Restaurantschip 't Appeltje in Pieterburen ligt er al jaren vervallen bij en is afgelopen weekend voor de derde keer half gezonken. Foto: Anjo de Haan
Ooit was het een ‘verborgen parel’ in Pieterburen. Nu is het oude restaurantschip in het Pieterbuurstermaar vervallen. Zondag zonk het voor de derde keer. Wat is er gebeurd met ‘t Appeltje? ‘Mensen die zeggen dat het een oud wrak is, zijn negatievelingen.’
Sneu ligt het grote, kleurrijke schip scheef in het water bij Pieterburen, omringd door een paar andere kleinere boten. Op de kade staat een buitenbar maar of die nog bruikbaar is, valt te betwijfelen. De meubels op het terras zijn groen uitgeslagen en overal staan emmers en liggen stukken hout. Een blik in de boot maakt de twijfels groot: zat hierin echt ooit een restaurant?
Hoogleraren en hippies
Ja, echt waar. „Iedereen kwam er, van hoogleraren tot hippies uit de buurt. En iedereen zat bij elkaar aan tafel”, zegt Stef van Bergen, oud-eigenaar van het restaurantschip. „Er was geregeld muziek, we hielden theaterdiners, festivalletjes. De sfeer was leuk en relaxed.”
Restaurantschip 't Appeltje was ooit een icoon. Foto: Anjo de Haan
De aanblik van het terras en restaurantboot ‘t Appeltje in Pieterburen bracht restaurantrecensenten van Theo Zandstra en Jacques Hermus in 2005 in gedachten naar Zuid-Europa. Naar ‘authentieke dorpjes met schilderachtige terrasjes waar je zwoele avonden meemaakt op krakkemikkig meubilair in het schijnsel van kitscherige armaturen.’ Nu is het moeilijk voor te stellen dat dat ooit zo was.
Pionieren met lokaal en biologisch
In 1988 werd de boot vanuit de stad naar Pieterburen gehaald, tien jaar later kocht Van Bergen hem. Tot dat moment deed-ie dienst als respectievelijk pannenkoekenboot en patatzaak. Van Bergen maakte er een bekende zaak van.
„We pionierden bij ‘t Appeltje”, zegt Thijs de Haan, die twintig jaar kok was bij het restaurantschip in Pieterburen. „We hadden als een van de eerste veel vegetarische gerechten, alleen biologisch vlees en veel lokaal. Ik ben er op mijn 18de begonnen en heb er de tijd van mijn leven gehad. De sfeer was gemoedelijk, een beetje alternatief.” Het restaurant draaide tot eind 2017.
Een keer naar de werf in meer dan twintig jaar
„De boot had al lang onderhoud nodig, maar er was geen geld”, aldus oud-eigenaar Van Bergen. „Het renoveren van zo’n boot is veel te kostbaar. In 1998 heb ik hem naar de werf gebracht voor onderhoud maar daarna nooit weer. Ik had het te druk om het aan te pakken.”
Vervallen restaurantschip 't Appeltje in Pieterburen. Foto: Anjo de Haan
Kok De Haan kreeg de kans het te kopen, nadat hij het al tien jaar huurde van Van Bergen. „Ik huurde het, maar heb ook veel investeringen gedaan. Ik heb er een nieuwe vloer, keuken en cv-ketel in gezet. Als ik het voor een symbolisch bedrag had kunnen overnemen had ik het gedaan. Maar het was veel te veel geld voor een hoop ijzer.”
„Ik heb mijn probleem aan Hans gegeven”, zegt Van Bergen nu. Hans Weijer uit Wehe-den Hoorn wilde twee en een half jaar geleden de boot wél kopen. Van Bergen: „Ik ben heel duidelijk geweest over wat ik verkocht. Ik zei: haal de boot uit het water en breng hem naar de sloop. Leg er iets nieuws neer. Als het zinkt, heb je een heel groot probleem.”
Een echte paradijsvogel en verzamelaar
Frans Bongenaar en Monique Duran wonen nu elf jaar in de boerderij tegenover de boot en ze beheren het bos ernaast. Ze zijn bang voor vervuiling van het water en de omgeving als de boot nog verder zinkt. Naar eigen zeggen hebben ze Weijer meerdere keren gewaarschuwd dat het de verkeerde kant op ging. Van Bergen deed dat ook bij de verkoop: „Ik zei dat hij het in de gaten moest houden en er een goede pomp in moest zetten.”
Vervallen restaurantschip 't Appeltje in Pieterburen. Foto: Anjo de Haan
„Hans is een echte paradijsvogel”, zegt Duran. „We kunnen goed met hem hoor, maar hij had geen idee wat hij kocht. Hij is een verzamelaar. Van spullen en huizen.”
Wat hij met de boot moest? „Ik vond het zo’n mooie, idyllische plek”, zegt Weijer. Hij zegt dat hij er weer een restaurant in wil beginnen, dat hij al met meerdere mensen gesprekken heeft om dat te doen en dat het wel meevalt hoe vervallen de boot is. „Ik moet hem gewoon leegpompen en verven.” Maar de huidige situatie bezorgt hem veel stress en spanning, zegt hij. „Ik ben heel blij dat ik hem heb en wil het graag behouden. Veel mensen zeggen tegen me dat ik er weer een restaurant in moet beginnen. Het is een icoon.”
Hij gaat naar de werf. Ooit.
Van Bergen bevestigt dat dat ooit inderdaad het geval was. „Zelfs in België kwamen we mensen tegen die ons aanspraken over ‘t Appeltje. Mensen hebben het er nog steeds over, maar de enige oplossing is nu om de boot daar weg te halen. Ik vind het heel sneu voor Hans dat het er nu zo bij ligt.”
Oud-Kok Thijs de Haan: „Kijk je weleens zombieseries? Daar moet ik aan denken als ik ernaar kijk. Ik snap niet waarom Hans het wilde hebben. Hij doet er niks mee. Zelfs het terras staat er nog precies zo bij als drie jaar geleden, maar dan overwoekerd. Hij vindt het leuk om in de kroeg te vertellen dat het schip van hem is.”
Het ooit idyllische terras van restaurantschip 't Appeltje. Foto: Anjo de Haan
„Ik ga hem naar de werf brengen. Op een gegeven moment”, zegt Weijer. Waarom niet al eerder, als hij al twee en een half jaar eigenaar is? „Het had geen onderhoud nodig. En ik moest een nieuwe heup en ik had last van m’n rug. Ik heb genoeg geld hoor, ik koop al sinds mijn 23ste onroerend goed op, nu ben ik heel oud. Dit is de 21ste plek die ik heb gekocht. Mensen die zeggen dat het een oud wrak is, zijn negatievelingen.”
Overburen Duran en Bongenaar maken zich zorgen. „Vervallen plekken zoals dit trekken criminele activiteiten aan. Drugshandel, alcoholmisbruik. Elke keer dat iemand het terrein op rijdt, slaat onze hond aan. En dat gebeurt vaak.”
„Ik vind het vooral sneu voor de overburen”, zegt De Haan. „Ik denk dat zij er iets heel moois van zouden kunnen maken als die boot weg zou zijn.”
Van Bergen: „Het doet me pijn dat het er zo bij ligt, maar alles is vergankelijk. Ik word er ook niet mooier op, net als de boot.”
Restaurantschip 't Appeltje in Pieterburen. Foto: Anjo de Haan