Jens Enemark in de naar Kees Wevers vernoemde vogelkijkhut op de kwelders bij Holwert, met de Waddenzee en Ameland op de achtergrond. Foto: Marcel van Kammen
Een recreatiegebied van Zuid-Franse allure. In een half uurtje zouden vastelanders op het strand zitten en na het avondeten nog een duik in zee kunnen nemen. Bijna was Ameland geen eiland meer.
Dit beruchte Tweedammenplan werd in juni 1965 met kleurige brochures en veel aplomb door het provinciaal bestuur van Friesland gelanceerd in een school in Nes op Ameland.
Indirect leidde dit inpolderingsplan juist tot de bescherming van de Waddenzee zoals die nu is, zegt Jens Enemark. „De discussie kwam in een stroomversnelling.” Het Tweedammenplan was een pro-actieve stap van de provincie, met de gedachte dat de Waddenzee toch wel zou worden ingepolderd. „Dat werd algemeen gedacht, maar zulke inpolderingsplannen waren er helemaal niet. Althans niet van de Rijksoverheid, niet met een officiële status.”
Tot die ontdekking komt Enemark, die al vier jaar werkt aan een promotieonderzoek over de totstandkoming van de bescherming van de Waddenzee. De 76-jarige Deen, die sinds 1982 in Zuidhorn woont, was de eerste directeur van de Nederlands-Duits-Deense Samenwerking ter bescherming van de Waddenzee (van 1987 tot 2014).
Hoogst verontwaardigd
Enemark vermoedt dat de in Friesland „buitengewoon gerespecteerde” commissaris van de Koningin Hans Linthorst Homan de instigator van alles was. „Hij wilde zich inzetten voor de economische ontwikkeling van Noordoost-Friesland. Drachten had Philips, Harlingen de haven, Noordoost-Friesland bleef achter. Dat gebied was in de verdrukking gekomen, de mensen trokken weg. Ik kan het niet 100 procent bewijzen, maar achter de schermen reageert hij hoogst verontwaardigd als natuurbeschermers het plan afwijzen.”
De voorpagina van de brochure Wat met het Wad, opgesteld door Het Ontwikkelingschap De Kleibouwstreek en de Stichting Landaanwinningsbelangen Noord Friesland. Scan: Jens Enemark
Het door twee regionale clubs ontwikkelde Tweedammenplan kon een enorme impuls betekenen voor de kleibouwstreek, valt te lezen in het archief van de Leeuwarder Courant. ‘Tot dusverre was de kleibouwstreek het eindstation: daarachter hield de wereld op. Nu zou de streek plotseling een zeer begerenswaardig achterland krijgen’.
Spoorlijn naar Ballum
Wie over het ‘wensplan’ leest begint het te duizelen van de grootsheid. Er zou een dam van tien kilometer tussen Ternaard en de oostkant van Buren worden aangelegd. En een dam van 15 kilometer tussen Zwarte Haan en de zuidwestpunt van Ameland. Van Leeuwarden zou je via Stiens en Oudebildtzijl naar Ballum kunnen rijden. En van Dokkum via Ternaard naar Buren. Er zou zelfs een spoorlijn kunnen komen tussen Leeuwarden en de Amelandse hoofdplaats Ballum.
„Het plan zou de recreatiemogelijkheden sterk verbeteren, ook langs de Friese kust”, vertelt Enemark. Er waren binnenmeertjes voorzien en er zouden meerdere bossen worden aangelegd. „En een deel van de polder was interessante nieuwe landbouwgrond voor aardappelteelt.” Het zou ook nog eens in het voordeel van Ameland zijn, valt te lezen in de LC. ‘Immers, tal van voorzieningen zoals bungalowparken en kampeerterreinen die anders eilandergrond zouden hebben geëist kunnen nu in de bosgordel ten zuiden van Ameland worden gerealiseerd’.
Terughoudend
„Maar het ging niet helemaal zoals de commissaris had voorzien. Die dacht dat het Rijk dit plan met open armen zou ontvangen”, verhaalt Enemark. Het Rijk, dat voor de financiering en de vergunningen zou moeten zorgen, reageerde zeer terughoudend. „Want er waren helemaal geen indijkingsplannen.”
De Deense historicus en politicoloog geeft aan dat in die tijd her en der inpolderingsplannen waren. Indijking van de Lauwerszee was al gaande, maar verderop langs de Groningse kust en bij de Dollard en bij Den Helder woedden nog discussies over wel of niet indijken. „Al die plannen en nu weer een plan, het Rijk verloor de controle.”
Ingezonden brief
Tegelijk was in de jaren zestig naast de provo’s en de Dolle Mina’s de natuurbescherming in opkomst. Het Tweedammenplan van Friesland wekte verzet op, waaronder de bekende ingezonden brief van de 15-jarige Kees Wevers in De Telegraaf. Het resulteerde in de oprichting van de Waddenvereniging, deze maand zestig jaar geleden.
Schets van het Tweedammenplan. De geplande weg van Leeuwarden naar Ballum liep dus niet parallel aan de dam. Scan: Jens Enemark
„Achter de schermen was er al discussie over bescherming van de Waddenzee. Natuurmonumenten en rijksinstituten bogen zich daar al over. Ze wilden leren van de fouten die waren gemaakt bij de aanleg van de Deltawerken, na de overstroming van Zeeland in 1953. Hoe zorgen we dat de Waddenzee in tegenstelling tot de Delta helemaal niet verloren gaat voor de natuur?”, vertelt Enemark.
Tij mee
Kees Wevers had het tij zestig jaar geleden mee, zegt Enemark. Wadlopen kwam net opzetten. „Meer en meer mensen wilden de Waddenzee beleven. Zijn vereniging was niet alleen voor natuurbeschermers. Ook vissers, recreanten en eilanders die de eilanden wilden behouden, sloten zich aan. Binnen vijf jaar had de Waddenvereniging 10.000 leden, veel voor die tijd.”
Jens Enemark in de Kees Weverswadpost op de kwelders bij Holwerd. De vogelkijkhut is in 2015 door Staatsbosbeheer geschonken aan de Waddenvereniging vanwege het toen 50-jarig bestaan. Foto: Marcel van Kammen
Een door het kabinet opgerichte Waddenzee-commissie zoomde in op alle indijkingsplannen en het Tweedammenplan naar Ameland. „Geen goed idee: niet doen, kwam daar in 1974 na jaren studie uit”, zegt Enemark. De provincie was twee jaar eerder al vanwege geldgebrek gestopt met het project. „Toen de commissaris het plan lanceerde, was de gedachte dat er anders altijd nog één dam aangelegd kon worden. Maar de geest was uit de fles. De meeste Amelanders wilden het niet, de vissers ook niet en het Rijk zag er – ook omdat slibtransport er sterk door beïnvloed werd – helemaal niets in.”
Tunnel of brug
Ooit lag er tien jaar lang (tussen 1872 en 1882) een veerdam naar Ameland, de resten ervan liggen nog in het wad. Door de problemen met de bereikbaarheid van Ameland door dichtslibbende vaargeulen, blijft het idee van de aanleg van een tunnel of brug oppoppen.
Dagelijks blijven baggeren, zoals nu het geval is, is met het oog op financiën en natuur onwenselijk. Sinds ruim zes jaar wordt er gestudeerd op een toekomstbestendige oplossing. De aanleg van een brug of tunnel is als eerste van drie scenario’s afgevallen. Verplaatsen van de veerhaven naar Ferwert of optimaliseren van de veerhaven in Holwert liggen nog op tafel.
Tweede Kamerlid Willem Boutkan (PVV) vroeg vorige maand nog in een debat hoe houdbaar een veerverbinding is en of er toch niet weer naar een tunnel gekeken moet worden. Dat gaat niet gebeuren, antwoordde staatssecretaris Thierry Aartsen (VVD). „De verbinding met Ameland zal blijven met veerdiensten.”