De Friese oud-Stadjer Herke van der Weij bij zijn presentatie als eerste regenboogambassadeur van Groningen door gedeputeerde Pascal Roemers (links). Foto: Corné Sparidaens
In zijn tijd als jonge werkstudent in Groningen was het vaste prik: op zaterdag naar de homokroeg en daarna dansen in de Golden Arm. Herke van der Weij (47), de eerste regenboogambassadeur van Groningen, heeft ze allemaal zien verdwijnen.
Het is misschien wel zijn belangrijkste motivatie om naar voren te stappen als belangenbehartiger voor jonge én oudere lhbti+’ers in Groningen. „Ik gun iedere inwoner van Stad en Ommeland de veiligheid en het gevoel van vrijheid dat ik hier heb ervaren in mijn eigen jongvolwassen jaren.”
Van Friesland naar Stad naar Utrecht
De geboren Fries (Heerenveen 1978) studeerde nog aan de Hogere Hotelschool in Leeuwarden toen hij naar Groningen trok. Hij werkte jaren als receptionist en later als salesmanager in het Hotel de Ville tot hij verkaste naar Utrecht. Daar woont hij nog steeds (al zijn er voorzichtige plannen voor een terugkeer), maar van de horeca heeft hij zijn werkveld al jaren geleden verlegd naar advieswerk over sportbeleid voor gemeenten en sportkoepel NOC*NSF.
Ook in zijn oude stad is in de afgelopen twintig jaar veel veranderd, constateert Van der Weij woensdag bij zijn presentatie als eerste regenboogambassadeur van de provincie. Gelegenheden waar jonge lhbti+’er veilig kunnen uitgaan, zijn er niet meer. „En ik kan me voorstellen dat dat voor jongeren van pakweg 14 jaar tot en met de studententijd als een gemis wordt ervaren.”
Maar dat is niet het enige wat is veranderd. De acceptatie van de lhbti+-community is in dik twee decennia hard achteruit gehold. De nieuwe regenboogambassadeur zet de feiten op een rij. „In 2006 stond Nederland op plek 5 op de European Rainbow Index, ondertussen zijn we afgezakt naar plek 14.”
‘Lhbti+-discriminatie steeg tweeënhalf keer’
En Groningen onttrekt zich niet aan de algemene maatschappelijke trend van groeiende uitsluiting en agressie, weet Van der Weij. „Volgens de Discriminatiemonitor lag het aantal discriminatiemeldingen in deze provincie in 2024 tweeënhalf keer hoger dan het het jaar daarvoor.”
Hoe zich dat verhoudt tot andere regio’s, heeft de regenboogambassadeur niet precies paraat. „Maar tweeënhalf keer meer binnen een jaar klinkt voor mij niet goed. Bovendien wijst de jaarlijkse Staat van Onderwijs-monitor uit dat lhbti+-leerlingen zich hier onveiliger voelen dan de gemiddelde scholier. Ook dat lijkt me zorgelijk.”
Er is dus werk aan de winkel, beseft Van der Weij. Het eerste waar hij zich als regenboogambassadeur op stort is de sport. Niet alleen vanwege zijn professionele achtergrond en bestuurswerk voor de John Blankenstein Foundation, de organisatie die zich inzet voor lhbti+-sporters als postuum eerbetoon voor de in 2006 overleden oud-profvoetbalscheidsrechter.
Sport is eerste speerpunt als ambassadeur
De sport is óók zijn eerste speerpunt omdat hij daar het snelst forse stappen kan zetten in zijn strijd tegen discriminatie. verwacht Van der Weij. Misschien wel vooral dankzij het voorwerk van zijn Drentse collega Henk Nijmeijer, die als ‘kwartiermaker’ de zoektocht naar een Groningse evenknie leidde in opdracht van de provincie.
In Drenthe scoorde Nijmeijer met de ‘Veilige Kleedkamer’: een vignet voor sportverenigingen die actief werk maken van de sociale veiligheid van (jeugd)leden met een lhbti+-achtergrond. Vijftig Drentse clubs in alle takken van sport hebben zich inmiddels aangesloten bij het project dat (inter)nationaal aandacht trok. Ook een vergelijkbaar Drents project groeit als kool: de Veilige Schoolklas.
Ook in Groningen zal de regenboogambassadeur daarmee impact maken, verwacht gedeputeerde Pascal Roemers. In Stad en Ommeland gebeurt al wel het nodige op dit vlak, met de Pride-manifestatie (dit jaar op 20 juni) als vlaggenschip. Maar het aanbod is lokaal, versnipperd en kleinschalig. Als aanjager en verbinder zal Van der Weij dat (te beginnen met 8 uur per week) dat verder brengen, verwacht Roemers.
‘Iedereen moet op straat hand in hand kunnen lopen’
„Sport en onderwijs zijn de belangrijkste pijlers onder de ontwikkeling van kinderen”, stelt de Groninger gedeputeerde. „Ik denk dat het heel goed is als we daar kunnen helpen om iedereen zich veilig en vrij te laten voelen en te laten zien dat iedereen gelijk is en hand in hand op straat moet kunnen lopen zonder dat we daar wat van vinden.”