Zeg Tiemen van Dijken uit Middelstum en de mensen op het Hogeland zullen verzuchten: ,,Dat was onze melkboer.’’ Drie jaar geleden verongelukte hij. Zaterdag verschijnt er een boek over hem, van de hand van zijn oudste dochter.
Ze was op vakantie, zes weken lang zou ze met de Transmongolië Express door China reizen. Aan het einde van de vierde week zag ze dat ze vaak gebeld was. ,,Zo vaak, dat ik direct wist dat er iets ergs was’’, zegt Margriet van Dijken (35).
Ze had gelijk. Haar vader had een ongeluk gehad. ,,Een dom, ongelukkig ongeluk’’, zegt Margriet. Twaalf dagen later zou hij aan de gevolgen ervan overlijden. Hij werd 59 jaar.
Margriet is even thuis, in Middelstum, in het huis waar ze opgroeide. Ze wijst naar de straat die voor het huis langs loopt. Hier gebeurde het, zegt ze. ,,Hij heeft ons zo vaak gewaarschuwd dat we moesten uitkijken als we het erf af fietsten. Hij moet die dag afwezig zijn geweest en zo de weg op zijn gefietst. Een automobilist die rustig aan kwam rijden, schepte hem.’’
In China boekte ze zo snel mogelijk een ticket naar huis. Veertig lange uren achtereen was ze onderweg om bij haar vader, moeder en drie zusjes te zijn. De dood, de begrafenis, het afscheid – ze was overal bij, maar het duurde wel een jaar voor de nieuwe werkelijkheid tot haar doordrong. ,,Ik had dat jaar nog heel vaak het gevoel dat ik naar het leven van iemand anders keek.’’
Tegelijkertijd leerde ze haar vader beter en beter kennen toen hij er niet meer was. Dat begon direct na zijn overlijden toen er een eindeloze stroom aan kaarten van familie, oude bekenden én van klanten op de deurmat viel. Uit die woorden in ouderwetse hanenpoten en bibberige handschriften ontstond een beeld van haar vader dat Margriet nauwelijks kende. ,,Ik denk dat hij bijzonderder was dan ik wist. Hij was melkboer en mantelzorger.’’
Ze las schattige berichten. Dat hij altijd katteneten en aardappelen bracht. Dat hij voor de gezelligheid een kop soep meeat, een kopje koffie meedronk. Een mevrouw schreef: ,,Veel sterkte met het verlies van mijn melkboer.’’
Al gauw bedacht ze dat ze iets wilde met het leven van haar vader als melkboer, niet alleen als monument voor hem, maar ook voor de melkboer in het algemeen en voor het Hogeland. Het werd een boek, getiteld als herinnering aan een tijdperk dat haast voorbij is.
Hoewel, merkt Margriet op, het lijkt hier en daar of er toch nieuwe initiatieven opborrelen waardoor de dorpen weer gaan leven. Maar het grootste verschil tussen de jaren waarin zij opgroeide in de straten van Middelstum en nu? ,,Toen waren er nog volop winkeltjes in de Heerestraat. Er was nog speelgoed te koop en er was een juwelier waar ik mijn eerste horloge kocht.’’
Ze zag al die zaakjes omvallen. Tiemen de melkboer bleef.
Margriet ging op bezoek bij haar 91-jarige oma die in een aanleunwoning van Hippolytushoes in Middelstum woont. Een Groningse dame van weinig woorden die honderduit vertelde toen het ging over het bestaan als melkboer. In 1949 namen zij en haar man bakfiets en klantenkring over van melkboer Mulder, die naar Canada emigreerde. Het is het begin van de mobiele winkel aan huis die jongste zoon Tiemen tot het einde van zijn leven zou bestieren.
Tiemen was 16 toen zijn vader ernstig ziek werd en niet meer als melkboer kon werken. Zonder mokken werd hij kostwinner en vond daarin zijn roeping. ,,Je moet uit bepaald hout gesneden zijn voor dit beroep. Je moet van mensen houden, lange dagen draaien en je moet kunnen verkopen. Dat kon mijn vader, want hij was een handelaar met humor en altijd een praatje. Hij was bovendien een buitenmens, sterk en temperamentvol’’, vertelt Margriet.
,,Mijn mooiste ontdekking tijdens het werken aan dit boek is dat ik heb gehoord dat hij altijd oog en oor voor anderen had. Heel veel oudere mensen vertelden me dat hij altijd zo behulpzaam was.’’
Ze hoorde dat hij gesteld was op artistieke zonderlingen die na talloze omzwervingen waren neergestreken in een huisje op het platteland. Op de types die nauwelijks iets te besteden hadden. ,,En toch kochten ze bij mijn vader, terwijl die echt niet de goedkoopste was.’’ Ze hoorde dat er onder zijn klanten een alcoholist was die in een caravan woonde en geen contact had met zijn familie. De familie informeerde bij Tiemen hoe het met hem was.
Eerst was Tiemen alleen melkboer in Middelstum. Margriet herinnert zich de jaren tachtig, gouden jaren volgens haar ouders. Onderdendam kwam erbij, Tiemen werkte hard en verdiende goed. Later nam de klandizie af en werd het noodzaak voor hem om zijn werkterrein te verbreden. Hij karde het halve Hogeland over, naar Den Andel ging het, Warffum, Usquert, Godlinze, Zeerijp. ,,En onder het rijden verdien je niks’’, zegt Margriet. Ze weet nog dat haar vader somberde dat de leuke, aparte klanten verdwenen. ,,Hij zei wel eens dat hij zich net een postbode voelde die tasjes vulde, omdat er steeds minder mensen in de wagen kwamen.’’
Nu Margriet dit alles weet, mist ze haar vader extra. ,,Ik heb zo in zijn leven gegraven: we zouden nu veel meer te bespreken hebben.’’ Het boek maakt het een beetje goed, denkt ze.