Men vroeg me om een bijdrage voor een bundel die ter gelegenheid van Willem Wilminks 90ste verjaardag moet verschijnen.
Negentig! Daar schrok ik van. Het feestvarken maakt het zelf niet meer mee, want Willem stierf in 2003, op zijn 66ste. Dat is aanmerkelijk jonger dan ik nu ben. Om met Adriaan Roland Holst te spreken: Waar bleef de tijd?
Ik heb Willem Wilmink gedurende de tweede helft van zijn leven goed gekend. Hij was toen al beroemd door de liedjes die hij voor televisieprogramma’s als De Stratemakeropzeeshow, Het Klokhuis en J.J. de Bom voorheen de Kindervriend (ik noem er slechts drie) geschreven had, maar elke zelfingenomenheid was hem vreemd. Sterker nog, hij leed zijn hele leven onder een gevoel van miskenning.
Hendrik de Vriesprijs
Hij werd gevierd als liedjesschrijver, terwijl hij zichzelf terecht als dichter beschouwde. Een onderscheid tussen die twee bestond voor hem niet (niet voor niets waren de middeleeuwen, toen men daar evenmin verschil tussen maakte, zijn lievelingsperiode).
Alle prijzen voor kinderliteratuur vielen hem toe, maar hij kreeg maar één volwassen poëziebekroning, de Hendrik de Vriesprijs, toen ik deel uitmaakte van de jury. Het kostte nog enige moeite mijn medepanelleden daartoe te overreden, maar ik zou het me nooit vergeven hebben als de trofee naar iemand anders gegaan was, temeer daar Willem een grote bewondering koesterde voor de naamgever.
Onmiddellijk na zijn verscheiden werd hij alom geëerd als een groot dichter, wat schrijnend contrasteerde met de bejegening die hem bij leven ten deel was gevallen. In de ogen der schriftgeleerden waren zijn gedichten niet onbegrijpelijk, niet ‘ontregelend’ genoeg geweest, en zijn populariteit werkte alleen maar in zijn nadeel. Een dichter die mensen voor hun genóegen lazen: dat kon niks wezen.
Ik heb hem louter als uiterst beminnelijk meegemaakt, al kon hij, zoals blijkt uit de biografie van Elsbeth Etty, In de man zit nog een jongen, ook behoorlijk onhandelbaar zijn. Zo verviel hij in oudtestamentische toorn, wanneer iemand hem opbelde terwijl hij juist naar een wedstrijd van Manchester United zat te kijken; dat moest je maar net weten.
Laatste trein
Hij bleef levenslang onzeker en gevoelig voor andermans oordeel. In zijn postuum gepubliceerde brieven las ik dat hij het zich zeer had aangetrokken toen ik een keer wat minder geestdriftig reageerde op een tekst van zijn hand, terwijl ik me dat helemaal niet herinnerde. Het uitblijven van échte literaire waardering verdroot hem deerlijk, ofschoon hij een veel breder publiek had dan de meeste dichters hier te lande.
Zonderling was de verknochtheid aan zijn geboortestreek Twente, een liefde die met het verstrijken van de tijd dusdanig toenam, dat hij zich niet meer buitengaats waagde, zelfs niet voor het huwelijk van zijn zoon, dat ernstig uitliep omdat er vergeefs op hem gewacht werd.
Om zijn 60ste verjaardag luister bij te zetten, had ik een bloemlezing uit zijn werk gemaakt, Ik had als kind een huis en haard, en om de verschijning daarvan te vieren, aten we met de uitgever bij sterrenrestaurant De Librije te Zwolle. Vanaf acht uur kon Willem geen hap meer door zijn keel krijgen uit angst de laatste trein naar Enschede te missen.