Als je mee wilt doen aan de Olympische Spelen, moet je jong met je sport beginnen. Dmytro was 13 toen hij voor het eerst aan een wedstrijd meedeed.
Natuurlijk had hij daarvoor al leren schaatsen, natuurlijk had hij al op bevroren meertjes en vijvers een keer in de lucht gesprongen en een cirkeltje gemaakt. Maar op zijn 13de stapte hij voor het eerst het ijs op met de zenuwen in zijn lijf en de muziek in de hal. Hij had talent, hij haalde medailles. Samen met zijn ijsdanspartner werd hij geselecteerd voor de Jeugdspelen in Lillehammer. 2011, het voelde als het belangrijkste wat hij ooit mee zou maken. Het was een totaal andere tijd.
Twaalf jaar later ligt Dmytro met zijn gezicht op de stijf bevroren grond. Hij is doodgeschoten. Dmytro Sharpar, ijsdanstalent met een driedubbele axel in zijn benen, ligt in een loopgraaf vlakbij Bachmoet met een Russische kogel in zijn lijf. Er klinkt geen ijsdansmuziek, geen gejoel van enthousiaste fans, er klinkt slechts af en toe een explosie, af en toe het geratel van een automatisch geweer. Geschreeuw van soldaten en officieren, terwijl de januarisneeuw van 2023 op Dmytro’s dode wang valt. En langzaam glijden de olympische ijsbaan, de hoge punten die de jury hem zou geven, de klamme hand van zijn ijsdanspartner, al die dingen waar Dmytro Sharpar eigenlijk voor voorbestemd was, al die dingen glijden langzaam het donker in.
Cijfer in de statistiek
Dat donker wordt nog donkerder wanneer je vergeet dat Dmytro Sharpar ooit die driedubbele axel kon springen. Dmytro wordt dan geen kunstschaatstalent meer, maar een zoveelste dode soldaat, een cijfer in de statistieken. Gelukkig had Dmytro vrienden, sportvrienden, die dit weigeren te laten gebeuren. Skeletonner Vladyslav Heraskevytsj zette een foto van Dmytro op zijn helm. Dmytro was niet de enige vermoorde Oekraïense sporter die op die helm stond, het hoofd van Vladyslav werd beschermd door jonge judoka’s, wielrenners en biatleten die eveneens door de Russen waren vermoord, die eveneens niet het donker in mochten glijden. Dat vond het IOC niet leuk. Het IOC zag je vrienden, je landgenoten niet willen vergeten als iets politieks en ze verboden Vladyslav Heraskevytsj met die helm de baan af te gaan. Toen hij daar geen gehoor aan wenste te geven, werd hij gediskwalificeerd.
Sport is politiek
Sport is politiek, hoe graag het IOC ook zou willen dat dat niet zo was. Of het nu om de rabiate denkbeelden van de vriend van Jutta Leerdam gaat of dat de Amerikaanse vicepresident direct wordt uitgejoeld wanneer hij een schaatsbaan binnenloopt, politiek sijpelt altijd de sport, en zeker de Olympische Spelen, binnen. Maar je vrienden willen herinneren lijkt mij nou bij uitstek iets wat niet politiek is. Het is iets menselijks. Vladyslav Heraskevytsj wilde niet de baan af met een helm waar met koeienletters FUCK RUSSIA op geschreven stond, hij wilde de baan af met landgenoten die niet vergeten mochten worden. Dat tot iets politieks maken, maakt niet alleen de Spelen nodeloos extra politiek, het maakt ook hun dood politiek. Je maakt dode atleten tot inzet van een politiek spel. Door Heraskevytsj te diskwalificeren, smoor je de diepmenselijke verhalen die er eigenlijk achter die foto’s op die helm schuilgaan.
Wat droevig is, want wat had ik graag Dmytro Sharpar, al was het dan niet in het kunstschaatsen maar in het skeleton, op de bovenste tree van het ereschavot zien staan.