Boer Elzinga aan het werk op zijn boerderij. Foto: Siese Veenstra
Op de boerderij van Cees Sikkenga (68) uit Bedum vreten koeien gretig van het pas gemaaide gras. Sinds kort heten dit weer ‘gangbare’ koeien, want dit seizoen is het bedrijf na 18 jaar gestopt als bioboerderij.
Spreeuwen piepen in de grote schuur. De koeien zijn ware schoonheden. Bruin, zwart, rood, grijs en wit, gevlekte kop of strepen op de rug. Een bont gezelschap bestaande uit – voor de fijnproever – ‘brown swiss’, Holsteiners, Normanders en („voor de grap”) een paar Jerseys.
In totaal staan hier 200 koeien en 100 jonge dieren. „Toen wij 18 jaar terug omschakelden naar biologische melkveebedrijf hadden we 2 procent van de Nederlandse biologische markt.” Die omschakeling had niks met ideologie te maken. Het gezin Sikkenga (ook zijn vrouw Jitske en kinderen Gerben en Germa zitten in de maatschap) wilde een nieuwe uitdaging en kreeg vanuit het project Koeien en Kansen van de Wageningen universiteit hulp bij die omschakeling. Hij grapt: „Ik had een midlifecrisis . ”
Hij heeft vrede met zijn keuze om te stoppen als bioboer. De boerderij is dan wel ‘gangbaar’, maar dierenwelzijn blijft onverminderd belangrijk. Zijn koeien blijven veel in de wei en mogen ook ouder worden. Hij rept geen kwaad woord over biologisch boeren en deed het 18 jaar met veel plezier.
Dure hobby
De grootste reden om ermee te stoppen: de kosten werden te hoog. De biobrokken voor koeien waren bijvoorbeeld enorm duur geworden. „Als je keer op keer je loonwerker moet bellen dat zijn betaling pas volgende maand komt, omdat de rekening rood staat, dan zeg je op den duur: nou is het klaar. We moeten rekeningen betalen en hebben een heel zware hypotheek.”
Cees Sikkenga is sinds 2025 weer gangbaar boer. Zijn 'brown swiss' staat nu binnen en geniet van het versgemaaide gras. Foto: DVHN/Wouter Hoving
Het stoppen van Sikkenga past in een bredere trend.
De toename van biologische landbouwgrond stagneert, zo valt te zien in cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Areaal akkerbouwgrond daalt zelfs lichtjes tussen 2024 en 2025.
Volgens een recent onderzoek door toezichthouder Autoriteit Consument en Markt (ACM) geeft zestig procent van de boeren aan dat het extra bedrag dat zij krijgen voor hun biologische producten onvoldoende is om de hoge kosten te dekken. Tegelijkertijd is ook de consument volgens dat onderzoek niet bereid veel meer te betalen voor biologische producten.
Niet elke boer maakt de keuze om nu al te stoppen. Aan de rand van Groningen ligt boerderij Martinizicht, waar de koeien in de stal schuilen voor de regen. De één wordt gemolken de ander ligt rustig in het stro. Dit is al meer dan 20 jaar het ritme op de boerderij. Eigenaar en boer Jan-Hendrik Elzinga (60) zit ondertussen met zijn leesbril voor de computer de boekhouding op orde te maken. Er moet veel worden gerekend, want rondkomen als biologisch boer is steeds lastiger.
In 2001 kocht hij de boerderij om biologisch te gaan boeren. „Ik ben boer geworden om boer te blijven. Ik zie meer toekomst in het bewust en duurzaam omgaan met de omgeving.”
Met de omgeving doelt Elzinga bijvoorbeeld op weidevogels. Voor de grutto’s, kieviten en andere vogels maakt hij plasdrassen, waardoor de dieren makkelijk vliegjes en wormen kunnen vinden.
24 jaar geleden werd Elzinga biologisch melkveehouder. Hij was ideologisch gemotiveerd én kreeg van de bank een mooie korting op de rente. „Wij kregen één tot anderhalf procent korting. Op een bedrag van zes nullen tikt dat flink aan.”
Steeds hogere kosten
Afgelopen jaren werd voer, pacht en rente duurder. Bioboeren maken geen gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Hun gras groeit trager en dus moeten ze meer voer kopen. Elzinga heeft bovendien nog minder grasopbrengst door ganzen die zijn weilanden kaalvreten.
Tegelijkertijd ging de pachtprijs omhoog, deze stijgt mee met de grondprijs. „Wij pachten 60 hectare grond van Natuurmonumenten en nog eens 25 hectare van Groninger Landschap. De pachtprijs daarvan is in de afgelopen tien jaar verdubbeld.”
Collega-boer Elzinga uit Groningen hoopt dat er hulp komt, zodat hij niet hoeft te stoppen. „Hoe langer hulp uitblijft, hoe meer bedrijven zullen verdwijnen. Zo houden we het niet vol.”
Een boel redenen om te stoppen
Sikkenga uit Bedum heeft die knoop dus al doorgehakt. Volgens hem is de dure Groningse klei niet ideaal land voor biologisch beheer van grasland wat relatief weinig opbrengt.
Maar er waren meer redenen waarom hij al langer twijfelde. Het werd een uitdaging om zijn biologische mest kwijt te raken. Dat moet namelijk per se naar een bio-akkerbouwer. Zoveel zijn er daar niet van en die akkerbouwer mag deels ook ‘gangbare’ mest inkopen en dat is veel goedkoper. „Degene met wie we dat jarenlang deden, was uit het niets naar een andere boer gestapt: dat was een euro goedkoper.”
Cees Sikkenga uit Bedum is sinds dit jaar niet meer biologisch boer. Foto: DVHN/Wouter Hoving
Sikkenga moest als biologische boer ook aan strengere antibioticanormen voldoen, waar hij niet in slaagde. „Ik wil mijn dieren goed behandelen, en daar heb ik antibiotica voor nodig. Ik ben bij biologische collega’s geweest die hun dieren niet behandelen om maar aan die norm te voldoen.”
Nog een reden: Sikkenga was klaar met het geneuzel. Sinds enkele jaren komen er rechtlijnige controleurs. De persoon die hij jaren op zijn erf had, had een boerenachtergrond en vond vooral dierenwelzijn belangrijk: voer, stro, gezondheid en iets minder naar regeltjes tot op de komma. „Wij mogen 170 kilo stikstof plaatsen. Als het ene jaar 168 hadden en het andere jaar 172, dan zei onze vorige controleur: het is wel goed. Nu hebben we gelijk een waarschuwing aan de kont. Als we een stier binnen hebben staan omdat hij niet meer vertrouwd is in het land: waarschuwing aan de kont. Als we drachtige koeien alvast in de stal zetten om te kalveren: waarschuwing aan de kont. Dat ben ik zat.”
Toekomst in China
Moet de oplossing uit Den Haag komen? Sikkenga vindt dat de politiek te weinig snapt van agrarisch ondernemerschap. „Linkse politici met ideologie om de wereld te verbeteren weten vaak absoluut niet waar ze het over hebben. Ze hebben het ideaal van een boer die weer op klompen en in een kieltje het land in gaat met een melkmachientje. Ze sturen op het één, maar bereiken het tegenovergestelde.”
Hij voorspelt dat we over twintig jaar onze melk uit China halen, waar boerderijen zijn met tienduizenden koeien. „Wat moeten wij dan met onze 30, 40 koetjes? Ach, het is de tijdgeest.” De boerentoekomst is onzeker, toch willen alle vier zijn kinderen ook boer worden. „Want dit is gewoon het mooiste beroep wat er is.”