De Golf Diesel uit 1978 voor vertrek naar Italië. eigen foto
Grommend, ratelend en sissend komt de 13 jaar oude Golf Diesel in Stadskanaal tot stilstand voor de ouderlijke woning van mijn partner. Haar vader staat lachend op de stoep en zegt: ‘En daar wil je morgen mee naar Italië?’
Ja, waarom niet? Het dieseltje heeft me al op veel plekken gebracht ondanks de roestplekken in de mintgroene carrosserie. ‘Ben je recent in een oorlogsgebied geweest? Je wagen lijkt wel onder vuur genomen’, merkt iemand op.
Lach maar. Het is altijd: starten en lopen. Het Golfje heeft ruim 200.000 kilometer op de teller en er kunnen nog meer bij. Nog geen jaar geleden: probleemloos naar Milaan. Waarom zou dat niet weer lukken? „Nou’’, meent de vader van mijn partner. „Misschien had een beurtje geen kwaad gekund.’’
Het is 1990
Het is zomer 1990. Daags na het spuugincident tussen Rudi Völler en Frank Rijkaard tijdens de WK-wedstrijd tussen West-Duitsland en Nederland (2-1), gooien we de Golf vol met tent en bagage en vertrekken in de vroegte met bestemming Bloemenrivièra. De Golf ronkt en vreet de kilometers op.
Vlak voor de grens bij Arnhem wordt er getankt. In Duitsland is diesel immers duurder. Maar na het starten is het niks geen lopen ... De motor giert met absurd toerental. De koelvloeistof lekt weg. Oei. Stressmomentje. Italië lijkt ver weg.
Maar toch … na een ingelaste pauze en nieuw ingeslagen koelvloeistof, snort de diesel weer als vanouds. Dat geeft vertrouwen. Duitsland, we komen eraan! Uren rijden wij zorgeloos op de Autobahn. Onwetend eerder.
Waar het gebeurt, weet ik niet meer. Op enig moment verschijnt een oranje lampje op het dashboard, dat snel rood wordt. Dat betekent: stoppen. We bereiken een parkeerplaats en daar komt de wagen tot stilstand. Water en olie lekken weg. Stressmomentje!
Contant afrekenen graag
Tijd om de ADAC in te schakelen. De Golf moet naar een garage en wordt op de bergingsauto getakeld. „Was machst du hier mit so einem alten wagen? Für 30.000 Mark hast ‘n neuen Golf’’, schampert de wegenwachter. Berustend kijk ik naar ons vervoermiddel op de sleper. Het ziet er ineens als een heel oud besje uit.
De volgende ochtend is de Golf gerepareerd. Hoera! Betaling met bonnen uit de reis- en kredietbrief wordt echter niet geaccepteerd. Bweuh! Dan maar contant.
De Golf gromt weer en is klaar voor het vervolg. We rijden nog niet vol gas (110 kilometer per uur) of de besturing wordt zwaar, het vermogen lijkt weg te vallen. Pal voor een tankstation. Een gelukje. De rechtervoorband is lek. Een bediende weet een nieuwe band te halen. Uitsluitend tegen contante betaling natuurlijk.
Het duurt even, maar dan kunnen we verder. We bereiken Zwitserland en gaan de Alpen in. Daar begint de rechtervooras te ratelen. Dat heb ik al eerder meegemaakt. De aandrijfashoes is kapot.
„Kan dat kwaad?”, vraagt mijn gezelschap.
„Nee. In het ergste geval breekt de as af.”
Dat antwoord stelt haar allerminst gerust. De zorgen nemen toe als we bergop worden ingehaald door een zwaarbeladen vrachtauto.
Piazza Vittorio Emmanuele II in Finale Ligure. Foto: Shutterstock
We bereiken met een klepperend voorwiel Milaan. Daar wordt het rubber vervangen en we rijden door naar Finale Ligure. Probleemloos. De vakantie verloopt rimpelloos, nu de auto eenmaal stilstaat.
Leedvermaak
De terugreis kent – hoe verrassend – geen haperingen. Midden in de nacht, wanneer we bij het Ruhrgebied een tunnel naderen, worden we gepasseerd door een Duitse Golf TDI op volle snelheid. Even later staat die auto aan de kant te midden van een roetwolk. Motor opgeblazen. Ha! Leedvermaak: ook neue Golfs kunnen stuk.
Onverwacht oponthoud, ongewenste stress, bezoekjes aan garages. Vakantiegeld dat opgaat aan reparaties. Sinds die trip kan ik heel goed zonder. En daarom hou ik zo van vliegreizen.
En daarom hou ik zo van ...
In de zomerrubriek En daarom hou ik zo van ... schrijven verslaggevers van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant over belevenissen in binnen- en buitenland. In aflevering 1 trotseert Jan Schlimbach tegenslag op weg naar Italië.