Richard van der Maar uit Bedum stopt mijn zijn rijdende winkel. Foto: Anjo de Haan
Een van de laatste melkboeren van de provincie Groningen stopt ermee. De Rijdende Winkel van Richard van der Maar in Bedum is kapot en hij ziet het niet meer zitten te investeren. 25 jaar lang was hij veel meer dan alleen een rijdende supermarkt. „Van sommige mensen heb ik zelfs een sleutel.”
„Heb je het nog niet gehoord?” vraagt Richard van der Maar (47) met bedroefde stem aan de klant aan de andere kant van de lijn. „De wagen is gisteren kapot gegaan, ik zie het niet zitten om hem te laten maken. Zoals het de laatste tijd gaat met de hoge kosten. Ik stop ermee.”
De emmer is vol
Hij zit aan de keukentafel in zijn huis, dat tegen een grote opslaghal aangebouwd is. Daar staat zijn kapotte Rijdende Winkel en kasten vol voorraad. Blikjes groenten, drinken, zeep, chocola, koekjes. De afgelopen 25 jaar reed hij rond als melkboer in Bedum. Later kwamen daar Onderdendam, Noordwolde, Zuidwolde, Sint Annen, Stedum en Haren bij. Maar dat is nu voorbij. Maandag plaatste hij een bericht op Facebook dat zijn laatste ronde erop zit.
De Rijdende Winkel in de opslaghal in Bedum. Foto: Anjo de Haan
„Ik liep er al drie maanden mee rond”, zegt Van der Maar. „Het onderhoud van de bus, brandstof, energie, verzekering en inkoop is zo duur geworden. Nu de bus een luchtlekkage heeft, is voor mij de emmer vol. Hoeveel geld pomp je nog in iets terwijl je weet dat het niet goed kan gaan? Anders loop ik over een paar maanden alsnog financieel vast.”
Inkomsten heeft hij nog wel, want zijn klanten zijn trouw. Maar ze worden steeds ouder en gaan langzaam allemaal dood. Nieuwe klanten zijn er amper. Als mensen niet naar de supermarkt willen, laten ze de boodschappen thuis bezorgen. Daar moet je wel digitaal vaardig voor zijn. De groep mensen die dat is, groeit alleen maar, zegt Van der Maar. Maar die supermarkten bieden niet wat hij bood: contact en zorg.
De kosten voor het behouden van de wagen zijn te hoog geworden. Foto: Anjo de Haan
‘Verschrikkelijk dat hij verdwijnt’
Een belletje rinkelt in de hal, een oudere man loopt binnen. Hij komt al sinds het begin bij Van der Maar in zijn rijdende supermarkt. „Doe me maar een paar pakken brinta, een stapel chocoladerepen en heb je nog knakworsten?” Van der Maar scharrelt de boodschappen bij elkaar uit de kasten en de kar. De meneer is kwaad. Hij vindt het verschrikkelijk dat de Rijdende Winkel verdwijnt. Hij wil ook niet met zijn naam in de krant, daar is hij te boos voor. „Ik ben er helemaal klaar mee.”
De reactie verrast Van der Maar niet, hij heeft er al meerdere gekregen, maar het ontroert hem wel. „Als ik iemand aan de telefoon heb die moet huilen, dan krijg ik ook tranen in mijn ogen. De reacties op Facebook en de berichten die ik krijg, zijn overweldigend.”
Richard van der Maar van de Rijdende Winkel in Bedum en omstreken. Foto: Anjo de Haan
‘Van sommige mensen had ik een sleutel’
Hij was dan ook veel meer dan alleen een rijdende winkel. „Bij veel klanten kwam ik drie keer per week langsrijden, ze zagen mij vaker dan hun kinderen. De meeste klanten zijn oud en hebben last van eenzaamheid, ze keken uit naar mijn komst. En ze vertelden me over al hun problemen, ik draaide weleens een nieuwe lamp in en ik heb van een paar mensen een sleutel zodat ik mezelf binnen kon laten om de boodschappen op te ruimen als ze er niet waren of in bed lagen.”
Hij tipte Thuiszorg soms als hij het idee had dat iets niet goedging, en Thuiszorg zelf klopte ook bij Van der Maar aan. Bijvoorbeeld om te zorgen dat iemand bepaalde boodschappen wel kreeg.
Veel mensen vragen zich af ‘hoe moet dat nu?’, maar dat weet Van der Maar ook niet. „Het is niet alsof ik de oplossing was voor elk probleem.”
Het interieur van de wagen ziet er nostalgisch uit. Foto: Anjo de Haan
‘Ik vond het leuk om de verhalen van mensen aan te horen’
Hij begon op zijn 8ste bij de melkboer in Roodeschool, gewoon als hulpje. Beetje tassen bij mensen naar binnen dragen. Zijn vader werkte bij de politie, zijn moeder was thuis. „Het trok me meteen, ik vond het gezellig en leuk om de verhalen van mensen te horen en bij iedereen binnen te komen. Te zien hoe ze leven.”
Op zijn 12de werd hij echt aangenomen en had hij een bijbaantje. Hij is nooit weer gestopt, want op zijn 23ste tipte diezelfde melkboer hem dat de kar in Bedum te koop stond. „Ik heb tot op het laatste moment met zoveel plezier gedaan. Ik weet nog niet wat ik nu ga doen. Eerst de boel hier leeghalen en de kar verkopen. Het was natuurlijk mooier geweest als ik nog een laatste ronde had kunnen rijden, maar ik ga nog wel een dag organiseren. Dan kunnen mensen een laatste keer langskomen voor boodschappen, een praatje en om afscheid te nemen.”
Richard van der Maar in zijn rijdende winkel. Foto: Anjo de Haan
Hoeveel melkboeren zijn er nu nog?
In de jaren zestig was de melkboer de belangrijkste plek voor boodschappen, dertig jaar geleden reden er nog twintig rond in de provincie. Vanaf nu zijn er nog twee. Adolf Schaap rijdt al meer dan veertig jaar rond in de omgeving van Ulrum en Johan Klooster bedient de omgeving van Blijham.
„Ik vind het heel sneu voor Richard dat het zo moet stoppen”, zegt Haddy Klooster (66), de vrouw van Johan Klooster (69). „Wij doen dit al sinds 1976. Wij denken er vanwege onze leeftijd natuurlijk ook over na hoe lang we nog door kunnen. Mensen peilen ons ook af en toe en zeggen dan: jullie mogen echt nog niet stoppen. Maar mijn man is nog nooit met tegenzin aan het werk gegaan, dus hij wil graag nog een poosje door.” Adolf Schaap was niet te bereiken om te vertellen hoe hij de toekomst van zijn SRV-kar ziet.
Wat is eigenlijk het verschil tussen SRV-man en melkboer? „Dat is hetzelfde. SRV-mannen begonnen vaak als melkboer, maar moesten op een gegeven moment uitbreiden om meer bestaanszekerheid te hebben. Zo werden ze SRV-man.”
Er zijn nu nog twee SRV-wagens over in Groningen. Foto: Anjo de Haan