Charlotte Jacobs was de eerste vrouwelijke apotheker in Nederland. Foto archief Inge de Wilde
De blijvende aandacht voor Aletta Jacobs, dit voorjaar weer met een musical, is terecht. Echter: ook haar broers en zussen schreven geschiedenis en vooral Charlotte verdient meer bekendheid.
De nieuwe theatershow ALETTA de musical typeert Aletta Jacobs (1854–1929) als ‘een jonge vrouw uit het Groningse Sappemeer die, met al haar talenten en tekortkomingen, Nederland blijvend wist te veranderen’. Wat klopt. Ze was de eerste vrouwelijke promovendus en arts in Nederland, pacifist en een sleutelfiguur in de internationale vrouwenemancipatie.
Dezelfde wilskracht als Aletta
Minder bekend is dat ze uit een gezin kwam van elf kinderen en dat vijf ervan eveneens geschiedenis schreven en dezelfde wilskracht hadden. En, ook opvallend, Julius, Johan Rudolf, Eduard, Frederika en Charlotte verbleven kort of lang in Nederlands-Indië.
„De aandacht gaat vooral uit naar Aletta, maar Charlotte was minstens zo bijzonder”, verduidelijkt Inge de Wilde (1940), „ze voltooide de farmaciestudie, toog op eigen gelegenheid naar Indië en begon daar als eerste vrouw een apotheek. Geen geringe prestatie. En ook zij maakte zich sterk voor vrouwenemancipatie.”
Inge de Wilde schreef een boek over de broers en zussen van Aletta Jacobs. Foto: Eigen foto.
Bijzondere mensen
De Wilde publiceerde brieven van Aletta Jacobs, schreef over andere bijzondere vrouwen (zie kader) en is de auteur van ‘Een sterke wilskracht - Vijf ambitieuze broers en zusters van Aletta Jacobs (2018, Uitgeverij Passage)’.
„Ze wisten wat ze wilden en bleven ambitieus, ook bij tegenwind. Het is dat Groningse ‘kop der veur’. Het was niet allemaal prachtig wat ze deden, Julius schreef denigrerend over Balinezen en Johan Rudolf had echt zin om de plaatselijke bevolking in Atjeh te lijf te gaan, maar ‘t waren toch wel bijzondere mensen.”
De omslag van het boek over de bijzondere familie Jacobs uit Sappemeer. Foto: Uitgeverij Passage.
Als eerste vrouw een eigen apotheek
De oudste van de vijf en van het gezin was Julius Karel (1842-1895). Hij studeerde in Groningen voor arts, werd officier van gezondheid in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) en schreef spraakmakende boeken over etnografica en de koloniale strijd in Atjeh.
Julius Karel Jacobs. Foto: Fr. Jul. von Kolkow, Groningen.
Na hem komt Charlotte (1847-1916), de oudere zus van Aletta. Zij slaagde in 1881 als eerste vrouw in Nederland voor het apothekersexamen, opende in Nederlands-Indië als eerste vrouw een eigen apotheek, keerde na dertig jaar terug en streed zij aan zij met Aletta voor het vrouwenkiesrecht.
Renard, trein voor gewone wegen
Johan Rudolf Jacobs (1851-1906) werkte zich in Indië op tot luitenant-kolonel van het KNIL, werd directeur van de Nederlandse fabriek van oorlogsmaterieel, promootte het dynamietkanon en de Renard-trein, een trein voor gewone wegen en was de eerste commandant van Korps Nationale Reserve.
Hij schreef ook boekjes, zoals Neerlands driekleur in Neerlandsch Indië door Neerlands dapperen bewaakt. Schetsen uit het Indisch krijgsleven. Opgedragen aan de ridders der Militaire Willemsorde, beneden den rang van officier (Rotterdam, 1890).
Johan Rudolf Jacobs. Foto: Archief Inge de Wilde.
De eerste Joodse burgemeester
Eduard Jacobs (1855-1921) bleef slechts kort in Indië, maar werd na terugkeer in Nederland de eerste Joodse burgemeester in ons land, eerst in Lonneker, daarna in Almelo. Ook bleek hij een van de grondleggers van de Raiffeisenbank, die later opging in de Rabobank.
De Wilde: „Een zeer geliefde burgervader.”
Eduard Jacobs Foto: Spaarnestad Photo.
Frederika Jacobs (1857-1896) ontpopte zich eveneens als pionier. Zij mocht in 1871 als een van de eerste meisjes in Nederland op een jongens-HBS, behaalde MO-aktes in wiskunde en boekhouden, werkte als onderwijzeres en was de eerste schrijfster van wiskunde- schoolboeken.
Alle vijf kort of lang naar Indië
De Wilde: „Alle vijf gingen ze voor kort of lang naar Indië. Waarom is niet helemaal duidelijk. Er is veel over Aletta bekend dankzij haar autobiografie, Herinneringen (1924), maar er zijn weinig brieven van de anderen bewaard gebleven. Wat in ieder geval meespeelde was hun Joods zijn. Antisemitisme was er in Indonesië minder. Daarnaast zal het avontuur hebben gelonkt en de betere salariëring.”
Of de familie Jacobs, met zoveel talent, uniek was in die tijd durft De Wilde niet te zeggen, wel dat de gezamenlijke wilskracht eruit sprong. „Ze moesten er zelf ook iets van maken. Er was weinig geld in het gezin van plattelandsdokter Abraham Jacobs en zijn vrouw Anna de Jongh. Maar ze hebben zich allen via omwegen ontwikkeld.”
Aletta Jacobs en haar man Carel Victor Gerritsen in 1903 in Oostenrijk op fietsen van Fongers. Foto: Groninger Archieven.
Groningen een progressieve provincie
Hun geluk was bovendien dat Abraham een vooruitstrevende man was en ook zijn dochters stimuleerde. In de provincie Groningen heerste bovendien een progressief klimaat. Meer mannen stonden open voor vrouwenemancipatie.
Vanwege het ontbreken van briefverkeer, vermoedelijk vernietigd, is relatief weinig bekend over het onderling contact en of ze elkaar stimuleerden. In Indië, waar de afstanden groot waren, zagen ze elkaar soms kort of lang.
Aletta Jacobs was de eerste vrouw die afstudeerde aan een Nederlandse universiteit, eerste vrouwelijke arts en voorvechtster van het vrouwenkiesrecht. Foto: Fotograaf onbekend, Groninger Archieven
Frederika na 28ste verdwenen
Door het ontbreken van persoonlijke archieven is er niks van Frederika bekend na haar 28ste. De Wilde: „Ineens stopt de informatie. Waarom is een raadsel. Ze trouwde in Indië met een Duitser, dus wellicht zijn ze naar Duitsland gegaan. Maar dat is een vermoeden.”
Van de overige vijf kinderen gingen er nog drie naar Indië. De Wilde schrijft in haar boek dat er te weinig over Sam, Herman en Marianne bekend was voor een heel hoofdstuk. Karel overleed op jonge leeftijd en Emma woonde haar hele leven bij haar ouders thuis en na hun dood in een tehuis.
De Wilde vermoedt dat ze geestelijk of lichamelijk gehandicapt was. Aletta schrijft over Emma in Herinneringen: ‘Alle pogingen om haar althans eenigszins te wapenen voor den strijd om het bestaan, mislukten, meer door onmacht dan door onwil.’
Inge de Wilde
Inge de Wilde studeerde Franse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde op Nieuwe deelgenoten in de wetenschap. Vrouwelijke studenten en docenten aan de Rijksuniversiteit Groningen 1871-1919 (Assen 1998). Zij publiceerde brieven van Aletta Jacobs en schreef over haar echtgenoot, de feminist Carel Victor Gerritsen.
Bij Uitgeverij Passage verscheen in 1993 van haar ook Een beminnelijke romaniste. Marie Elise Loke (1870-1916), de eerste vrouwelijke lector in Nederland. De Wilde was lerares, rechtbankverslaggever, beleidsmedewerker bij de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de jury voor de Aletta Jacobsprijs.
Zij richtte in maart 1979, 100 jaar na de promotie van Aletta Jacobs in het Universiteitsmuseum een tentoonstelling over haar in en schreef het boekje Aletta Jacobs in Groningen.
Kon Minder
Kon Minder is een typisch Groningse serie over Groningers en over Groningen. Laat je verwonderen en inspireren, of steek wat op. Want: is dit Gronings? Inderdaad. Dit is Gronings. Kon minder.