Jan en alleman vergaapt zich altijd aan de maquette van Groningen die in de hal van het Forum staat. Ze zoeken naar herkenningspunten zoals hun huis, de Martinitoren, DOT en de Euroborg. Wethouder Inge Jongman bedacht dat de stad ook een sociale maquette nodig heeft.
,,Om zichtbaar te maken hoe mensen de stad maken door voor elkaar van betekenis te zijn, van een pannetje soep voor de buurvrouw tot de kantinedienst op de voetbalclub.’’ Het resulteerde voor Let’s Gro 2025 in een boekje en een fotovloer in het Forum waarin 56 Groningers in het licht staan. Vier van hen komen hier aan het woord.
Randall Martina (36), basketballende jongerencoach, geboren en getogen in Groningen, woont sinds 5 jaar in Haren:
,,Groningen is de stad waar ik alles heb meegemaakt. Mijn ouders komen van Curaçao en gingen naar Nederland voor een betere toekomst voor hun kinderen. Mijn geboorte ging niet van een leien dakje en de artsen vertelden mijn ouders dat ik verstandelijk gehandicapt was.
Met dat label begon mijn leven. De eerste jaren zat ik op internaten en speciaal onderwijs. Toen ik een jaar of 8 was, kwam juf Jeltje in mijn leven. Zij keek wie ik was, ze praatte met me en ze constateerde dat er volgens haar niks mis was met mij.
Vanaf dat moment stroomde ik in in het reguliere basisonderwijs, in groep 4 was het. In groep 8 kreeg ik vwo als schooladvies. Het maakte mijn moeder trots en tegelijkertijd reageerde ze terughoudend.
Eigenlijk heb ik als kind drie werelden leren kennen. Die van kinderen die weinig konden, daarna die op de basisschool de straatcultuur waarbij ik een keer ben gesnapt door de politie toen ik iets stal in een winkel. Hij bracht me thuis en de uitbrander die ik van m’n moeder kreeg, zorgde voor een keerpunt. En het derde type wereld was die van de middelbare school waar ik tussen kinderen zat wiens ouders niet waren gescheiden, die een welvarend leven leidden in een groot huis.
Na het vwo ging ik sociologie studeren. Ik liep stage bij de provincie, maar wilde iets anders. Ik heb gastlessen voor Unicef gegeven, ik ben drie jaar leerkracht geweest in het voortgezet speciaal onderwijs en toen leerde ik YETS kennen, Youth Empowerment Through Sports. Basketbal is mijn middel.
Ik zet schoolbasketbalteams op die voelen als familie. Ik werk op de Kluiverboom in Lewenborg met jongeren. We trainen samen, maken huiswerk, eten samen en hebben contact. Je kunt het sociale integratie noemen, ik zeg vaak dat ik probeer het verschil te maken voor deze jongeren, dat dit een manier is om te voorkomen dat ze uitvallen.
Ik ben dagelijks op school, ik zie de jongeren opbloeien en hoop ze te helpen om volwaardig mee te kunnen doen in de maatschappij. Daarom doe ik graag mee aan de sociale maquette van Let’s Gro, een festival waarvan ik dacht dat het over kunst en cultuur ging, maar het is breder dan dat. Het is een sociale broedplaats. En Groningen heeft het nodig dat het zich meer uitspreekt over wat wij als inwoners uit het leven kunnen halen.’’
Randall Martina. Foto: Jedidja Smalbil
Jacquelien Frank (60), arbeidsongeschikt, woont in Lewenborg:
,,Jaren geleden kwam ik door omstandigheden terecht bij de voedselbank, wat ik helemaal niet wilde, ik schaamde me. Ik heb er veel aan gehad, ik werd er echt geholpen en ik besloot er, toen het beter met mij ging, vrijwilliger te worden.
Ik ben ook buddy geweest voor een depressieve man, via Humanitas. Ik was zijn schakel naar de buitenwereld. Nu wandel ik met Henk, een man met MS die even verderop woont, door Lewenborg. Heel gezellig en goed voor ons.
Toen ik 7 jaar was, ben ik aangereden door een man die uit het café kwam en veel te hard reed. Door dat auto-ongeluk lag ik 9 weken in coma, ik was aan mijn linkerzijde verlamd, ik heb meer in het ziekenhuis gelegen dan dat ik op school zat.
Mijn ouders stonden op de markt met noten, pinda’s en zuidvruchten. Op de markt leerde ik lopen en praten.
Let’s Gro kende ik niet, maar nu wel omdat ik deel uitmaak van de sociale maquette. Het is leuk om Groningen op een andere manier te leren kennen. Het is mijn stad, mijn ouders en grootouders zijn er geboren, ik hou van de stad, van de Martinitoren tot de Grunneger Kouk.’’
Jacquelien Frank. Foto: Jedidja Smalbil
Jolien van der Berg (43), huismoeder, woont al meer dan 20 jaar in De Wijert
,,Ik kwam naar Groningen voor mijn opleiding en voor de liefde. Ik hou van de stad, ik zou hier nooit meer weg willen, omdat ik me hier thuis voel.
Dat gevoel van thuis deel ik graag. Zo leerde ik via het schoolplein een Nigeriaanse moeder van drie kinderen kennen, ik maakte haar een beetje wegwijs in de wijk. We zijn bevriend geraakt, onze kinderen spelen samen.
Let’s Gro kende ik niet, maar nu wel via de sociale maquette. Ik vind dat een mooi initiatief. Het sociale gebeuren, elkaar aanspreken en elkaar betrekken bij het leven is belangrijk. Goed dat de gemeente een festival organiseert dat oog heeft voor dergelijke zaken. Inspirerend.’’
Jolien van der Berg. Foto: Jedidja Smalbil
Loesje Drenth (35), werkzoekend, woont sinds haar 18de in Groningen:
,,Ik heb in de nachthoreca gewerkt en ik heb zodoende oog voor mensen voor wie de nacht minder gezellig uitpakt. Ik heb geregeld gevraagd of alles oké was en liep dan een stuk mee.
Ik organiseer nu Niet alleen in het donker, een wandeling tegen seksueel geweld en straatintimidatie. Daarnaast ben ik lid van de Nachtraad.
Naar elkaar omkijken kost je niks, maar levert je wel veel op: een goed gevoel voor jezelf en de ander. Groningen is een wereldstad in het klein, er wonen mensen van superrijk tot superarm. Sommige mensen worden nooit gezien. Geef ze eens een knipoog, probeer iets aardigs te zeggen.
Ik vind Groningen een fijne stad omdat ik er m’n netwerk heb, m’n vrienden. En omdat jong en oud er zo goed mixen. Daar heb je wat aan, dat is leerzaam.
Ik kende Let’s Gro omdat ik twee jaar geleden in een panel zat om mee te praten over veiligheid in de nacht. De sociale maquette laat zien wie Groningen maken.’’