Scholieren en hun smartphone. Foto: Niels de Vries
De smartphone bezorgt menig ouder en docent hoofdbrekens. Jongeren lijken er soms totaal mee vergroeid. Maar is dat wel zo erg? ,,Zelfbeheersing is belangrijk.’’
De hoogleraar: leer kinderen zelfbeheersing
Patti Valkenburg is hoogleraar Media, Jeugd en Samenleving aan de Universiteit van Amsterdam. Zij doet al decennialang onderzoek naar de relatie tussen media en jongeren. Ze schreef meerdere boeken over de relatie tussen kinderen, jongeren en media, waaronder Schermgaande jeugd uit 2014.
Volgens Valkenburg zijn de debatten de afgelopen veertig jaar inhoudelijk veranderd, maar gaan ze eigenlijk ook steeds over hetzelfde: zorgen in de maatschappij, van ouders en docenten, over het media- en schermgedrag van kinderen en jongeren. ,,In de jaren tachtig waren we bezorgd over geweld op televisie. Later maakten we ons druk over reclame en de komst van commerciële zenders zoals RTL4. Weer later keken we met argusogen naar de eerste sociale media zoals cu2 en Hyves.’’
Met de komst van al die innovaties waren er ook altijd ouders en leerkrachten die zochten naar een manier om hiermee om te gaan, weet Valkenburg. Ook nu is dat niet anders, in een tijd waarin kinderen op steeds jongere leeftijd een eigen mobiele telefoon krijgen en ze gebruik maken van sociale media als TikTok en Snapchat. Die apps maken gebruik van slimme algoritmes die in een mum van tijd precies weten welke filmpjes een kind leuk vindt, en die vervolgens eindeloos voorschotelen. Ouders vragen zich af of en in hoeverre ze dit gebruik moeten beperken, leerkrachten vragen zich af hoeveel telefoongebruik ze in het klaslokaal moeten toestaan.
‘Tweezijdig zwaard’
Volgens Valkenburg verschilt de aantrekkingskracht die de telefoon en sociale media hebben per kind. ,,Ieder kind is uniek. Het is een tweezijdig zwaard, want veel jongeren noemen ook voordelen. Dat ze een beter gevoel voor humor ontwikkelen, of een betere kledingstijl. Maar ze worden er ook onzeker en jaloers van.’’ Onderzoek wijst volgens Valkenburg uit dat de positieve effecten nog altijd groter zijn dan de negatieve. Gamen verbetert de oog-handcoördinatie, leerprestaties, creativiteit, doorzettingsvermogen en het ruimtelijk inzicht. Van sociale media krijgen kinderen over het algemeen meer zelfvertrouwen en worden ze sociaal vaardiger. Via laptop of telefoon maken ze makkelijker vrienden en bestaande relaties worden intiemer.
Een puber en zijn smartphone. Foto: Niels de Vries
Valkenburg weet uit haar eigen onderzoek dat sommige kinderen ,,simpelweg gevoeliger’’ zijn voor de verleidingen van de smartphone en sociale media. ,,Ze weten er best knap mee om te gaan hoor. Maar het allergrootste probleem is de weglekkende tijd. Er zijn kinderen die acht tot tien uur per dag op hun telefoon zitten. Als je ze daarnaar vraagt zeggen ze zelf ook wel dat dat wat veel is.’’
,,Maar we doen het zelf ook. Ouders zijn ook vergroeid met hun telefoon. Dus het is moeilijk te verdedigen. De telefoon voorziet nu eenmaal in een diepgewortelde behoefte, blijkbaar.’’
‘Enorme slaaptekorten’
Valkenburg ziet soms ,,enorme slaaptekorten’’ ontstaan omdat jonge pubers hun telefoon mee naar bed mogen nemen. ,,Daar moet je echt paal en perk aan stellen. Consistent handhaven. Dat is makkelijk gezegd, maar het is wel de enige manier.’’ Ouders die weten dat hun kind gevoelig zou kunnen zijn voor de invloed van sociale media, doen er volgens Valkenburg goed aan nog vóór de telefoon het huis in komt duidelijke afspraken te maken over gebruik.
Als ouder moet je volgens Valkenburg continu goed in de gaten houden of de balans uitslaat naar meer voordelen of meer nadelen. ,,Want helemaal verbieden kan eigenlijk ook niet. TikTok is overal, iedereen heeft het en een verbod kan er dan weer voor zorgen dat kinderen buiten de boot vallen.’’
Volgens Valkenburg worden de gevaren van sociale media vaak overschat. ,,Voor de meeste kinderen geldt: het verbetert hun zelfvertrouwen en sociale vaardigheden. Er is maar één gevaar: dat ze er te veel mee bezig zijn.’’ Nog altijd wordt er veel waarde gehecht aan het stimuleren van het zelfvertrouwen van kinderen; volgens Valkenburg is het aanleren van zelfbeheersing minstens zo noodzakelijk.
De docenten: ‘Ik wil hem niet zien’
Sietske van der Bij (41) is loopbaancoach en docent aan de bakkersopleiding van het Friesland College. Daar bepalen docenten zelf hoe in de klas met telefoons wordt omgegaan. ,,Dat is voor iedereen verschillend. Sommige collega’s hebben het voor elkaar dat alle telefoons ergens op een tafel worden gelegd. Bij mij is het zo dat hij niet zichtbaar moet zijn. Maar hij is toch nog vaak aanwezig door geluidjes en getril.’’
De telefoon kan in de klas verschillende functies innemen, weet Van der Bij, sommige positief en anderen negatief. ,,Voor een leerling met autisme kan het fijn zijn om muziek op de telefoon te luisteren. Maar dan kan er ook afleiding tussendoor komen vanwege bijvoorbeeld een berichtje.’’
Jimte (13) uit Mantgum zit ongeveer drie uur per dag op zijn telefoon, denkt hij. En dat is ook wel genoeg. ,,Soms leg ik hem ook even weg.’’ In de weekenden is het meer. Hij zit op Snapchat, Instagram, TikTok ,,en natuurlijk WhatsApp’’. Hij mag zijn telefoon niet mee naar zijn slaapkamer nemen en ook tijdens het avondeten moet het apparaat buiten beeld blijven.
Op school hoeft hij zijn telefoon niet in te leveren in de klas, maar het ding moet wel in de tas tijdens de les. Jimte heeft nog andere vrijetijdsbestedingen: ,,voetbal en kaatsen.’’
Volgens Van der Bij moeten ouders én overheid hun verantwoordelijkheid nemen in het kinderen leren omgaan met de telefoon. ,,Leerlingen klagen soms over te weinig slaap, omdat ze tot één of twee uur ‘s nachts hebben liggen chatten. Dan hebben ze de volgende dag moeite met concentreren. Het is een kwetsbare leeftijd. Ouders zouden hun kinderen best mogen stimuleren de telefoon een uur voor het slapen gaan weg te leggen. Dat ding bevat nou eenmaal heel veel onrust. En de overheid heeft een regulerende en voorlichtende rol bij bijvoorbeeld alcoholgebruik. Dat zou bij het gebruik van smartphones ook best mogen.’’
Natuurlijk kan de telefoon ook voordelen hebben in de les, weet Van der Bij. Er kan informatie op worden opgezocht, of er kan een klassikale interactieve quiz georganiseerd worden. Maar de nadelen zijn soms vervelender, zoals wangedrag in een groepsapp. ,,En er wordt wel eens een film gekeken als ze even voor zichzelf moeten werken.’’
Een telefoon afpakken heeft Van der Bij nog nooit gedaan. ,,Ik ga altijd in gesprek. Alleen met duidelijke afspraken kun je ervoor zorgen dat de telefoon niet een nog grotere stoorzender wordt in de klas.’’
Mobieltas
Johan Magré (34) is docent geschiedenis en maatschappijleer op osg Sevenwolden in Heerenveen. Op de locatie waar hij werkt wordt één lijn getrokken wat telefoons in de klas betreft: in elk lokaal hangt een zogenaamde mobieltas, waarin bij aanvang van elke les de mobieltjes moeten verdwijnen. ,,En daarna wil ik ze ook niet meer zien.’’
,,Het vergt een investering, je moet zo’n nieuwe gewoonte er als het ware ‘inrammen’. Maar net als jas aan de kapstok en geen snoep of eten mee de klas in hoort dit er nu ook bij.’’ Magré hoort steeds minder bezwaar en protest. ,,Ik merk dat het rustiger is. Er is meer concentratie. Ik durf wel te voorspellen dat als ik mijn dertig havoscholieren nu zou vragen of ze het erg vinden, dat negen van de tien dan nee zeggen.’’
Voor het opzoeken van informatie hebben ze de telefoon in elk geval niet nodig: ze hebben allemaal een iPad. Beperkingen van hogerhand, zoals een recent proefballonnetje uit de landelijke politiek dat pleitte voor een algeheel smartphoneverbod op scholen, ziet Magré niet zitten. ,,Als professionele docent of school los je dit zelf op.’’ Magré is er wel voorstander van dat op een school één lijn wordt getrokken. ,,Anders wordt het verwarrend.’’
Tessa en Catharina (beiden 16 en ,,uit de omgeving van Drachten’’) mogen hun telefoon inmiddels allebei wél meenemen naar hun slaapkamer, maar dat was niet altijd zo. ,,Vanaf mijn veertiende of vijftiende geloof ik’’, denkt Tessa. Ze zit ,,wel veel’’ op haar telefoon, denkt ze zelf. Hoeveel uur precies weet ze niet. De beide meiden gebruiken alle gebruikelijke sociale media.
Op school moet de telefoon in de tas blijven, en mag hij er alleen uit als de docent het zegt. ,,Om iets op te zoeken bijvoorbeeld’’, legt Catharina uit. Zij heeft zelf een schermtijdlimiet op haar telefoon gezet. ,,Omdat ik vond dat ik er te veel op zat.’’ Van zichzelf mag ze nu drieënhalf uur per dag op haar telefoon. Als die tijdslimiet bereikt is, blokkeert het apparaat. ,,Dan moet ik een code intoetsen. Die weet ik zelf, maar dat doe ik eigenlijk nooit. Dat is voor mij een teken dat het wel even genoeg is.’’
Een nadeel van de telefoon is dat je er te veel door binnen blijft zitten, vindt Tessa. Beide meiden hebben overigens intensieve buitenhobby’s: Tessa doet aan mountainbiken en Catharina aan paardrijden.