Gedurende de nazit volgend op de onthulling van zijn poëem op het H.W. Mesdagplein in Groningen deden vele verhalen de ronde over professor H.J. Scheltema (1906-1981), de man achter de dichter N.E.M. Pareau.
Nogal wat van die verhalen zijn apocrief, en worden al eeuwen toegeschreven aan verscheidene zonderlinge hooggeleerden.
Niettemin zijn er betrouwbare getuigen van Scheltema’s snakerijen. Zo deed hij tijdens een tentamen bij hem thuis eens een gereedliggende theedoek over zijn hoofd, toen een student zenuwachtig bleek te worden van zijn al te doordringende blik. Waar hij vrijwel onafgebroken aan zijn pijp lurkte, kwam er daarbij een grijze walm onder het textiel uit, en het is de vraag of er van deze maatregel inderdaad de geruststellende werking uitging die hij beoogde.
Slappe lach
Overigens vergewiste hij er zich gemeenlijk vooraf van of studenten, die hij aan dergelijke praktijken blootstelde, wel tegen een grapje konden. Het verhaal gaat dat een meisje in één geval dusdanig de slappe lach kreeg, dat een wetenschappelijke toets onmogelijk werd, en men het maar zonder verdere overhoring eens werd op een 7.
Ook onderling haalden de zo degelijk ogende notabelen van die generatie streken met elkaar uit. Scheltema verzamelde buitenissige objecten, zoals een asbak met een klok erin, en toen hij bij een collega zou eten, drong een andere disgenoot van tevoren zijn huis binnen teneinde een paar dier snuisterijen te ontvreemden. Bij het diner zag Scheltema de uniek geachte objecten naast zijn bord, en zijn verbazing kende geen grenzen. Na afloop gaf de gastvrouw hem die spulletjes mee, omdat ‘hij ze zo waardeerde,’ en later schreef hij een brief, waarin hij zich verguld toonde nu twéé van zulke asbakken te bezitten.
Nu bedenkt iedereen wel eens dat het leuk zou zijn deze of gene een poets te bakken, maar meestal blijft het daarbij, zonder uitvoering in de werkelijkheid. De betreurde Driek van Wissen was evenwel geen moeite te veel om zijn practical jokes te verwezenlijken.
Ooit had hij bij het wadlopen een nat pak gehaald, en enige dagen nadien verscheen hij te laat op een lerarenvergadering van de school waar hij les gaf, gehuld in een tot de schouders beslijkte broek en jas, met de woorden: „Sorry conrector, ik had de boot gemist!”
Goedmoedige grollen
Hij trad bij de promotie van onze wederzijdse vriend Jan Lokin op als ceremoniemeester, en het hele avondlijke feestmaal zat hij onopvallend te peuteren aan zijn stoel, tot hij ten slotte na het dessert het losgepulkte zitgedeelte omhoog kon houden, terwijl hij uitriep: „De zitting is opgeheven!” Dat werk.
U merkt: de grollen van Driek waren in het algemeen goedmoedig, en deden niemand kwaad. Bedenkelijker was het aan de kapstok verwisselen van officierspetten bij een huwelijk waar veel militairen aanwezig waren. Echt bont maakte hij het toen hij op de sociëteit Albertus Magnus als vertegenwoordiger van de senaat de Territoriaal Commandant der Bescherming Burgerbevolking moest ontvangen. Na de officiële begroeting hield hij de gezagsdrager een kistje sigaren voor: „Klapsigaartje, Commandant?” – „Nu, Van Wissen, dat sla ik niet af!”
Ik hoef de afloop niet te verklappen, maar hij was gewaarschuwd.