Henk Nijmeijer, de Drentse regenboogambassadeur, tijdens de World Pride in Washington DC over De Veilige Kleedkamer. Foto: Eigen foto
Hoe maak je van de kleedkamer op de sportclub een plek waar iedereen zich op zijn gemak voelt? Regenboogambassadeur Henk Nijmeijer was donderdag in Washington DC om tijdens lhbtiq+-evenement World Pride te vertellen over het Drentse project ‘De Veilige Kleedkamer’.
Dag Henk. Hoe raakt de regenboogambassadeur van Drenthe in de hoofdstad van Amerika verzeild?
„Ik kwam op de radar van mensenrechtenorganisaties omdat ik me bezighoud met de Pride (een jaarlijks terugkerend lhbti-evenement, red.) in de Baltische staten. Die organisaties hielden zich bezig met inclusieve sportprogramma’s, net als wij in Drenthe doen. Maar zij richten zich vooral op topsport in plaats van lokale verenigingen. Met het project ‘De veilige kleedkamer’ doen we dat wel. Uiteindelijk werd ik gevraagd om een workshop te geven op de World Pride, hier in Washington. Twee weken geleden sprak ik hierover bij de Raad van Europa in Malta en binnenkort ga ik naar Lissabon.”
Wat is De Veilige Kleedkamer precies?
„Het is een regionaal programma dat ondersteuning biedt aan sportclubs die een veilige omgeving willen worden voor iedereen. Of je nu een andere huidskleur of religie hebt, of transgender of homo bent. Het draait erom hoe je als sportclub met al die vormen van mogelijke discriminatie om kunt gaan, zodat de vereniging voor iedereen een veilige omgeving wordt.”
Waarom is dat belangrijk?
„Nou, de cijfers liegen er niet om. 700.000 mensen in Nederland voelen zich niet welkom in de sport. Dat is een groot aantal, schrikbarend. 70 procent van alle atleten in Nederland ervaren een vorm van grensoverschrijdend gedrag. 63 procent van de lhbti-ers horen ongepaste grappen. Unesco (de culturele organisatie van de Verenigde Naties, red.) noemt sport zelfs het laatste bolwerk waar uitsluiting normaal is. Dat is wat. Klaarblijkelijk mogen we in de sport mensen uitsluiten. Dat kan natuurlijk niet.”
Hoe krijg je sportclubs mee in dit project?
„De eerste vraag die wij stellen is : wat voor club wil je zijn? En daarna: wil je een club zijn voor iedere sporter? Op die vraag kun je natuurlijk alleen maar ja zeggen. Maar er is moed voor nodig om zo’n vereniging te worden. Want hoe ga je om met een voetballer die zich homofoob gedraagt? Hoe ga je om met schreeuwende ouders langs de kant? Of met weerstand, bijvoorbeeld als ouders het ‘woke’ vinden? Dat is niet eenvoudig. Wij ondersteunen clubs daarin.”
Dit project gaat over inclusie en diversiteit, thema’s die in Amerika onder druk staan nu Trump president is. Hoe is het voor jou om daar nu te zijn?
„Aanvankelijk vond ik het spannend om naar Amerika te gaan. Er gaan natuurlijk allerlei verhalen over mensen die het land niet in komen omdat ze zich met dit onderwerp bezighouden. En ik heb op mijn sociale media wel wat opiniestukken staan. Maar goed, het was allemaal geen enkel probleem. Ik vind het belangrijk dat ik hier nu ben. Maar ik merk wel dat Trump hier het gesprek van de dag is.”
Wat bijzonder dat een Drents project de wereld over gaat.
Nijmeijer lacht. „Dat had ik inderdaad ook niet verwacht. Met dit project hebben we een idee ontwikkeld voor hoe we met elkaar een noodzakelijke cultuurverandering tot stand kunnen brengen. Zodat mensen niet uitvallen of tussen wal en schip belanden.”