Onder deze titel verscheen er in de jaren 90 wekelijks een stukje in de ‘NRC’. Daarin werd telkens een andere vertaler aan het woord gelaten, die de lezer liet meekijken in de keuken van zijn ambacht (ik heb daar ook een aflevering van mogen schrijven).
Voor één keer – het zal hierna niet meer voorkomen, dat beloof ik – wil ik die rubriek doen herleven, omdat mij onlangs iets merkwaardigs overkwam: een gedicht dat ik meer dan vijftig jaar geleden vertaald had, diende zich plotseling gedurende mijn halfslaap in een nieuwe gedaante aan.
In 1970 was ik in Groningen Russisch gaan studeren (dat kon toen nog; het pretpakket ‘Europese Talen en Culturen’ is van veel later), voornamelijk omdat ik de gedichten van Aleksandr Blok, die in Duitse vertaling grote indruk op me hadden gemaakt, in de oorspronkelijke taal wilde lezen.
Blok (1880-1921) geldt in Rusland als een der grootste dichters, die in populariteit nauwelijks onderdoet voor Poesjkin. Zijn beroemdste gedicht, dat iedere scholier ginds uit het hoofd kent, is van een afgrondelijke somberheid en bestaat uit twee kwatrijnen, met de beginregel Noč, ulitsa, fonar’, apteka. Ik geef de letterlijke vertaling (het Russisch kent geen lidwoorden):
Nacht, straat, lantaarn, apotheek,
zinloos en dof licht.
Leef bijvoorbeeld nog kwart eeuw –
alles zal hetzelfde zijn. Uitweg is er niet.
Je zult sterven – je zult opnieuw beginnen vanaf begin,
en alles zal zich als vanouds herhalen:
nacht, ijzige rimpeling van kanaal,
apotheek, straat, lantaarn.
Apteka moet hier niet met ‘apotheek’ weergegeven worden, maar met het minder deftige ‘drogisterij’, en een kanaal in een stad is een gracht. In een vroege bundel heb ik dit als volgt vertaald:
Nacht, straat, lantaarn, drogisterij,
een schijnsel voos en afgestompt.
Een kwart eeuw gaat misschien voorbij –
dit alles blijft. Geen mens ontkomt.
Je sterft – en weer hetzelfde wacht,
met alle dingen als ze waren:
nacht, ijzig water in de gracht,
drogisterij, straat, en lantaren.
Dat is best aardig voor een jonge, dichterlijk bevlogen slavist, maar een paar dingen bleven me onderhuids door de jaren heen ergeren. Bovenal dat de oneven regels in het origineel een slepend, en de even een staand rijm hebben, wat ik niet gehonoreerd had. Het voor de hand liggende rijmpaar ‘lantaren / jaren’ heb ik destijds vermoedelijk opzettelijk vermeden, maar wat je cadeau krijgt, moet je niet versmaden.
Onbewust bleef ik me er kennelijk mee bezig houden (dichters, ik heb het al vaker gezegd, zijn dikwijls niet geheel wel bij het hoofd), en onlangs ontwaakte ik met een bijna affe, veel betere versie, waarin alleen de tweede en vierde regel hetzelfde gebleven waren. Hoe één en ander in zijn werk gaat, kan ik u niet zeggen, maar het resultaat wil ik u niet onthouden: