Anke Bijlsma, thuis, op boerderij Grut Winia: 'Trek de gordijnen open. Je moet áltijd onderdeel blijven.' Foto: Marcel van Kammen
De zeeën gingen hoog voor theatermaker Anke Bijlsma (55), de voorbije jaren. Ze verloor haar man en werd zelf ziek. Nu is ze beter. En oma. En staat ze als programmaleider aan de vooravond van Koningsdag in Dokkum. „Trek de gordijnen open.”
Anke Bijlsma en haar zoon Hylke hadden de hele dag beulswerk verricht op het eigen erf, rond boerderij Grut Winia, even buiten Nes. Anke was niet zo van het verfijnd tuinieren, maar hier kon ze intens van genieten. Zagen, kloven, zweten. Het ruige, harde werk in de buitenlucht. Rode wangen, schors in het verwaaide haar.
Het was maart 2023. Haar man, schilder, muzikant en schrijver Gerrit Breteler, was al flink ziek, hartfalen, maar hij wás er nog. Anke had in de keuken een bed voor hem laten neerzetten, waarin hij kon rusten.
Aan het eind van de dag, toen alle hout vergaard en naar binnen gekruid was, en Anke tevreden die uitgestrekte wand van strak opgestapelde stammetjes in de schuur aanschouwde, kreeg ze een idee. Ze nam een van die stukken kloofhout uit de stapel en liep ermee naar Gerrit.
„Ik zei tegen hem: wil jij hier een boodschap op schrijven? Dan leg ik het stuk daarna terug, zonder de tekst te lezen, tussen al het andere hout. En dan komt er een dag dat we het terugvinden en jouw woorden zullen lezen.”
Het juiste hout
Gerrit Breteler overleed een paar maanden na het beschrijven van dat stammetje, op 18 mei. En ruim anderhalf jaar daarna stonden Anke, dochter Anne-Goaitske en Hylke opnieuw in die schuur, voor die vele honderden stukken stookgeboomte.
„Weet je nog hoe dat ene stuk hout er precies uitzag?”, vroeg Hylke.
Dat wist Anke niet. Ja, het had zo’n driehoekig uiteinde, de vorm die een stam krijgt als je het met een bijl in moten hebt gehakt. Ze wees er willekeurig eentje aan.
„Een beetje zoals deze.”
Hylke trok de stam uit de stapel. Het bleek, van alle houtblokken, precíes de juiste. De beschrevene. Het hout met de boodschap.
Tussen de nerven lazen Anke, Anne-Goaitske en Hylke wat hun man en vader had genoteerd.
Tegen de tijd dat ze zijn woorden zouden lezen, schreef Gerrit, zou Anne-Goaitske vast moeder zijn. Dat klopte: in juli 2024 werd de kleine Gerrit-Durk geboren. En Hylke, zo resoneerde zijn vaders stem in het hout, die was nu vast een goede dokter. Bíjna juist: hij loopt coschappen en is over een jaar de bekwame arts die zijn vader al in hem zag.
En Anke? Welke droom had Gerrit voor háár aan het hout toevertrouwd?
„Er stond dat ik de leiding zou krijgen over een hele grote gebeurtenis.”
Ze zwijgt even. Omdat het nog steeds zo bizar is. Anke Bijlsma is best een nuchter mens, maar kan het zijn dat Gerrit toen, op zijn ziekbed, al dingen voorzag die nog helemaal niet voorzien konden worden? Dat Anke programmaleider voor Koningsdag in Dokkum zou worden? Het grote, landelijke podium voor haar culturele organisatietalent?
Ze tilt vragend haar handen op. „Shoot me. Zeg het maar.”
Tropenweken
Het is de donderdag voor Pasen, nog ruim drie weken voor Koningsdag, maar in het hart van Dokkum kondigt de komst van de koninklijke familie zich al aan. Werklui hangen vrolijke banieren boven de straten, her en der kleuren etalages en vensterbanken al oranje.
In het café van hotel Abdij aan de Markt heeft Anke haar werkplek gevonden. Hier zit ze geregeld, tussen alle overleggen op het gemeentehuis door. Straks heeft ze daar ook weer een vergadering. Het zijn tropenweken, maar het programma staat als een huis. Nu komt het aan op de details, vertelt ze.
Koningsdag-programmaleider Anke Bijlsma: 'Wij vinden dat we ons aan de wereld mogen laten zien. Zet de deuren maar open.' Foto: Marcel van Kammen
Kort voor de zomer van vorig jaar vroegen burgemeester Johannes Kramer en commissaris van de Koning Arno Brok haar een beetje mysterieus of ze grote plannen had voor ná het zomerseizoen. Dat de admiraliteitsstad gastheer voor Koningsdag zou mogen worden was nog strikt geheim. Pssst. Of Anke het culturele programma tijdens de festiviteiten rond- en op die dag zou willen vormgeven, inclusief de voorstellingen, concerten en activiteiten langs de route van de Oranjes?
Doetinchem
Dat Kramer en Brok uitgerekend bij haar uitkwamen is niet zo verwonderlijk. Anke Bijlsma (55) is diep geworteld in de cultuursector in de Friese noordoosthoek. Ze is theatermaker, runt Theaterkerk Nes en heeft haar eigen bedrijf: Grut Winia Cultuurproducties, vernoemd naar de boerderij uit 1768 die ze ooit samen met haar man Gerrit kocht.
Ze moest over het eervolle verzoek nadenken. „Want het houdt nogal wat in. Je bent er bijna een jaar mee bezig en ik heb ook andere projecten.” Anke besloot af te spreken met Esther Russchen, die programmaleider was geweest bij Koningsdag in Doetinchem, eerder dat jaar. Ze hadden elkaar toevallig leren kennen op een feest bij de Admiraliteitsdagen.
„Ik heb een middag met Esther in Doetinchem op het terras gezeten en we hebben de route gelopen.” Het enthousiasme van Russchen was aanstekelijk. Het begon te kriebelen. „Na een week was ik eruit: het moest maar doorgaan.”
Die zomer ging Anke niet met vakantie. In plaats daarvan keek ze een stuk of tien NOS-registraties van eerdere Koningsdagen terug, haar aantekeningenboekje op schoot. Om de vaste elementen te herkennen en alvast na te denken waarin Dokkum zich van die andere gaststeden zou kunnen onderscheiden.
Bekroning
„Wij zijn met afstand de kleinste stad sinds Koningsdag-nieuwe-stijl. Dokkum heeft nog geen 15.000 inwoners. Er zijn geen brede wegen, geen heel grote pleinen. En je hebt met scherpe kaders te maken: je moet vasthouden aan een route van 850 meter en ongeveer twee uur uitzendtijd op televisie.”
Ze markeerde dertig eigenschappen die de regio, haar bewoners en geschiedenis kenmerken, tilde die in een Excelbestand en schreef daar „het verhaal van Dokkum” omheen, op één A4’tje. Dat vel papier vormde het eerste uitgangspunt voor het programma dat er nu staat.
Streek en stad hebben veel om trots op te zijn, vindt Bijlsma. „Koningsdag is een bekroning op alles wat er gedaan is om Dokkum en deze hele regio er zo mooi uit te laten zien. Een beloning. En een geweldige etalage. Wij vinden dat we ons aan de wereld mogen laten zien. Zet de deuren maar open.”
Terug naar zee
Het scheelt dat Anke zelf met heel haar hart van diezelfde zilte noordoostelijke kleigrond houdt waarop ze op 8 maart 1971 werd geboren. Haar wieg stond in Brantgum, op 5 kilometer van de Waddendijk, als tweede van vier kinderen. Vader Sytze en moeder Janke zaten beide in het onderwijs en toen Sytze Bijlsma hoofd van de school in Driezum kon worden, verkaste het huishouden daarnaartoe.
Anke was toen 4 jaar, maar de tijd in Brantgum bleek precies lang genoeg om een band voor het leven met de zee op te bouwen. „Ik heb altijd gedacht: ik ga terug naar de zee. We wandelden destijds vaak bij Wierum. Blijkbaar is er in die vier jaar iets op mijn harde schijf gezet.”
Thuis kreeg Anke cultuur met de paplepel toegediend. Haar vader was naast hoofdonderwijzer ook acteur – nog altijd speelt hij in openluchtspellen (in 2020 won hij zelfs een Gouden Gurbe, een soort Friese Oscar voor openluchtspellen, voor de beste bijrol) en daarnaast regisseert hij de toneelclub van Wierum.
Amalia
„Mijn ouders zijn echte lezers. Hun liefde voor taal heb ik ook meegekregen. Mem vertelde altijd verhaaltjes. En er waren thuis altijd boeken voorhanden.” Anke genoot. Ze was van de vier kinderen het fanatiekste lezertje. Ze wist: tussen al die kaften gaan werelden schuil die ik nog niet ken. „Het was een soort betovering.”
Haar eerste kennismaking met theater was in Damwâld, waar vader Sytze in het sinterklaassprookje speelde. Net als bij boeken werd Anke gegrepen door de scheppingskracht van het podium, maar dat was niet de enige liefde die ze aan de voorstellingen in doarpshuis De Mountetille overhield.
Toen ze als 17-jarige zelf betrokken raakte bij het decembersprookje leerde ze Gerrit Breteler kennen, die daar verantwoordelijk was voor de muziek. Waar Anke eerst in de decorploeg werkte, ging ze het jaar erop ook voor het eerst de planken op. „We speelden een stuk van Gerrit. Ach, Amalia, heette het. ‘Ach, mijn bloem, mijn dahlia / ach, mijn liefste, mijn Amalia’.”
Verhip, ‘Amalia’. Anke schrikt, schiet in de lach. Weer zo’n curieuze speling van de tijd, die de liefde tussen Gerrit en Anke met haar actuele bemoeienissen met het koningshuis verbindt. „Ik bedenk het me nu ineens.”
Anke Bijlsma: 'Ik vind het mooi om te realiseren dat er iets groters is dan onszelf.' Foto: Marcel van Kammen
In verbinding
Meer dan dertig jaar waren Anke Bijlsma en Gerrit Breteler samen. Een bijzondere tijd. „Hij was nooit saai. Wat me zo in Gerrit aansprak: hij had het vermogen om fascinerende nieuwe werelden te scheppen. Met taal. Met beeld. En met muziek.” Onder de gebinten van Grut Winia floreerde de fantasie. „Zijn schilderingen zitten er nog in. Die boerderij is ons decor. Ons leven.”
Waar hij uit een gereformeerd gezin stamde, groeide zij niet kerkelijk op. En al had Gerrit nog voor ze hem leerde kennen afstand genomen van de kerk, „van het instituut, niet van het geloof zelf”, er was wel degelijk plek voor religie op de boerderij. „Maar dat is nadat Gerrit overleed wel belangrijker voor me geworden.”
Soms bidt Anke, op haar manier, gewoon met de ogen open, tijdens een wandeling op de Waddendijk. „Ik vind het mooi om me te realiseren dat er iets groters is dan onszelf. Dat we hier niet alleen zijn voor ons eigen gewin en welzijn, maar in verbinding staan met andere mensen en met de natuur. En dat daar dan van boven een beetje op wordt toegezien. Dat vind ik een mooie gedachte. Ik put er troost uit. En of het dan allemaal écht waar is of niet, dat maakt me dan eigenlijk niet uit.”
Speelgoedpaardje
Slechts enkele maanden na het overlijden van haar man wachtte Anke een nieuwe klap. Artsen stelden vast dat ze kanker had, de situatie was ernstig. Opnieuw waarde het onheil rond op de boerderij die nota bene in zijn gevelsteen beloofde dat God ‘den eigenaar zegen’ zou brengen.
Toch was Anke Bijlsma niet boos, op welke hogere macht dan ook. „Geen tel. Ik dacht: ik ben sterk. Als het dan toch iemand moet overkomen, laat mij het dan maar zijn.” Wel vond ze het ingewikkeld voor Anne-Goaitske en Hylke. „Zij hadden net hun vader verloren. Tegelijkertijd had ik toen ook gezien hoe sterk ze daarmee omgingen. Ik heb tegen mezelf gezegd: zij zijn onverwoestbaar, ze redden zich wel.”
Kort voor haar eerste chemo kreeg Anke een bericht dat veel kracht gaf. Ze zou oma worden, Anne-Goaitske bleek in verwachting. „Zij heeft mij toen een klein speelgoedpaardje gegeven. Een klein wit gelukspaardje. Dat heb ik bij elke chemokuur, als ik uren aan het infuus lag, heel stevig in mijn hand gehouden. Bij elke behandeling, bij de operatie in het Antoni van Leeuwenhoek, was het bij me. Nu staat het op de schoorsteenmantel. Vlakbij het hout dat Gerrit beschreven had. Ik kijk er elke dag naar.”
Alles geven
Anke besloot het behandeltraject op eigen wijze aan te gaan. In plaats van gas terug te nemen, ging ze juist meer bewegen, voor zover haar lichaam dat toestond. „Zelfs in mijn diepste ellende, op de momenten dat ik niet eens in één adem mijn schoenen aan kon krijgen en dat ik onderweg naar de deur een tussen stop op de rand van het bad moest maken, heb ik gedacht: ik moet eruit. Van die bank af. Lopen. Lopen-lopen-lopen.”
„Het buiten zijn, denk ik nu, is mijn therapie geweest. In de frisse lucht stroomt het bloed. Daar sta ik in verbinding met het grotere geheel. Als je een heel klein wereldje voor jezelf overlaat, dan worden je problemen heel groot. Trek de gordijnen open. Word weer onderdeel. Je moet áltijd onderdeel blijven.”
Er borrelen altijd nieuwe plannen in het hoofd van Anke Bijlsma. Foto: Marcel van Kammen
In mei 2024 kreeg Anke haar laatste behandeling. Een maand later schreef ze zich op uitnodiging van de plaatselijke Rotary in voor een roeiwedstrijd in Maasbommel. De hele zomer trainde ze daarvoor, in de hitte, met een KNRM-muts op om haar kale hoofd te verbergen, en in september was het zover. Bijna maniakaal, met een bevrijdende oerkracht geselde ze de spanen. „Man, ik heb mijn handen helemaal kapot geroeid. Het was zó geweldig om weer helemaal naar de kloten te gaan. Dat het niet meer over behandelingen ging. Dat ik alles kon geven.”
Tandje erbij
Lichamelijk is ze nu beter, al zal ze altijd tabletten moeten blijven slikken. „Maar mijn geest is nog aan het herstellen. Het vertrouwen heeft een optater gekregen, merk ik. Er is veel gebeurd. Maar ik sta nog altijd blijmoedig in het leven. Ik heb ook echt zin in de toekomst.”
Dat vertaalt zich, op z’n Anke Bijlsma’s, in een ongebreideld enthousiasme. „Ik ben niet het type dat dan weer een beetje voorzichtig begint. Nee: tandje erbij. Vol erin!”
In ieder geval tot het eind van deze maand staat Ankes gashendel vol open. Maar als de oranje confetti van Koningsdag is neergedaald, zo heeft ze zich voorgenomen, doet ze het even wat kalmer aan. „Maar als ik dat zeg, lachen mensen om mij heen mij uit: ze geloven er niets van dat ik dat kan.”
Eerlijk is eerlijk: er borrelen nu eenmaal altijd plannen in haar hoofd. Zo is ze druk bezig het Zwanenmeer bij het Lauwersmeer te realiseren en riep ze met anderen onlangs een stichting in het leven, Waddenfest, gericht op het organiseren van een groot driejaarlijks evenement aan de Waddenkust, zowel in Friesland als Groningen.
‘Bach... Bach...’
Elke week past Anke op kleinzoon Gerrit-Durk en ook rond Grut Winia, „mijn paradijs”, is altijd werk te doen. De tuin (en dan bij voorkeur niet het gedoe met keurige bloemperkjes, maar het ruwere werk) en de beesten. Anke heeft drie pauwen (eentje heet Jeroen, naar de talkshowhost), negen parelhoenders, twee katten en de kippen die ze van schrijver Geert Mak kreeg toen die uit Jorwert vertrok.
Dan zijn er nog twee honden. Border collies. Zij en Hylke hebben ze helemaal onder appel. De ene, Beike, woont al langer op Grut Winia. „Maar toen ik wist dat ik weer kon dóórleven heb ik er een pup bij genomen.” Ze doopte het jonge beestje Nobach, naar een personage uit openluchtspel De Oerbliuwers, dat Gerrit Breteler eens schreef.
„Het mooiste is: onze kleine Gerrit-Durk begint nu een beetje te praten en hij is gek met de honden. Soms loopt hij achter de jongste aan dan hoor je hem roepen: ‘Bach... Bach...’ Zijn opa Gerrit was altijd een groot liefhebber van de muziek van Bach. Die had dit beslist geweldig gevonden.”
IN HET KORT
Anke Bijlsma werd geboren op 8 maart 1971 in Brantgum. Ze volgde de pabo aan NHL-Bouhof in Leeuwarden. Bijlsma werkt onder meer als theatermaker en cultureel ondernemer (Grut Winia Cultuurproducties) en is directeur Theaterkerk Nes. Ze woont in Nes (Noardeast-Fryslân). Ze trouwde met schilder, muzikant en schrijver Gerrit Breteler, met wie ze twee kinderen kreeg: Anne-Goaitske en Hylke. Gerrit overleed op 18 mei 2023.