Kon hij maar kunstschaatsen, dat leek hem de perfecte samensmelting van dans en muziek. Patrick Sanches had meer van zulke wensdromen: speels en doordacht, verwonderd en nieuwsgierig. Hij stierf afgelopen april op 63-jarige leeftijd.
De lach van Patrick Sanches reikte ver. Die begon voorzichtig, zwol in volume aan en klaterde uiteindelijk door de hele ruimte. Patricks gezicht en lijf lachten uitbundig mee.
Het schateren kon zijn omdat hij net een cartoon van Gummbah in de Volkskrant had bekeken, omdat hij Lubach iets geestigs had horen zeggen of omdat hij een dubbele bodem herkende in een uitspraak van een vriendin.
Patrick Sanches op een van de Soultrain-feesten. Foto: eigen foto
Patrick was veelzijdig: hij vond plezier in duizend-en-een-dingen. Van fotograferen tot frisbeeën, van de vrijdagse versmarkt in Groningen tot een nieuwe, goeie speelgoedzaak in de binnenstad.
Hij had oog voor detail. Dat kwam tot uiting in zijn fotografie, in zijn manier van vertellen en koken. In het inrichten van zijn huis: zijn veilige plek waar hij graag in zijn hangmat lag, Zomergasten keek, poëzie las, de kranten spelde.
De lach was er niet altijd. Patrick kon ook precies zijn en ernstig. Principieel. Dan praatte hij als Brugman om zijn kant van het verhaal te onderbouwen, overtuigd van zijn eigen gelijk.
En hij werd ziek. Het bleek om de ziekte van Lyme te gaan die steeds heviger complicaties met zich meebracht. Afgelopen april kon hij niet meer verder leven: thuis in Beerta stierf hij, hij werd 63 jaar.
Van Paramaribo naar Groningen
Patrick Sanches werd geboren in 1961 in Paramaribo, als derde in een gezin van zes kinderen. Zijn ouders gingen uit elkaar toen hij jong was. Patrick groeide grotendeels op bij zijn moeder en stiefvader.
Als kind was hij verslingerd aan lezen. Het gaf hem antwoorden op zijn eeuwige nieuwsgierigheid. Hij wilde advocaat worden of Nederlands studeren.
Als opgroeiende jongen in Suriname had hij het niet altijd makkelijk, omdat de situatie thuis soms onvoorspelbaar was. Zijn vader was veelal op afstand, zijn stiefvader kon slecht omgaan met zijn gevoeligheid. Op zeker moment moest Patrick naar een internaat.
Slechts spaarzaam deelde hij de ervaringen uit zijn jonge jaren, al ligt daar misschien de sleutel van zijn hang naar volkomen eerlijkheid, zijn verlangen naar diepe verbondenheid.
Hij werd leraar in Paramaribo en de studenten liepen met hem weg, omdat hij altijd in was voor hun verhalen en tegelijkertijd veel van zijn ideeën met hen deelde. Na een aantal jaren wilde hij meer en besloot hij Suriname te verlaten om Nederlands te studeren aan de RUG in Groningen. Ook al moest hij zich een slag in de rondte werken om zijn studie te bekostigen; hij ervoer grote vrijheid nu hij weg was van huis.
Op festival Oerol vond hij alles
Hij was een graag geziene gast in het Platform Theater waar hij ook werkte. Hij was DJ, mede-organisator van de Soultrain-feesten en hij werkte jarenlang in platenzaak Plato. Onuitputtelijk was zijn kennis over muziek - van jazz tot latino, van soul tot punk. Ging hij slapen, dan nog luisterde hij naar een bandje dat hij kende of wilde leren kennen. Music is my blanket, zei hij vaak. Of: Muziek is m’n dagboek.
Oerol was de ideale wereld voor Patrick. Foto: eigen foto
Na Plato ging hij als leraar Nederlands en Culturele Maatschappelijke Vorming aan de slag op de scholengemeenschap in Leek. Hij kreeg het voor elkaar dat hij in het voorjaar, buiten de schoolvakanties om, vrij kreeg zodat hij naar festival Oerol op Terschelling kon. Daar vond hij alles: muziek, dansen, vrijheid, natuur, mensen en de wind om zijn kop als hij van de ene naar de andere kant van het eiland fietste. Leeftijdsloos en onbezorgd.
Daar werd hij niet geplaagd door de clusterhoofdpijnen waardoor hij geregeld aan huis gekluisterd was en waardoor hij niets of niemand kon verdragen. Het leek de voorbode te zijn van erger: een van de eerste verschijnselen daarvan was een duizeligheid waardoor hij viel. Na verloop van tijd bleek hij als gevolg van een tekenbeet de ziekte van Lyme onder de leden te hebben.
Het leven werd zwaar
Hij kreeg er zo veel last van dat hij in 2016 volledig werd afgekeurd. Toen al werd zijn wereld kleiner, al ging hij nog graag met zijn vriendin op reis naar zijn broer in Albanië, of naar zijn dochter op Curaçao. Steeds slechter kon hij tegen geluid en licht, vandaar dat hij in 2020 met zijn vriendin besloot de stad te verlaten. In een rustiger omgeving gedijde hij beter, hoopte hij.
Ze vonden een huis in Beerta, waar hij z’n groene vingers tot wasdom liet komen. De tuin en de kas waren hem lief, hij kon zich verliezen in het maken van sieraden uit palmpitten, van kunst uit epoxy: uren was hij in de weer met boortjes, beitels, vijlen en schuurpapier. Altijd in voor het beste resultaat.
Afgelopen twee jaar gingen de luiken dicht. De ziekte van Lyme veroorzaakte zo veel ongemak dat lopen en slapen slechts met grote moeite gingen, het leven werd zwaar. Hij fotografeerde soms een bijzondere bloem in de tuin, een zonsondergang vanuit het slaapkamerraam. Buiten kwam hij nauwelijks. Heel sporadisch ging hij samen met z’n vriendin een visje eten in Winschoten.
Kwam er bezoek, dan laadde hij zich op en kreeg hij het voor elkaar om de energieke versie van zichzelf tevoorschijn te halen. In 2023 lukte dat nog toen zijn dochter met haar twee zoontjes over kwam. Een feestelijker combinatie dan Patrick en kleine kinderen was nauwelijks denkbaar.
De laatste weken wilde het niet meer. Op de dag van zijn overlijden lag het boek dat hij las (van Glenn Helberg) open op hoofdstuk 13, De Dood. ‘Ween niet. De dood is niets, ik ben slechts aan de andere kant. Ik ben mezelf, jij bent jezelf. Wat we voor elkaar waren, zijn we nog altijd.’
Patrick is in kleine kring begraven, precies zoals hij het had bedacht: met door hem gekozen eten en muziek, met Surinaamse dragers. Want hij wilde dansend naar zijn graf.
Tijd van Leven
Dagblad van het Noorden portretteert in Tijd van Leven inwoners van Groningen of Drenthe die de afgelopen tijd zijn overleden. Suggesties? Mail naar: tijdvanleven@dvhn.nl