Steffie Van der Steen, universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen, onderzoekt de relatie tussen mens en dier. Onder meer in onderzoek met een robothond. Foto: Elsbeth Hoekstra
De liefde voor Max, Luna of Minoes gaat ver. Dat is niet gek, want huisdieren geven baasjes liefde en zijn hun steun en toeverlaat. Steffie Van der Steen, universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen, over deze unieke band.
Ze hebben talloze speeltjes en mandjes, ze mogen mee op vakantie en ze liggen soms zelfs bij ons in bed. Veel baasjes zien hun huisdier als volwaardig gezinslid.
Onderzoek bevestigt dat, vertelt Steffie van der Steen, die als universiteit hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) de relatie tussen mens en dier bestudeert. „Kenmerken van de band tussen baasje en huisdier zijn soms te vergelijken met die in een ouder-kindrelatie. Dat wordt ook wel hechting genoemd”, zegt ze. „Je ziet het in hoe ze op elkaar reageren, hoe ze zich gedragen als ze gescheiden zijn en weer samenkomen.”
Stress- en knuffelhormoon
Contact met dieren kan ook nog eens gezond zijn. Van der Steen: „Als je naar jouw huisdier kijkt, hem knuffelt of aait, dan daalt je cortisolniveau, het stresshormoon, terwijl oxytocine, ook wel knuffelhormoon genoemd, juist vrijkomt.”
Veel mensen halen steun uit dieren. Zo bestaan er tegenwoordig allerlei soorten therapieën met dieren, zoals honden en paarden. Dit wordt steeds populairder, ziet Van der Steen. Maar werkt het ook echt? „Voor sommigen wel”, zegt ze.
Robothond
Van der Steen onderzocht die werking bij kinderen met autisme of downsyndroom, door therapieën met een echte hond en zonder hond te vergelijken met sessies met een robothond. Daarbij oefenden kinderen hun sociale vaardigheden.
„Ik zag een enorme kloof tussen praktijk en wetenschap. Ouders waren enorm blij dat hun kind eindelijk weer stappen maakte door therapie met een paard of hond, maar onderzoek naar hoe dat werkt, blijft achter. Ik zie het als mijn missie om te ontrafelen wat zo’n dier met iemand doet en hoe dat dan werkt.”
Wat blijkt: de uitkomsten verschillen per kind. „Er zijn ook kinderen die er minder van profiteren. Die verschillen zijn we nog aan het onderzoeken. Maar de kinderen die het meest vooruitgang boekten, zaten in elk geval in de groep met een echte hond.”
Dat zit zo. Door te oefenen met commando’s als zit, wacht en hier, krijgen de kinderen meer zelfvertrouwen. „Ze laten de hond doen wat zij willen. Dat is fijn voor bijvoorbeeld kinderen met autisme of downsyndroom die het lastig vinden om aansluiting te vinden bij anderen”, verklaart Van der Steen.
Bovendien kan een dier feedback geven op je gedrag, legt ze uit. „Een hond of paard heeft geen oordeel en spiegelt direct. Als jij je schouders laat hangen en onduidelijk praat, dan gebeurt er niks. Dan moet je zelf rechterop gaan staan. Bij een mens kun je nog denken dat diegene niet naar je wil luisteren, bij een dier denk je dat niet.”
Minder eenzaam
Ook kunnen huisdieren, specifiek speciaal opgeleide honden, jongeren met mentale problemen veel brengen. Van der Steen onderzocht het door meer dan 150 jongeren (16-30 jaar) met mentale problemen te vragen naar hun ervaringen met psychiatrische assistentiehonden.
„Ze merkten allerlei veranderingen na de komst van de hond. Vooral de jongeren die langer dan twee jaar samen zijn met hun hond, dan is de training voltooid en is de hond volwassen. Jongeren durven weer dingen zelfstandig te ondernemen, hebben hun levensvreugde terug en zijn minder eenzaam”, somt ze op.
Er zijn talloze voorbeelden hoe honden kunnen helpen. Voor iedereen is dat anders, legt Van der Steen uit. Zo zijn er honden die stress signaleren als iemand een paniekaanval krijgt. Het dier kan dan zorgen voor afleiding om iemand uit die spanning te halen. Ook kunnen honden hun baasje wakker maken als hij een nachtmerrie heeft.
Toch is het lastig om aan zo’n hond te komen, ziet Van der Steen. In tegenstelling tot hulphonden voor blinde of dove mensen of politieagenten, worden de kosten (zo’n 20.000 euro) van psychiatrische assistentiehonden vaak niet vergoed door de zorgverzekering. Gemeenten kunnen soms bijspringen via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), maar ook dat is vaak een lastig en traag proces.
‘Zweem van spiritualiteit’
„Gemeenten zijn vaak streng in waar ze gemeenschapsgeld aan uitgeven en zijn niet overtuigd van het bewijs. Rondom onderzoek naar de relatie tussen dieren en mensen hangt een zweem van spiritualiteit, iets ongrijpbaars. Daardoor wordt het snel als kwakzalverij afgeschilderd. Terwijl dat het absoluut niet is”, zegt Van der Steen. „Daarom is meer bekendheid van onderzoek naar de effecten belangrijk.”
Ze krijgt de vraag voortdurend, maar nee: zelf heeft ze geen huisdieren. „Juist door dit werk ben ik mij bewust hoe belangrijk het is om goed te zorgen voor dieren. Met twee jonge kinderen en een drukke baan, wil ik die uitdaging op dit moment niet aan.”
Gouden Poot
Dagblad van het Noorden gaat de komende tijd op zoek naar het mooiste verhaal van huisdieren en hun baasje. Op 4 oktober maken we de winnaar bekend.