Stijn en Lot van Rassel in hun slingertuin. Foto: Huisman Media.
Negentiende-eeuwse slingertuinen horen bij Groningen. Maar zijn ze iets van het verleden? Welnee. Ze vormen een bron van inspiratie voor tuin- en landschapsontwerpers van nu, die er een eigentijdse, moderne twist aan geven.
„Ze zijn verrassend actueel”, zegt Marianne Boer (26) uit Ter Apelkanaal. Ze is landschapsontwerper bij Landschapsbeheer Groningen.
Wie door Groningen rijdt, ziet ze liggen bij imposante boerderijen en renteniersvilla’s: de slingertuin is typisch Gronings erfgoed. De provincie geldt zelfs als de bakermat van deze landschapstuinen.
Ooit waren het er honderden. Veel raakten in verval, maar steeds meer worden hersteld of dienen als inspiratiebron voor nieuwe ontwerpen.
Een moderne slingertuin in Ten Boer
In Ten Boer werkt Boer aan een hedendaagse variant van de klassieke slingertuin, in opdracht van de gemeente Groningen. „Na gesprekken met bewoners maakte ik een ontwerp”, vertelt ze. Het concept ligt klaar. De tuin wordt een kleurrijke wandelplek die uitnodigt om even op te gaan in de omgeving. „Met wuivende grassen, zoemende bijen en geurige kruiden en bloemen, vooral inheemse soorten.”
Marianne Boer. Foto: Eigen foto
De padenstructuur verwijst naar de negentiende-eeuwse voorbeelden: slingerende lijnen langs organisch gevormde borders, vakken met eetbare kruiden en plukbloemen, en wintergroene elementen zoals siergrassen en zaaddozen.
Lopend buffet
Op verzoek van bewoners verwerkte Boer fruitstruiken in een bestaande ronde haag. De magnolia’s die al op het veld staan, blijven behouden. „Grappig genoeg waren slingertuinen vroeger juist siertuinen, in tegenstelling tot de moestuin. Dit ontwerp lijkt op een siertuin, maar is in werkelijkheid een lopend buffet voor mens en dier.”
De opening staat gepland voor mei, tegelijk met de nieuwe speeltuin aan de overkant.
Een concept-ontwerp van de nieuwe slingertuin in Ten Boer. Foto: Landschapsbeheer Groningen.
Erfgoed uit de tijd van de ‘dikke graanboeren’
Ronde vormen, slingerende paden, glooiende gazons en kronkelende vijvers: dat is de essentie van een Groninger slingertuin. Ze ontstonden in een periode van grote welvaart. In de tweede helft van de negentiende eeuw verdienden herenboeren op de Groninger klei fortuinen door de sterk gestegen graanprijzen.
Vooral in het Oldambt leek de voorspoed eindeloos. Geld klotste tegen de plinten op, althans bij de ‘dikke graanboeren’. De landarbeiders hadden vaak het nakijken. Niet voor niets kreeg de streek de bijnaam De Graanrepubliek.
Bij hun boerderijen en villa’s lieten boeren tuinen aanleggen in de Engelse landschapsstijl, bedoeld om te imponeren en te ontspannen. „De slingertuin hoort bij Groningen en is hier uitgegroeid tot iets eigens”, zegt Willem Vletter van Landschapsbeheer Groningen. „We onderzoeken nog steeds historische tuinen, omdat ze ons veel leren over hoe mensen vroeger met hun erf en landschap omgingen.”
Na de Tweede Wereldoorlog raakten veel slingertuinen in verval. Het onderhoud was te duur en te arbeidsintensief, en door waterpeilverlaging vielen vijvers droog. In de jaren negentig groeide het besef dat dit erfgoed dreigde te verdwijnen. In 1999 startte daarom het herstelproject Slingertuinen, een samenwerking van onder meer Landschapsbeheer Groningen, de Boerderijenstichting Groningen en de Vereniging Kleine Dorpen.
Nieuwolda: de eerste volledig herstelde slingertuin
Een van de mooiste voorbeelden ligt in Nieuwolda, bij de monumentale renteniersvilla van graanboer Doeko Derks Dijkstra uit 1908. De villa en de tuin zijn rijksmonument. Stijn van Rassel (40) en zijn vrouw Lot van Rassel-Jansen (48) wonen er sinds 2021. De slingertuin werd rond 2000 volledig hersteld en geldt sindsdien als voorbeeldtuin. Nu, een kwart eeuw later, is een nieuwe onderhoudsronde nodig. De provincie stelt ruim 28.000 euro beschikbaar om het groene rijksmonument toekomstbestendig te maken.
Het onderhoud is intensief, weet Van Rassel. „Het grind spoelt onder de paden vandaan, het gras neemt het over, en de grasmaaier zuigt het grind op als een stofzuiger. De paden moeten 1,20 meter breed blijven, zodat je er naast elkaar kunt lopen.”
Stijn was al handig, maar wordt steeds handiger
Veel van het werk, in de tuin en in de villa, doet hij zelf. Hij is er fulltime mee bezig. Lot: „Hij was al handig, maar wordt steeds handiger.’’
De tuin moet nodig worden aangepakt. Foto: Huisman Media.
Tijdens de Tocht om de Noord vroeg een hovenier wie de tuin deed. Stijn: „Toen ik zei dat ik het zelf was, zei hij: dat doe je heel netjes.” De tuin en de villa trekken veel bekijks. „De vorige bewoners zeiden al: let op hoeveel auto’s hier stoppen. Mensen komen foto’s maken. Soms moet je even wegduiken om mensen het juiste plaatje te gunnen.”
Voor Stijn en Lot is het meer dan een Rijksmonument (’eigenlijk twee: zowel villa als tuin’) „Het is een manier van leven. We hebben een voorliefde voor huizen met een verhaal, zo voelt dat echt”, zegt Lot. „Alle bewoners hebben hun sporen nagelaten. Je wist niet alles uit; je beweegt met de tijd mee. Je bent onderdeel van de identiteit van de regio”, zegt Stijn.
Voor het onderhoud heeft Stijn heel wat gereedschap nodig. Foto: Huisman Media
Er moet zowel buiten als binnen van alles gebeuren. Stijn: „Geef me vijf jaar de tijd om het allemaal mooi te maken.”
Een levend stuk Gronings erfgoed
In Groningen waren ooit zo’n 160 slingertuinen. Ook in Friesland en het aangrenzende Duitse Ostfriesland komen ze voor, maar nergens zo veel als hier. Dat ze nog altijd inspireren, blijkt uit zowel de moderne tuin in Ten Boer als het zorgvuldige onderhoud in Nieuwolda. Stijn: „Wij zijn de volgende generatie die hiervoor mag zorgen. Zo zien we dat. We doen dit niet voor onszelf. We willen mensen mee laten genieten hoe mooi het is.’’
Kon Minder
Kon Minder is een typisch Groningse serie over Groningers en over Groningen. Laat je verwonderen en inspireren, of steek wat op. Want: is dit Gronings? Inderdaad. Dit is Gronings. Kon minder.