De luisterpost bij het Zuidlaardermeer. Foto: Dennis Venema
Het groen geschilderde gebouw staat na 75 jaar nog steeds aan de boorden van het Zuidlaardermeer. Maar wie waren de spionnen die binnen de Russen afluisterden tijdens de Koude Oorlog?
Na dit artikel over de voormalige afluisterpost bij De Groeve bleef het aan het Zuidlaardermeer zelf stil. Als vanouds. Maar in onze mailbox stroomden de reacties binnen.
Van de huidige eigenaren van het gebouw tot familie van de spionnen die er ooit werkzaam waren: stuk voor stuk meldden ze zich. En dat terwijl het bestaan van de afluisterpost, die dit jaar 75 jaar geleden werd opgetuigd, nooit breed bekend is geweest.
Er gold dan ook strikte geheimhouding. Het gebouw bij De Groeve, naar het NAVO-alfabet omgedoopt tot Post Hotel, was een van de zes Nederlandse afluisterposten van de Bijzondere Radio Dienst (BRD) tijdens de Koude Oorlog.
Veel meer dan dat hebben we nooit geweten.
Verzetsman begon post in Hoogezand
Hoe het allemaal begon?
Dat weet Goff F. Miedema, die twee jaar geleden een boek uitbracht over 740 jaar De Groeve. Hij besteedde in zijn publicatie aandacht aan ‘Post Hotel’. Hij weet per mail te vertellen dat voormalig verzetsman Fokko Boelens uit Hoogezand na de Tweede Wereldoorlog op verzoek van de BRD in een schuurtje bij zijn huis een luister- en peilpost beheerde.
„Na de bouw van het peilhuis aan het Zuidlaardermeer vond een verhuizing plaats, maar de post bleef Hoogezand heten.”
Er staat in het boek van Miedema ook een oude foto van de post met daarnaast een enorme mast. Diezelfde mast kan ook lezer Stinus Staal zich nog goed heugen.
Foto: Goff F. Miedema
„Van mijn 9de tot mijn 24ste heb ik in De Groeve gewoond aan de Semsweg”, mailt Staal. „,Dagelijks waren er mensen aanwezig bij het gebouw. De weg richting het gebouw was slecht. Je kon er zomaar vast komen te zitten met de auto.”
Machtig interessante informatie, natuurlijk. Maar de spionnen zelf dan? Wie deden het werk? En vooral: wát deden ze?
Briefkaart uit Egmond aan Zee
Op de DVHN-redactie in Groningen wordt een handgeschreven briefkaart vanuit hotel Zuiderduin in Egmond aan Zee, afzender onbekend, per post bezorgd.
„Ik had zo’n vijftien jaar geleden contact met een man uit Zuidlaren. Deze man liet zich een keer ontvallen dat zijn vader altijd aan het Zuidlaardermeer zat de Russen af te luisteren.”
Er staat een naam op het briefpapier, maar helaas: het spoor loopt dood.
Er zijn ook (aangetrouwde) familieleden van voormalige spionnen die reageren. „Mijn schoonvader heeft op deze post gewerkt in de laatste periode voor sluiting”, mailt een lezer bijvoorbeeld.
„Hij heeft nooit precies willen vertellen wat het werk behelsde vanwege de geheimhoudingsplicht die hem was opgelegd. Ook als soms bleek dat anderen dat na verloop van tijd minder serieus leken te nemen, was zijn antwoord: dat is hun verantwoordelijkheid; niemand heeft mij van mijn geheimhoudingsplicht ontheven.”
Cameratoezicht bij de voormalige luisterpost. Foto: Dennis Venema
‘Vervallen hok? Ongepast’
En ja, ook de huidige eigenaren van de voormalige afluisterpost reageren op het artikel. Blij zijn ze er alleen niet bepaald mee. Er is in de loop der jaren verschillende keren ingebroken in het gebouw. De daders lieten een en ander bepaald niet netjes achter.
Beetje makkelijk dus van de journalist om het bouwwerk een ‘vervallen hok’ te noemen, stellen de eigenaren. Zelf zijn ze regelmatig in de weer om de post zo goed mogelijk te onderhouden.
We besluiten na deze stroeve start van het contact af te spreken bij de afluisterpost zelf. Als we aankomen, staan de eigenaren al naast het gebouw te wachten.
De toegangsdeur van de post is deze keer open. „Binnen staat niets van waarde”, zegt de vrouw meteen. „Tenminste: financieel gezien, dan. Maar deze post is voor ons van onbetaalbare waarde. We hebben hier zoveel herinneringen liggen. Bruiloften, feesten, noem maar op. Nog steeds komen we hier heel graag.”
‘De spionnen kwamen af en toe suiker halen’
De vrouw is de dochter van de boer uit De Groeve die het gebouw begin jaren 80 voor een symbolisch bedrag van 1 gulden overnam. Anders was een en ander destijds zonder pardon tegen de vlakte gegaan.
„Ik ben opgegroeid met de post achter de boerderij”, vertelt de vrouw. „Ik heb nooit beter geweten. De spionnen kwamen grotendeels uit deze regio en werkten in ploegendiensten. 24 uur per dag. Als ze naar de post gingen, kwamen ze langs de boerderij. Mijn ouders groetten ze dan. Nooit ging het over de inhoud van hun werk. Wel kwamen ze af en toe suiker halen. Zo ging dat.”
De vrouw stelt dat meerdere spionnen van 1950 tot 1980, de volledige duur van het bestaan, in de afluisterpost werkten. Dertig jaar lang. Namen noemt ze bewust niet. Waarom zou ze ook? Da’s alleen aan de betrokkenen zelf.
Natuurlijk nemen ook wij dolgraag een kijkje binnen.
Dat mag. De grootste plooien zijn gelukkig gladgestreken.
Vlak na binnenkomst zien we een klein keukentje. Er liggen verderop wat planken voor de volgende reparatiebeurt. Aan een paal hangt een kalender van de PTT. De maand? Juli ‘80.
Ja, de tijd staat hier een beetje stil.
De kalender in de voormalige luisterpost. Foto: DVHN
‘Mogelijk kan ik je wat informatie geven’
Het is een mooi inkijkje zo. Natuurlijk, we willen niets liever dan een spion zelf spreken. Maar naast geheimhouding is er een bijkomend probleem.
De tijd.
Zou er zoveel jaar na dato überhaupt nog een luistervink in leven zijn?
Weer komt er een mail binnen. Deze keer van Sander van Hoorn uit Annerveenschekanaal. ‘Mijn vader was werkzaam op Post Hotel van 1 december 1956 tot het einde. Op het laatst als hoofdemployé van de Centrale Directie PTT. Mogelijk kan ik je wat bruikbare informatie geven.’
Bingo. Bijna 25 jaar lang bivakkeerde Van Hoorns vader dus in de afluisterpost. Kon minder, zeg maar.
We bellen van Hoorn. Eerst moet hem iets van het hart. Want spionnen? Die zaten wat hem betreft ver achter het IJzeren Gordijn. Zijn vader at elke avond thuis.
Foto: Dennis Venema
„Maar gek was het destijds wel voor mij”, zegt Van Hoorn. „Hij mocht niks vertellen over zijn werk. Ieder kind wist wat zijn vader deed. Ik niet.”
Later, toen hij ouder was, verdiepte hij zich in het werk van zijn vader. Toen die laatste jaren eerder als marconist in Nieuw-Guinea zat, deed hij veel kennis op over morse. Vandaar dat hij een waardevolle aanwinst was voor de afluisterpost.
Was het hard werken voor de mannen binnen? Waren ze kapot aan het eind van de week?
„Nou, reken daar maar niet op”, zegt Van Hoorn. „Het was een luizenbaan, die ook niet heel goed betaalde. Maar ze hadden wel werk. Voor een heel lange tijd.”
Van Hoorns vader overleed in 1996. Zijn zoon bezocht de post later meermaals, ook om voormalige kompanen van zijn vader te ontmoeten. „Er moet nog één collega van hem in leven zijn. Ik ga proberen contact met zijn kinderen te zoeken.”
Een paar weken later. Een mailtje van Van Hoorn. Het klopt. Er is nog één voormalige spion in leven. 96 jaar oud inmiddels.
Via tussenpersonen probeert Van Hoorn ons in contact met de man te brengen. Uiteindelijk krijgen we het nummer van zijn dochter. Maar, zegt Van Hoorn er bij: reken nergens op. De man zelf heeft via via al laten doorschemeren dat hij niet van plan is om zijn eed te verbreken.
We bellen het nummer. Geen gehoor.
Zelfvoorzienend Collins Festival
Is dit dan het einde van onze zoektocht? Moeten we het met deze antwoorden doen?
Het lijkt erop.
De afluisterpost zelf staat dus nog steeds. In 2015 zetten de eigenaren van de afluisterpost eenmalig het kleinschalige Collins Festival op, vernoemd naar het vermaarde merk afluisterapparatuur in het gebouw. Het wordt een geweldige dag. Met de opbrengst kan het gebouw flink opgekalefaterd worden.
Ook nieuwsgierige belangstellenden zijn in oktober 2022, 60 jaar na de Cubacrisis, welkom in de post. In dat weekend zijn allerlei bijzondere locaties, waaronder Post Hotel, opengesteld voor het publiek.
Er komen ruim honderd man op af, waaronder veel zendamateurs. Er is ter plekke immers nog steeds amper bebouwing, waardoor elektromagnetische ruis vrijwel wegvalt. Dat was ooit de reden om juist aan het Zuidlaardermeer een post te beginnen.
En wat blijkt? De ontvangst is anno nu nog steeds pico bello. Voor de zendamateurs het goed en wel beseffen, horen ze Noord-Koreaanse marsmuziek.
Toch nog een beetje Koude Oorlog aan de boorden van het Zuidlaardermeer.