Saskia Boesveldt en Heinz Schiller woonden in Utrecht, maar kochten drie jaar geleden de oude pastorie van Westernieland. Foto: Anjo de Haan
Verhuizen uit de Randstad is een trend. In 2021 zochten 75.000 mensen ruimte, rust en goedkopere huizen in ‘de provincie’. Hoe gaat dat, randstedelingen die moeten integreren in een klein Noord-Gronings dorp?
In Westernieland zijn we bij een van de markantste huizen van het dorp. Naast de kerk staat de oude pastorie: een ruim, lichtgeel huis met grote tuin. Saskia Boesveldt (52) is er de baas van bakkerij Brooddepot. Zij en Heinz Schiller (71) zijn er samen met hun honden Struiner en Silt tijdens de begindagen van de coronapandemie komen wonen.
‘Ik wil naar buiten’
„We woonden in Utrecht, maar ik kwam in de overgang en realiseerde me dat ik ineens hele andere dingen leuk vond en wilde doen”, zegt Saskia. „Ik had de behoefte om mijn leven om te gooien. Ik wilde meer ruimte om me heen, naar buiten kunnen kijken en de lucht en het weer zien. We zochten eerst in Rotterdam, want dat is ruimer opgezet dan Utrecht, maar daar konden we niks vinden. Midden in de nacht dacht ik ineens: ik wil naar buiten. Toen ik dat aan Heinz voorlegde, begonnen zijn ogen te glimmen.”
Saskia Boesveldt, Heinz Schiller en hun honden Struiner en Silt kwamen drie jaar geleden in Westernieland wonen. Foto: Anjo de Haan
„Ik kom al mijn hele leven in Groningen, mijn moeder komt uit de stad”, zegt Boesveldt. „Ik ben verliefd op het ruige, open landschap hier. We hebben ook wel andere provincies overwogen, maar even heel gechargeerd: Friesland is mooi, maar ik hou niet van zeilen, in de Achterhoek zit je bij de grens, dus daar is veel criminaliteit en met Brabant en Limburg heb ik niks.”
„Het fijne hier is dat je echt aan het eind zit.” Ze gebaart door het raam naar buiten, waar je door de tuin heen op een weids veld kijkt. Dat was niet zo. Er stond een grote boom, die tijdens een zomerstorm omwaaide. „Toen een buurman dat zag, stelde hij meteen voor om het hout in stukken te zagen voor ons. Wij moesten die dag weg en toen we terugkwamen, konden we het hout afvoeren. Zo kan dat gewoon gaan in een dorp, hulp komt van alle kanten.”
Wonen in een supermarkt
In Kruisweg bij Kloosterburen zijn de ramen en de ingang van de oude supermarkt afgedekt met stapels kartonnen dozen. Ooit zat hier de Coop van het dorp, maar ongeveer vier jaar geleden verdween die. Zoals supermarkten in zoveel kleine kernen moesten stoppen.
Roland Granneman (37), Irene Hofman (36) en Roland zijn oom Norbert (72) trokken er begin dit jaar in. Ze komen uit Noordwijk in Zuid-Holland. „Ik kreeg een jubelton van mijn moeder om een huis mee te kopen”, zegt Granneman. „Dat leek ons beiden beter dan het op een spaarrekening zetten.”
Roland Granneman kocht eind vorig jaar de oude supermarkt in Kruisweg. Foto: Anjo de Haan
Granneman is bezig met klussen aan zijn auto als we aankloppen. „Ik voel me hier zoveel fijner dan in Zuid-Holland. Iedereen is daar veel meer op zichzelf gericht en is altijd onderweg. Niemand klust daar aan zijn eigen auto. Ik heb het gevoel dat dit hier veel normaler is. Dat komt ook doordat de garage hier niet om de hoek zit, natuurlijk.”
Mensen hebben een plattelandsdroom
Koen Salemink onderzoekt voor de Rijksuniversiteit Groningen hoe dorpen omgaan met uitdagingen, zoals een afnemende interesse om actief te worden bij verenigingen. Het lijkt misschien alsof er in dorpen een grote tweesplitsing is tussen ‘nieuwkomers’ en ‘autochtone dorpsbewoners’, maar dat valt volgens Salemink heel erg mee.
„Je ziet vaak mensen die een plattelandsdroom hebben en zich in willen zetten om dat waar te maken. Merken ze bijvoorbeeld dat ze niet zo goed Netflix kunnen kijken als eerder, dan willen ze graag helpen om glasvezel aan te laten leggen.”
Ga vanuit het dorp langs bij nieuwkomers
„Vaak willen de mensen die zich nieuw in een dorp vestigen niet traditioneel helpen door lid te worden van bijvoorbeeld dorpsbelangen”, vervolgt Salemink. „Dat kan allerlei redenen hebben, maar de belangrijkste is dat ze het vaak te druk hebben. De truc is om vanuit het dorp langs te gaan bij nieuwkomers en te denken in mogelijkheden.”
„Vaak willen ze namelijk wel iets doen als het iets is waar ze al goed in zijn. Dat hebben ze vaak van tevoren al bedacht, omdat het past bij het ideaal van het dorpsleven. Maar als je alle lasten om te integreren bij de nieuwkomer legt, dan wordt het moeilijk. De houding die je als dorp uitstraalt, krijg je terug.”
Teveel op jezelf
Natuurlijk gaat het niet altijd goed. „Wat echt niet gewaardeerd wordt, is als mensen zich settelen en helemaal op zichzelf zijn. Ook denken dorpelingen weleens dat ze huizen afnemen van ‘eigen’ mensen. Het is lastig te duiden waar ze dan over klagen, waarschijnlijk is het een gevoel van nostalgie naar hoe het dorp was. Een tweespalt in een dorp komt van twee kanten.”
Door de bakkerij deel van de lokale dynamiek
Boesveldt en Schiller horen weleens van mensen dat hun huis niet snel naar een lokaal iemand was gegaan. „Het was voor ons een relatief lage prijs, maar er moest erg veel aan gebeuren. Ik vind het een fijn idee dat ik niet een huis van iemand heb afgenomen.”
Voor de integratie hielp het dat ze al snel met bakkerij Brooddepot begonnen. Die runnen ze vanuit de schuur achter het huis. Zij bakt het brood, hij doet bijna al het andere zoals bestellingen rondbrengen en de administratie. Er werken een paar meisjes uit het dorp in het weekend en elke zaterdag komen mensen uit de omgeving langs om brood te halen. „Ik hoor al het wel en wee van die mensen”, zegt Boesveldt. „Daardoor ben ik veel meer onderdeel van de lokale dynamiek geworden. Als ik een baan in de stad had gehad, had ik alleen genoten van de omgeving, maar had ik niks teruggeven.”
Saskia Boesveldt en Heinz Schiller bij de oude pastorie en de kerk in Westernieland. Foto: Anjo de Haan
„Je kan nog zoveel evenement organiseren in dorpshuizen, maar zo’n bakkerij heeft een sociale functie die door geen enkel dorpshuis kan worden gereproduceerd”, zegt Schiller. Boesveldt: „Maar het is niet het een of het andere. De gemiddelde bezoeker van het dorpshuis komt hier geen brood halen en vice versa. Wij komen zelf ook niet bij de dorpsbarbecue.”
Die wordt wel georganiseerd, al is dorpsbelangen recent ‘ter ziele’ gegaan omdat niemand in het bestuur wilde. „Wij vonden het ongepast om te doen, omdat we hier nog niet zo lang wonen”, zegt Schiller. „Bovendien hebben we het te druk”, voegt Boesveldt toe. Schiller doet wel andere dingen. Zo helpt hij met klokkenluiden in de kerk en doet hij af en toe wat voor de culturele commissie die onder meer een boekenmarkt organiseert.
Roland Granneman laat zijn huis in Kruisweg zien, dat tegen de oude supermarkt aangebouwd is. Granneman en Hofman zitten nog midden in een intensieve verbouwing. Alles aan de woning pakken ze aan, want het was wat verouderd toen ze het eind vorig jaar kochten. Hij haalt een bouwplan van ongeveer een eeuw geleden uit een kast. Op blauw papier staat in sierlijke letters hoe de supermarkten daartegenaan het huis van de familie Kotter te Kruisweg eruit moest komen te zien.
Stapels kartonnen dozen voor de ramen van de oude supermarkt in Kruisweg. Foto: Anjo de Haan
Eigenlijk zonde dat de supermarkt verdwenen is uit het dorp. Heeft ie overwogen om die te herstarten, nu hij het pand toch in handen heeft? „Ik heb er wel naar gekeken ja, maar dat zou een veel te grote investering zijn geweest. Koelingen enzo zijn heel duur.” Nu heeft zijn oom er een opslag voor zijn webshop in kleine elektronica van gemaakt. De dozen hebben ze voor de ramen gezet vanwege de nieuwsgierige mensen die een blik naar binnen worpen. Ze denken nog na over een nettere, mooiere oplossing.
‘Hier heeft elke straat wel een dorpsgek’
Aan interesse van dorpelingen geen gebrek dus, maar hoe gaat de integratie in het dorp? „Ik ben hier heel fijn ontvangen. Je ontmoet hier zoveel makkelijker mensen op straat. Iedereen maakt even een praatje. Zo kwam ik er ook achter dat veel mensen het jammer vinden dat de supermarkt er niet meer is. Je kan hier ook beter jezelf zijn. Waar ik vandaan kom heb je misschien één dorpsgek, hier is in elke straat wel een bijzonder iemand met een tuin vol rommel die helemaal zijn eigen gang gaat.”
Roland Granneman trok begin dit jaar in de voormalige supermarkt in Kloosterburen. Hij komt uit Noordwijk in Zuid-Holland. Foto: Anjo de Haan
Overdag werkt hij als freelance programmeur, ‘s avonds brengt hij eten rond van dorpscafé Willibrord in Kloosterburen. Zijn collega’s daar nemen hem mee naar feestjes en ze hebben carnaval gevierd. „Ik viel echt met mijn neus in de boter, want ik vind carnaval heel leuk en hier woon ik in de buurt van het enige Groningse dorp waar dat echt goed gevierd wordt.” Zijn vriendin Irene werkt bij ‘dorpshuis nieuwe stijl’ Wongema in Hornhuizen. In het dorpshuis in Kruisweg is Granneman alleen geweest om te stemmen. „We kregen laatst wel een uitnodiging voor een snackmiddag, maar toen konden we niet. Anders waren we gegaan.”
Hij weet niet hoe actief het dorp is en of er een dorpsvereniging is. Maar stel dat zij hulp nodig hebben, dan wil hij dat best doen. Als het iets is wat hij kan, zoals een website bouwen. „Maar er is hier al iemand anders in het dorp die dat voor alle bedrijven en verenigingen uit de buurt doet.”