Anita Jongman uit Leens is biologisch boer. Zij hoopt dat natuurinclusieve boeren meer CO2-beloning krijgen met een ander systeem. Foto: Anjo de Haan
Biologisch boer Anita Jongman (58) uit Leens strijdt tegen een systeem dat in haar ogen oneerlijk is: natuurinclusieve melkveehouders krijgen een lagere beloning als ze de CO2-uitstoot terugbrengen dan intensieve boeren met veel koeien.
Jongman startte daarom een petitie, waar ze ruim 900 ondertekenaars voor heeft. Die heeft ze onlangs aangeboden bij een overleg van het ministerie van Landbouw en de zuivelsector.
Zuivelbedrijven geven beloningen aan boeren die CO2 terugbrengen. De hoogte van het geldbedrag is gekoppeld aan het aantal liters melk. Intensieve boeren leveren meer melk per koe en krijgen zodoende een hogere vergoeding.
Als biologische, natuurinclusieve boer heeft Jongman in het verleden al maatregelen genomen om CO2-uitstoot terug te brengen. Zo heeft ze minder koeien. Die lopen meer buiten, waardoor er minder klimaatgassen door de mest-urinereactie uit de stalvloer komen. Bovendien heeft Jongman daardoor minder gasolie voor trekkers nodig om gras te maaien voor koeien in de stal. Daarnaast gebruikt Jongman geen krachtvoer en kunstmest meer.
Meer melk is enige optie
Kortom: zij – en met haar veel andere natuurinclusieve boeren – hebben al een kleine CO2-uitstoot door keuzes uit het verleden. Ze heeft zeventig koeien die niet máximaal melk geven. Om die reden krijgt ze amper vergoeding voor CO2-reductie. „De enige manier waarop wij meer vergoeding krijgen, is door het aantal liters melk omhoog te brengen. Maar daarvoor heb je weer krachtvoer en kunstmest nodig. En dat willen we juist niet”, zegt Jongman.
Ze runt de boerderij in Leens sinds 1990. Eerst samen met haar man, die in 2004 door een bedrijfsongeluk overleed. Tot 2012 zette ze het alleen voort, en daarna nam haar dochter het langzaam over. Ze helpt nog steeds op de boerderij, maar zelf werkt Jongman voornamelijk als landbouwadviseur om boeren te helpen verduurzamen. Het kromme beloningssysteem voor CO2-reductie maakt die overstap moeilijk.
Bijna altijd lopen de koeien buiten, maar door de nattigheid staan de dieren nu toch tijdelijk binnen. Foto: Anjo de Haan
Haar voorstel: koppel die subsidie voor CO2-reductie bij natuurinclusieve boeren niet aan het aantal liters melk, maar aan het aantal hectares. „Dan kun je laten zien dat je op bedrijfsniveau een lagere uitstoot hebt.” Maar dat idee – in de vorm van een petitie –werd vorige week niet meteen door de ambtenaren en zuivelbedrijven omarmd. Wel willen ze het onderzoeken.
‘Niet te lang wachten’
De boerendochter uit Leens vindt dat ze daar niet te lang mee moeten wachten. „Boeren die stappen willen zetten naar een minder intensief bedrijf zullen door dit systeem inkomsten mislopen. Verduurzamen kost dus geld.”
Jongman is ervan overtuigd dat de boerensector natuurinclusiever en biologischer moet worden. Toen ze als 21-jarige van de landbouwschool kwam, predikte ze als adviseur nog het groeimodel met schaalvergroting, kunstmest en krachtvoer. Maar op haar eigen boerderij bleven haar koeien ontstekingen krijgen. „We waren helemaal niet gelukkig met al die kunstmest en dat krachtvoer. We voerden onze koeien alsof het varkens waren. We gooiden het roer om: de koeien naar buiten en de deksel op de pot antibiotica. Ik zou nu niet meer anders willen.”
Duurzamer boeren kan niet uit
Maar een keuze als die van Jongman kost veel geld. Duurzamer boeren kan financieel niet uit. Een onderzoek van de Wageningen Universiteit van dit jaar onderschrijft dit fenomeen. Als boeren extensiveren, stoten ze minder broeikasgassen uit per hectare. Maar ze verliezen ook 150 tot 730 euro aan inkomsten per hectare per jaar. De Europese doelstelling van 25 procent bio-grond in 2030 lijkt voor Nederland daarom onhaalbaar. In andere landen wordt een stuk meer biologisch geboerd.
Het huidige CO2-beloningsbeleid doet volgens Jongman meer kwaad dan goed. Het is als natuurinclusieve bio-boer sowieso al ploeteren voor een goed verdienmodel, vindt ze. „Iedereen is lyrisch over de biologische boer. ‘Zó moet de wereld eruitzien’, zeggen ze. Maar als ze de prijs van een kilo kaas zien, vinden ze het te duur.”
De consument kan bijdragen aan de agrarische omslag, vindt Jongman. Daarom probeert ze haar eigen producten lokaal te vermarkten. Om het verhaal van haarzelf en andere natuurinclusieve boeren bij consumenten te brengen, is ze begonnen aan het platform ‘De Groene Winkelkar’. „Zelfs als de consument bij het boodschappen doen steeds één ‘groen’ product in zijn karretje doet, heeft dat een enorm effect op onze boerderij. Het mooie is: het is ook nog eens gezonder.”