Op het moment dat er een nieuw kabinet geïnstalleerd wordt, staan er ook altijd weer nieuwe thermometers in de samenleving op. Thermometers, of andersoortige indicatoren, waaraan je kunt aflezen hoe het met de relatie kabinetsbeleid en samenleving staat.
Die thermometers zijn nodig, je kunt niet varen op wat ministers en staatssecretarissen zeggen, dus moet je iets anders hebben om het effect van hun optreden aan af te lezen. Zoals je de wind ook niet kunt zien, daarvoor heb je vlaggen, windzakken en paardenbloempluisjes nodig.
Een veelvuldig gevraagde windzak is Henk Kamp. Henk Kamp was in een grijs verleden minister van Volkshuisvesting, invalminister op Defensie en beul van de Groningers door, zo lang als hij kon, het sluiten van de gasputten te traineren, maar hij is vooral, zo vindt hijzelf waarschijnlijk ook, erelid van de VVD. Normaliter, zelfs bij de kabinetten-Rutte, liet Henk Kamp geen talkshow voorbijgaan om te zeuren dat het kabinetsbeleid veel rechtser kon. Er moest gedacht worden aan de grote bedrijven, er moest gedacht worden aan het leger, er moest gedacht worden aan het volledig dichtkitten van onze buitengrenzen.
Henk Kamp noemde dit kabinet een middenkabinet
Dit alles heeft nu plaatsgemaakt voor een dieptevreden kattengespin. In het radioprogramma Dit is de Dag kreeg Henk Kamp het voor elkaar om dit kabinet een middenkabinet te noemen dat niet tornde aan de sociale zekerheid, maar uitgaven slechts een beetje ‘omboog’. Als Kamp zo praat, is dat een overduidelijk signaal dat we niet een middenkabinet, maar een knetterrechts kabinet in Vak K hebben zitten.
Een andere nuttige thermometer blijkt Jan Patternotte te zijn. Jan Patternotte is Kamerlid voor D66 die zich de vorige kabinetsperiode heeft laten gelden als uitgesproken criticus van de coalitie. Nu zit hij in de coalitie en moet hij dus verdedigen in plaats van aanvallen. Dat kan hij niet heel goed: bij valide verwijten van Dijk, Klaver of Ouwehand begint hij behoorlijk te zweten. Zijn verweer bestaat uit wijzen op in zijn ogen verkeerde debattechnieken (‘ik vind het jammer dat u het zo persoonlijk maakt’) in plaats van inhoudelijk het kabinetsbeleid verdedigen. Een teken aan de wand dat in ieder geval deze D66’er, maar waarschijnlijk zijn hele fractie, zich toch niet helemaal senang voelt met de afspraken die in de onderhandelingen zijn gemaakt.
De meest betrouwbare indicator is de man in de straat
Nu zijn er natuurlijk nog veel meer kabinetsthermometers te bedenken. Prins Constantijn was bijvoorbeeld aan het miepen dat dit kabinet slecht was voor het Nederlandse start-upklimaat, waarna er direct wat aan werd gedaan door VVD-minister Heinen.
Maar de meest betrouwbare indicator hoe het regeringsbeleid daadwerkelijk uitpakt is de man in de straat. Die was, in menig straatinterview deze week gehouden, nog allerminst te spreken over de verhoging van het eigen risico, de inperking van de WW of de volstrekt idiote vrijheidsbelasting. Het bedrijfsleven hoorden we, afgezien van Constantijn, echter totaal niet sputteren.
Zolang die balans niet omslaat, hebben we in Nederland helemaal niet te maken met een middenkabinet, maar met gewoon weer het zoveelste kabinet onder leiding van de VVD. Yesilgöz I of Rutte V zo je wil. Met een tandeloze premier als mascotte die waarschijnlijk steeds premieriger gaat lopen doen. Als hij slim is, leest hij aan zijn eigen gedrag af hoe ver zijn kabinet al naar rechts is afgedreven. Als hij slim is, grijpt hij nu nog in.