Zeehonden in de Eemsdelta bij de Punt van Reide. Foto: Liselotte Schüren
De populatie gewone zeehonden in de Waddenzee stagneert sinds 2012. De laatste vier jaar is er gemiddeld zelfs sprake van een daling. Onderzoekers van de Wageningen University & Research gissen naar de oorzaak.
De onderzoekers zien aan de tellingen wel dat het aantal jongen dat volwassen wordt, afneemt, vooral door lage overlevingskansen. Bovendien zijn migratie en ziekte uitgesloten, zegt onderzoeker Sophie Brasseur.
,,Ziekte was in 1988 en 2002 de oorzaak van afname, maar van de zeehondenopvangen weten we dat daar nu geen sprake van is.” Zeezoogdiertelgroepen in andere Noord-Atlantische gebieden met zeehonden hebben in geen enkel land een grote toename waargenomen. ,,Migratie sluiten we daarom ook uit.”
Concurrentie van bruinvis en grijze zeehond
Als mogelijke oorzaak noemen de tellers van het instituut Wageningen Marine Research concurrentie met de in aantal groeiende bruinvissen en grijze zeehonden in de Noordzee, waar de gewone zeehond voornamelijk zijn voedsel haalt. Ook de enorme toename van menselijke activiteit op zee in de vorm van scheepvaart, zandwinning en de aanleg van windparken speelt wellicht een rol.
Jonge en volwassen zeehonden op de Richel tussen Vlieland en Terschelling. Foto: Neeke Smit
In het hele Waddengebied, dat zich uitstrekt tot in Duitsland en Denemarken, zijn afgelopen augustus tijdens het rui-seizoen 23.772 gewone zeehonden geteld. Dat zijn er overigens zo’n 5 procent meer dan in 2023. In het Nederlandse deel van het Waddengebied was wel voor het vierde jaar op rij sprake van een kleine afname, tot 6604 in 2024.
De zeehondenpopulatie heeft zich de vorige eeuw gestaag hersteld van de zeehondenjacht, die in de jaren zestig is verboden. Tot de jaren negentig zwommen er amper duizend gewone zeehonden in de Waddenzee, de grijze zeehond was een zeldzaamheid.
Natuurlijk evenwicht?
Zou het kunnen dat sinds 2012 het natuurlijk evenwicht is bereikt voor de zeehond in de Waddenzee? ,,Dat zien we niet, want volwassen zeehonden vinden voldoende voedsel”, reageert Brasseur. ,,Als er te weinig eten zou zijn, zouden er niet zoveel pups geboren worden. Dat is een heel energierijk gebeuren. Een vrouwtje is zo’n 80 kilo en krijgt een jong van 10 kilo, dat al snel groeit naar 20 of 30 kilo, dat kost heel veel energie.”
Voor pups moet er wel wat veranderd zijn, vervolgt Brasseur, die op Texel woont en al sinds eind jaren negentig meedoet aan de zeehondentellingen. ,,Na 2012 zagen we bijna van het ene op het andere jaar de groeisnelheid van de aantallen veranderen: van 9 procent naar 0 of 1 procent. Er is toen iets plots veranderd in het systeem: maar wat?”
De onderzoekers van de WUR willen heel graag de oorzaak onderzoeken. Vooralsnog ontbreekt de financiering ervoor. ,,Onze opdracht is jaarlijks tellen. Maar als je wilt begrijpen hoe het werkt, is er meer onderzoek nodig. Als het aantal kinderen op school terugloopt, wil je op een gegeven moment toch ook weten: waarom was je er niet?”