Meisje gepest door leeftijdsgenootjes Foto: Coco Broeken
Meer en meer kinderen op vooral de basisschool worden gepest, blijkt uit het aantal meldingen bij de Onderwijsinspectie. Zorgelijk, menen deskundigen. ,,Het gepeste kind moet het maar uitzingen.’’
Het jongetje met overgewicht, het kind dat met veel lawaai aansluiting zoekt bij klasgenoten. Leerkrachten Noortje van Esch en Marleen Kruisenga-Vink van basisschool GSV in Groningen schudden eenvoudig voorbeelden uit hun mouw van kinderen die gepest werden.
Met hetzelfde gemak leggen ze uit hoe ze het pesten in deze twee gevallen een halt toe riepen. ,,We richtten een steungroepje op waarin we met name pesters lieten meedenken over hoe het pesten kan stoppen. Niemand krijgt de schuld. En het leuke is dat het slachtoffer een keer als eerste wordt gekozen met voetbal en meer van dat soort kleine positieve ervarinkjes. Dat werkt.’’
Ze zijn niet verbaasd dat pesten toeneemt. ,,De maatschappij verhardt, dat zie je terug bij kinderen’’, zegt Marleen. ,,En vlak sociale media niet uit. Een lelijk berichtje is gemakkelijk verstuurd’’, zegt Noortje.
Ze denken dat het een illusie is dat pesten ooit uitgebannen raakt, maar ze denken dat zij er op hun school redelijk zicht op hebben, dankzij KiVa. Dat is een anti-pestprogramma waarvan de GSV sinds 2018 gebruik maakt. Elke leerling in elke groep leert dat het vanzelfsprekend is om aardig voor elkaar te zijn en elkaar te helpen in plaats van je er niet mee te bemoeien.
‘Hun gepeste kind moet het maar uitzingen’
Socioloog René Veenstra van de RUG doet al 20 jaar onderzoek naar pesten. Hij noemt het zorgelijk dat meer en meer kinderen gepest worden. ,,Alleen de echt heftige gevallen komen terecht bij de Onderwijsinspectie. Moet je je voorstellen wat er allemaal nog meer speelt.’’
Volgens hem is de aandacht voor pesten verwaterd omdat zaken als rekenen en taal op de eerste plaats staan. Dat pesten minder aandacht geniet, vindt hij kwalijk. ,,Ouders zijn radeloos, hun gepeste kind moet de tijd maar uitzingen op school. Als school kun je kinderen niet opgeven, je moet verder nadenken en verder hulp zoeken. Elke euro die je uitgeeft aan anti-pestgedrag betaalt zich 5,5 keer uit, want kinderen lijden onder pesten. Niet alleen kunnen ze zich minder concentreren, ze zitten minder lekker in hun vel en dat gaat ten koste van hun verdere schoolprestaties, hun loopbaan.’’
School en leerkrachten hebben sleutel in handen
Volgens Veenstra is er geen enkele rechtvaardiging voor pesten. Het is, zegt hij, een groepsproces, meer precies: het ontstaat bijna altijd in de klas. Jarenlang wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat sommige anti-pestprogramma’s effect hebben. Zoals KiVa waarbij leerkrachten aan de hand van oefeningen en gesprekjes een veilige en positieve sfeer creëren in de klas.
Dat slechts 10 procent van de basisscholen gebruik maakt van de bewezen goeie anti-pestprogramma’s betreurt Veenstra. ,,Ik vind dat sommige scholen falen. Er zijn kinderen die het echt moeilijk hebben op school, de plek waar ze elke dag uren doorbrengen. Dat kun je niet wegwuiven. De school en de leerkrachten hebben de sleutel in handen.’’
Topje van de ijsberg
Dat zegt ook Ingrid Bakker-Van der Schuyt uit Zorgvlied. Ze is regiocoördinator van het kenniscentrum Omgaan met Pesten in Noord-Nederland. ,,Sommige scholen pakken het vanaf de jongste klassen aan. Het is er echt onderwerp van gesprek, onder leerlingen en ouders. Zo maak je een gemeenschap’’, zegt ze.
Ze noemt het verdrietig dat het aantal meldingen bij de Onderwijsinspectie toeneemt. ,,Dat zijn de zwaardere gevallen, het topje van de ijsberg. Ik ken kinderen die niet meer naar school durven, die depressieve of zelfs suïcidale gevoelens ontwikkelen. De eerste stap is dat ze iemand in vertrouwen nemen, dat ze praten met hun ouders, een tante, oma of leerkracht.’’
Bakker-Van der Schuyt werkt het liefst samen met het kind, z’n ouders en de school. Samen trachten ze oplossingen te verzinnen om het pesten te stoppen. Ze vraagt het kind wie in de klas hem zou kunnen helpen. ,,Je bent niet alleen, dat realiseren sommige kinderen zich niet. Stapsgewijs probeer ik het zelfvertrouwen van het kind weer op te bouwen, zodat ze de regie weer krijgen. Weer naar school willen, opener worden, praten. Dat zijn vaardigheden voor het leven.’’