Op woensdag voer de kapitein van een Maltees containerschip door de Straat van Hormuz. Hij had geen luchtafweergeschut op zijn dek opgesteld, geen pantsers aan zijn romp gemonteerd, geen smeergeld betaald om toch, als enige, die zeestraat te mogen passeren. Hij ging gewoon en natuurlijk werd hij geraakt.
Wat ging er door het hoofd van de kapitein om zo’n roekeloze actie toch te proberen? Was het durfalgedrag, doodsverachting? Was hij onder onmenselijke druk gezet door zijn rederij? Ik denk het niet. Ik denk dat deze kapitein naar zijn containers keek en besloot dat die gewoon afgeleverd moesten worden. Vasthouden aan zijn routine. Zoals het ging moet het altijd gaan.
Toen ik klein was, heb ik mij weleens afgevraagd waarom het gras op oude beelden van de Tweede Wereldoorlog niet huizenhoog stond? Want het kon toch niet zo zijn dat mensen tijdens een oorlog zich met zoiets futiels en saais als grasmaaien zouden bezighouden? En dat klopt ook wel, er moeten mensen zijn geweest die in de Tweede Wereldoorlog al hun tijd aan het verzet hebben gegeven, of die juist als intens bedroefde koffiezakken op de stoeprand neerzegen. Maar nu ik wat ouder ben, krijg ik de indruk dat mensen in tijden van nood, en dus in tijden van oorlog, juist halsstarrig blijven vasthouden aan hun dagdagelijkse rituelen. Een dappere poging om iets van de wereld te behouden zoals die ooit was.
En dus zie je op beelden van vluchtelingenkampen nog steeds mevrouwen de tent nauwkeurig vegen. Zie je op foto’s van kapotgeschoten Oekraïense steden nog steeds oude vrouwtjes met boodschappenkarretjes gaan. In als schuilkelder dienstdoende parkeergarages in Tel Aviv vullen mensen een kruiswoordpuzzel in, in Teheran gaat een kapsalon toch gewoon open en ja, ze hebben ook klandizie. Mensen die de draad oppakken, de draad oppakken, de draad steeds weer blijven oppakken. De wereld in een normaal forceren, tegen beter weten in.
Dat noemen we veerkracht en mensen hebben het nodig om in een rampensituatie niet jammerlijk te verzuipen. Die veerkracht is belangrijk, het is een goed iets. Maar de bron waaruit het voortkomt, de normale wereld willen behouden, brengt ook bij ons iets voort. De andere kant van de medaille: afvlakking. Een al dan niet zelfgekozen doofheid voor het oorlogsleed. En dat is in tegenstelling tot die veerkracht helemaal niet goed.
Want waar mensen in een oorlog misschien niet de luxe hebben om emotioneel geraakt te worden, hebben wij die wel. En dus moeten wij het (het vloeken, het rouwen, het boos worden) maar voor ze doen, anders denken de veroorzakers van al dat oorlogsleed, dat dat leed helemaal zo erg niet is. Het kan toch niemand iets schelen? De wereld draait toch gewoon door? Dus halen ze de raketten maar weer tevoorschijn, pakken ook zij hun bloeddoorlopen draad weer op.
Dat kan niet, dat mag niet. Dus scheld een machtshebber uit voor die mevrouw die haar zoon verloor, maar toch gewoon staat te koken. Huil voor die man die zijn enige dochter naar het buitenland zag vluchten, maar die vandaag wel gewoon zijn taxi rijdt. Vloek voor het jochie dat zijn vader mist, maar op school toch probeert zo goed mogelijk op te letten.
En wees bang voor die Maltese kapitein, hij heeft er zelf geen tijd voor. Er moeten containers worden afgeleverd. Hij moet door.