Op 5 februari 2023 ging ik vroeg naar bed. Er raasde een sneeuwstorm over Istanboel. De wegen waren onbegaanbaar.
Ik had net een bericht gekregen van de school van mijn dochter. Alle scholen in de stad zouden tot nader order dicht blijven. Vluchten werden gecanceld en de burgemeester riep de mensen op om niet naar buiten te gaan tenzij strikt noodzakelijk. Code rood zouden we het in Nederland noemen.
Ik sliep die nacht onrustig. Ik verwachtte dat ik de volgende ochtend verslag zou moeten doen van een ingesneeuwde stad. Maar wat me om iets voor half vijf ‘s ochtends wakker maakte was van een heel andere orde.
Het was goed mis in het zuidoosten van Turkije
Mijn lichte slaap werd onderbroken door gezoem van mijn telefoon. Het was de aardbevingsapp, die staat ingesteld op pushberichten bij bevingen hoger dan 5 op de schaal van Richter. Gaziantep 7.8, stond er in mijn scherm. Gevolgd door tientallen berichten van collega’s en vrienden. Het duurde niet lang voor ik klaarwakker naast mijn bed stond. Het was goed mis in het zuidoosten van Turkije.
Wat ik in de dagen die volgden allemaal zag, zal me altijd bijblijven. Ik liep door ingestorte straten, tussen uitgeputte reddingswerkers en langs wanhopige familieleden. In Adana, Hatay, Gaziantep, Urfa en Adiyaman. Meer dan 50.000 doden vielen er.
Onder de slachtoffers was een Turks-Cypriotisch schoolvolleybalteam dat dagen voor de ramp naar Adiyaman was afgereisd voor een toernooi en daar in het inmiddels beruchte Isias Hotel verbleef. Het hotel was meteen na de eerste beving als een kaartenhuis ineengestort. Ik weet nog dat ik hoorde dat er zeker honderd mensen vermist waren. De paniek, de roep om hulp, en de dagenlange zoektocht naar tieners van 13, 14, 15 jaar oud. Van de volleybalgroep werden 35 mensen dood gevonden, van wie 26 kinderen.
Vorige week bezocht ik Famagusta, de stad in Noord-Cyprus waar de tieners vandaan komen. Het drama heeft een verdrietig gat geslagen in de kleine gemeenschap daar. Bijna een jaar later is het nog verschrikkelijk vers. Ik was thuis bij Rusen en Enver, die hun enige dochter Selin verloren. De muren hangen vol met foto’s van een vrolijke en actieve tiener. Ik zie haar rennen op het strand. Ik zie haar peinzend boven een schaakbord. Ik zie haar met vriendinnen.
De kinderen werden allemaal in slaaphouding gevonden
Een week voor vertrek naar Adiyaman, een reis waar ze zo naar uit keek, had ze haar 14e verjaardag gevierd, samen met haar beste vriendin die op dezelfde dag geboren is. Drie dagen na de aardbeving werden ze naast elkaar gevonden onder het puin van het hotel. Ze hadden geen schijn van kans gehad, zo bleek later. Het had minder dan 10 seconden geduurd tot alle acht verdiepingen plat op de grond lagen. De kinderen werden allemaal in slaaphouding gevonden.
Ik laat moeder Rusen me haar hele verhaal vertellen. Hoe ze de beving ook op Cyprus voelden, hoe ze meteen al geen contact konden krijgen met Selin. Hoe Selin’s vader mee kon op een vlucht met reddingswerkers. Over de chaos die hij daar aantrof, voordat hij op dag drie haar lichaam moest identificeren. Ze vertelt over hoe boos ze was, toen haar dochter aankwam op het vliegveld, in een kist met haar naam erop.
Een uur lang is ze aan het praten. Ik wil geen vragen stellen, ik wil haar niet onderbreken. Ze wil dat ik alle details hoor. Ongeloof vermengd met woede zie ik in haar gezicht, nu bijna een jaar later. ,,Ik maakte me zorgen over of het hotel wel schoon zou zijn,” overpeinst ze. ,,Waarom dacht ik niet: is het wel veilig gebouwd?”
Want net als bij vele tijdens de aardbeving ingestorte gebouwen, bleek al gauw dat er van alles mis was met het Isias Hotel. Het was in de jaren negentig gebouwd, in het cement was zand uit de rivier verwerkt. Er was illegaal een extra verdieping op gebouwd en er is mogelijk een belangrijke steunmuur verwijderd.
Na de ramp werden zo’n 200 aannemers, eigenaren en ingenieurs opgepakt, voor gebouwen die ondeugdelijk waren gebouwd, met alle gevolgen van dien. De eigenaar van Isias Hotel was één van hen. Hij is, samen met tien andere betrokkenen, de eerste die voor de rechter heeft moeten verschijnen. Begin januari startte het proces.
‘We zullen niet stoppen tot er gerechtigheid is’
Selin’s moeder zat in de rechtbank. Ze wilde hem recht in de ogen aankijken. ,,Hij is de moordenaar van onze kinderen,” zegt ze ferm. ,,We zullen niet stoppen tot er gerechtigheid is.”
De Turks-Cypriotische families van de slachtoffers zijn de drijvende kracht achter de eerste rechtszaak van deze ramp. Ze richtten een stichting op, lieten onafhankelijk onderzoek doen en worden bijgestaan door de beste advocaten. En hun strijd stopt niet bij de eigenaar en bouwers van het hotel. Ze hebben ook hun pijlen gericht op de autoriteiten, die de bouwvergunningen afgaven en het gebouw goedkeurden.
,,Ze zijn allemaal verantwoordelijk. Ze hebben mijn dochter haar toekomst afgenomen. Ze hebben mijn dochter vermoord.”
Het Isias Hotel is slechts één van de vele gebouwen waar na de ramp is gebleken dat menselijk falen heeft geleid tot veel slachtoffers. In het hele rampgebied proberen tientallen Turkse advocaten al een jaar soortgelijke rechtszaken te starten, maar er zit vooralsnog weinig schot in. Men verwacht dat er wel een paar eigenaren en aannemers voor in de gevangenis zullen verdwijnen. Maar de kans dat er hogerop verantwoording wordt afgelegd, is niet groot.
Mitra Nazar (Delfzijl, 1980) is Turkije-correspondent voor onder meer de NOS, Nieuwsuur en het AD. Ze woont met haar partner en dochter sinds 2020 in de wereldstad Istanboel. Voordat ze neerstreek in Turkije was ze jarenlang vanuit Belgrado correspondent op de Balkan. Ze heeft een Iraanse vader en een Friese moeder, groeide op in Hurdegaryp en Leeuwarden en studeerde Taal- en Cultuurstudies en Pedagogische Wetenschappen (met een minor Journalistiek) in Utrecht.
Iedere week staat in deze bijlage een column van Onze Vrouw / Man, een van de acht mediacorrespondenten, uit een ander continent. Volgende week: Peter Schouten in Buenos Aires.