Hemmo Blaauw in Bommen Berend, één van zijn vaste adresjes. Eigen foto.
‘Ontwaakt, verworpenen der aarde’, klinkt het op het drukbezochte laatste afscheid van meester Hemmo Blaauw. Het strijdlied van de arbeidersbeweging wordt gezongen voor de man die bijna tot aan zijn levenseinde klaarstaat voor een ander, altijd met als rode draad: ieder mens mag er zijn.
Hemmo Blaauw (1943-2024) is nog piepjong als hij in conflict komt met zijn vroegere directeur van de Rijkskweekschool in Winschoten. Het zijn de roerige jaren zestig van de vorige eeuw. Een tijd van veranderingen en sociale protesten. Tegen de Vietnamoorlog bijvoorbeeld.
Hij is dan net uit de schoolbanken en heeft een baan gevonden op de openbare lagere school in de nabijgelegen buurtschap Meerland, die nu bijna is opgeslokt door Blauwestad. In die jaren is het een arme streek. Tot ver in de vorige eeuw stonden er vele arbeidershuisjes met een paar verenigingsgebouwen en een kleine dorpsschool. Daar staan hoofdmeester Piet Huisman en de net afgestudeerde Hemmo voor de klas.
Die heeft er dan al wat ’aktivistische jaren’ opzitten als lid van de zeer linkse Socialistische Jongeren Groep Winschoten (SJGW). Of het nu gaat over een wethouderverkiezing in Winschoten, de strokartonindustrie in Oost-Groningen, of het Griekse kolonelsregime, de SJGW bemoeit zich ermee.
Hemmo Blaauw bleef actievoeren. Foto: Eigen foto
Als zijn actiegroepje een teach-in-bijeenkomst houdt over de Vietnamoorlog en als Hemmo affiches wil ophangen in zijn oude school, vindt hij de directeur op zijn weg. Op de kweekschool wordt niet aan politiek gedaan. Het ’konflikt’ haalt zelfs de krant.
Het is een rimpeling op een lange weg die Hemmo gaat. Die gaat van Meerland en Winschoten naar het roerige Amsterdam en voert hem later weer terug naar Groningen.
Altijd in het café
Daar brengt de voormalige sociotherapeut en onderwijzer zijn jaren na de pensionering vaak in het café door. En dat voor een man die niet rookt en drinkt. Hemmo doet wat hij altijd deed: hij geeft mensen aandacht.
Hij heeft een vaste structuur: opstaan, douchen, aankleden en naar een café van keuze. In Groningen heeft hij zijn vaste adresjes zoals Bistro Bommen Berend en Huis De Beurs. Ook in de Groningse wijk Helpman, waar Hemmo woont, is hij een bekend gezicht.
Hij geniet van zijn krantje, croissantje, koffie en de dagelijkse contacten. Aan zijn vaste tafeltje voelt hij zich thuis. Met zijn korte baard en ontwapenende uitstraling biedt Hemmo een luisterend oor, vooral aan mensen die afwijken van het gemiddelde of die anderen links laten liggen, buitenbeentjes. Mensen zijn graag bij hem.
Soms is een gesprek met Hemmo al genoeg, terwijl anderen net dat extra duwtje in de rug nodig hebben om verder te kunnen. Hij steunt anderen al van jongs af aan en laat ze niet vallen, wat leidt tot levenslange contacten.
De ogen ten hemel
Hemmo Blaauw ziet vooral het positieve in mensen, maar is zeker niet naïef, zeggen zijn kinderen. Ze slaan weleens de ogen ten hemel als er weer iemand met een zielig verhaal aanklopt. Hemmo, die vaak heel goed weet hoe de vork in de steel zit, helpt toch. Ondanks zijn chronische hoofdpijn die hij sinds zijn 20ste heeft, blijft de onderwijzer vriendelijk en optimistisch. Chirurgische ingrepen en onderzoeken bieden geen verlichting en hij leert ermee te leven.
Zingen bij de afwas
De basis voor zijn zorgzame houding is gelegd in het Oldambt. Geboren en getogen in Midwolda groeit Hemmo op in een hecht arbeidersgezin met vier kinderen. Zijn vader, Jan Blaauw, werkt jarenlang in strokartonfabriek De Toekomst in Scheemda, terwijl zijn moeder, Wiene de Groot, het huishouden en de grote tuin bestiert.
Eén van zijn opa’s, opa Drieborg, zit voor de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) in de gemeenteraad van Beerta. De landarbeidersstaking van 1929 ligt nog vers in het geheugen. Tijdens deze staking, één van de langste in de Nederlandse geschiedenis, strijden zeker vijfduizend mensen voor hoger loon en betere arbeidsvoorwaarden. Zorgdragen voor een ander is dan ook de boodschap die Jan en Wiene hun kinderen meegeven. Je kunt iets betekenen voor de mensen, krijgen ze van huis uit mee.
Zingen bij het aanrecht
In het dan nog overwegend kerkelijke Midwolda kiest het gezin een ander pad. Vader Jan treedt op jonge leeftijd uit de kerk en kiest voor het socialisme. Het is vooral zijn moeder die Hemmo politiek motiveert. Soms op een ludieke manier als er onder het afwassen socialistische strijdliederen worden gezongen.
Zijn ouders werken hard om hun kinderen te laten doorleren. Na de mulo in Scheemda gaat Hemmo naar de Rijkskweekschool in Winschoten om meester te worden.
Hemmo sluit zich aan bij het SJGW en wordt op zijn 17de lid van de PvdA. Een partij die hij zijn leven lang trouw blijft, al heeft hij ook sympathie voor de pacifistische PSP en stemt hij ook wel eens communistisch. In Amsterdam maakt hij kennis met leden van de anarchistische protestbeweging Provo. Geregeld is hij in de hoofdstad te vinden, voor meetings of demonstraties. Met anderen wordt dan een VW-busje gehuurd.
In 1967 wordt weer een busje gehuurd., deze keer om te verhuizen. Amsterdam trekt hem, omdat het hier broeit en bloeit op politiek en cultureel gebied. Hemmo stort zich er middenin en vindt werk als leerkracht op een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Daarnaast is hij voogd voor meerdere probleemgezinnen. Het zijn juist de kinderen die het zo moeilijk hebben, die hij zijn aandacht geeft.
De jonge Oost-Groninger is in Amsterdam op z’n plek. De stad zit in zijn hart. Hij vindt er de liefde, doet veel aan sport en politiek en is een bevlogen fotograaf met een eigen donkere kamer.
Terug naar Groningen
In de jaren zeventig gaat er een bus terug. De woelige hoofdstad wordt verruild voor het rustige Winsum. Zijn jarenlange relatie met zijn vriendin is voorbij.
In Winsum wacht een nieuwe start in een huis met een grote moestuin naast de kerk. Hij houdt er zelfs bijen. Daar leert hij ook Gerry kennen, de moeder van zijn twee dochters. Hoewel de overgang groot is, bouwt hij in een mum van tijd weer een netwerk op. En als onderwijsmedewerker en sociotherapeut kan hij aan de slag in de Van Mesdagkliniek in Groningen.
Angst kent hij niet, ook al werkt hij met ‘de zwaarste gevallen’. Hemmo heeft een rustige, de-escalerende uitstraling en een sterk lichaam door zijn jarenlange karatetraining. Misschien komt hij zo op het idee voor een bijzondere sessie: op uitnodiging van Hemmo komt zijn eigen karatedocent in de tbs-kliniek sparren en trainen met Karate Bob, de Joegoslavische ex-spion die in 1973 drie Serviërs doodde, die hem wilden liquideren.
Uiteindelijk mist hij toch het contact met kinderen. Hemmo wordt weer meester. Op de Woonwagenschool in Hoogkerk kan hij als hoofd der school aan de slag en later wordt hij directeur op de J.C. van Andelschool. Een prachtige tijd heeft hij op de Van Heemskerckschool in Groningen, een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen die ooit is opgericht als een heropvoedingsschool.
Altijd tijd voor een knuffel en een kus
Het liefst was Hemmo er nog lang gebleven, maar ook hij moet een keer met pensioen. Geen nood, er is voldoende werk te doen bij het Ombudsteam van de PvdA. En als lieve en betrokken vader geniet hij ook intens van zijn rol als opa met altijd tijd voor een knuffel en een kus.
Aan nieuwe ideeën en dromen ontbreekt het niet. Hemmo is nog lang niet klaar met het leven als hij en zijn dochters het slechte nieuws van de oncoloog horen: ongeneeslijk ziek. Hij heeft veel dingen gedaan en geprobeerd in zijn leven en het had wat hem betreft nog wel zo door kunnen gaan. Op 22 juli 2024 overlijdt hij.
De bijeenkomst rond zijn uitvaart - in restaurant Weeva in hartje Groningen - is drukbezocht met mensen uit alle fases van zijn leven, uit het Oldambt, Amsterdam. De jongens van zmlk-school, de makkers uit het café zijn erbij als Hemmo, met op de revers van zijn colbert z’n ‘free Palestine’ speldje, wordt uitgedragen terwijl de klanken van de Internationale weerklinken.
’Kom zoals u bent’ staat er op de afscheidskaart van Hemmo Blaauw. Tot het laatst nam hij iedereen zoals hij was.
Tijd van leven
Dagblad van het Noorden portretteert inwoners van Drenthe of Groningen die de afgelopen tijd zijn overleden.