroeg dood was gegaan, maar dat is niet gebeurd (hoewel ik eerlijk mijn best gedaan heb). Ooit besloot ik een sonnet met de regels: ‘Ik heb de kans om jong te sterven laten schieten, / en moet nu maar het beste maken van de rest.’
Daardoor maak ik mee dat mij de ene na de andere vriend in de loop der jaren ontvalt, en het geleidelijk steeds stiller om mij heen wordt.
Ik werd hier weer nadrukkelijk mee geconfronteerd door het heengaan deze week van Roel Vos, die ik vanaf mijn vroegste jeugd meegemaakt heb. Hij was meer dan twaalf jaar mijn senior, en had in het stadje waar ik opgroeide les van mijn vader, die zijn karige domineeswedde aanvulde door een docentschap aan de Normaalschool (wat nu geloof ik pabo heet).
Lastig knaapje
Uit dien hoofde heeft Roel af en toe gepast op het lastige knaapje dat ik geweest moet zijn. Niet dat het geholpen heeft, maar zoiets schept een band. Ons contact was nooit zeer innig, maar wel hartelijk, en zoals gezegd langdurig.
Alle in memoriam-artikelen vermeldden zijn functie van plaatsvervangend Commissaris der Koningin in de jaren 80 als rechterhand van Henk Vonhoff. Toen die in 1996 afscheid nam, hadden Driek van Wissen en ik een toneelstuk in Vondeliaanse alexandrijnen geschreven, ‘t Waeghstuck, dat in de Stadsschouwburg werd opgevoerd.
Roel Vos stal de show
Alle rollen daarin werden gespeeld door landelijk en provinciaal bekende politici, en Roel stal de show als de schimmige overloper Roelvos de Spie. Hij kwam tot hilariteit van het publiek barrevoets en gehuld in een voor zijn lengte te korte monnikspij op met de woorden:
‘Men noemt mij Roelvos, heer; ik kom van gene zijde,
En enkel met het doel den vijand te misleiden
Heb ik mijzelf verhuld in deze travestie.
Ik werk bij het toneel, en speel altijd voor spie.’
Voor zover ik weet, heeft hij van zijn onmiskenbare dramatische talent in zijn verdere carrière geen gebruik gemaakt, ofschoon hij er wel de stem voor had. Hij sprak onberispelijk Nederlands, met het licht bekakte accent dat aanstaande onderwijzers weleer werd aangeleerd.
Niet van de VVD
Dat laatste zorgde soms voor verwarring. In de tijd dat hij politiek actief was, kwamen de gezagsdragers dikwijls bijeen in café Wolthoorn & Co, teneinde onder het genot van de nodige versnaperingen beleidsplannen uit te stippelen. De aldaar het langst werkzame barman, Max, bekende eens dat het hem jaren gekost had vóór hij doorhad dat Roel Vos niet van de VVD was.
Lang geleden leidde hij mij samen met een bevriende geestelijke rond in ‘zijn’ Blauwe Stad. Na afloop deden wij uit nostalgie het genoemde stadje van onze jongelingschap aan. Bij onze nadering begon het daar, alsof we verwacht werden, zachtjes te regenen.