Kilometers aan oorlogsarchieven kunnen ingezien worden door geïnteresseerden. Foto: Nationaal Archief
Sinds 2 januari kunnen geïnteresseerden online een kijkje nemen in een online namenregister met collaborateurs uit de Tweede Wereldoorlog. Hoe werkt dit precies en wat kan je hier vinden? Vijf vragen.
Wat is het archief en wat staat er in?
Honderdduizenden Nederlanders werden na de Tweede Wereldoorlog verdacht van collaboratie. Van al deze mensen werd na de oorlog een onderzoeksdossier aangelegd om uit te zoeken wat ze precies op hun kerfstok hadden. De gegevens van deze personen werden vastgelegd in archieven van honderden instellingen, van lokale opsporingsdiensten tot rechtbanken. Voor hen tegen wie voldoende bewijs gevonden werd, wachtte een vervolgingszaak.
In de jaren vijftig waren de meeste zaken van collaboratie behandeld en besloot men alle losse archieven samen te voegen tot een enkel archief. In 2000 kwam dit in beheer van het Nationaal Archief.
Dit archief werd het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) genoemd en heeft een totale lengte van 3,8 kilometer. Hierin zijn 30 miljoen pagina’s te vinden van in totaal ongeveer 425.000 inmiddels overleden personen die verdacht werden van samenwerking met de Duitse bezetter. Het gaat hierbij om juridische documenten, maar ook om getuigenissen en persoonlijke verhalen. Het aantal personen kan nog oplopen. Pas na 2027 is alles gedigitaliseerd.
Personen die nog niet overleden zijn of van wie dit niet bekend is door bijvoorbeeld immigratie, zijn online niet terug te vinden.
Kilometers aan oorlogsarchieven kunnen ingezien worden door geïnteresseerden. Foto: Nationaal Archief
Hoe kan ik een kijkje nemen in het archief?
Die zoektocht begint online, op www.oorlogvoorderechter.nl. In de zoekbalk op de website kan een naam, woonplaats, geboortejaar en geboorteplaats worden gevuld. Is er een match met een dossier in het archief? Dan verschijnt deze in beeld. „Vervolgens kan deze worden gereserveerd en moet je verklaren deze in te willen zien”, vertelt woordvoerder Anne-Marieke Samson van het Nationaal Archief.
In principe kunnen de dossiers door iedereen worden ingezien, maar er dient wel een belang voor te zijn. „Dat kan bijvoorbeeld zijn dat je de geschiedenis van je buurt, familie of woonplaats in kaart wil brengen, maar het kan ook om een ander onderzoeks- of journalistiek belang gaan”, geeft Samson aan. Vervolgens wordt een inzagebesluit gemaakt. Bij een positief besluit wordt het dossier voor je klaargelegd. Zonder het belang het dossier van een ‘foute’ oom opvragen, gaat dus niet.
Tussen de dag van aanvraag en de dag van inzage zitten momenteel flink wat weken. „We hebben ongeveer 60 plekken beschikbaar in de studiezaal, deze zijn voor de komende 45 dagen allemaal volgeboekt. We merken dat er veel belangstelling is, ook voor het online namenregister. Mensen zijn toch nieuwsgierig.”
Is iedereen die in het archief te vinden is ‘fout’ geweest?
In het CABR zijn documenten van (tot nu toe) zo’n 425.000 mensen te vinden. Zegt dit dan dat al deze mensen aan de kant van de bezetter stonden of hand- en spandiensten verleenden aan de Duitsers? Niet direct. „Het betekent dat er sprake was van een verdenking”, zegt Samson. „Veel mensen vielen na hun verdenking buiten vervolging. De dossiers zijn enorm verschillend en kunnen variëren van iemand tegen wie een dik rapport is opgebouwd, tot mensen van wie slechts een blaadje in het archief te vinden is.”
Ook mensen die als getuige opgevoerd werden of zelfs slachtoffer werden van de nazi’s, kunnen in de archieven terechtgekomen zijn. „Wanneer er iemand in het CABR terechtgekomen is die hier niet in zou moeten staan, dan kan er contact met ons worden opgenomen.”
Samson benadrukt dat het in beginsel gaat om mensen tegen wie een verdenking was, hoe klein ook. Het stempel ‘fout’ is dus niet op elk dossier te plakken.
De voorzijde van een dossier uit het CABR. Foto: Nationaal Archief
Wat is er te lezen in de dossiers?
„De dossiers bevatten een weergave van het onderzoek dat gedaan is naar de betreffende persoon. Dit verschilt ook weer sterk per persoon en kan variëren van getuigenissen, rechtszittingen en onderzoeksverslagen tot enkel een lidmaatschapskaart van de NSB”, zegt Samson.
Het kan voor mensen best een schok zijn om te lezen wat er in de dossiers staat, vertelt Samson. „Mensen kunnen schrikken van wat ze zien. Het kan zijn dat er toch meer in het archief te lezen is dan wat ze hadden verwacht. Dat geldt overigens niet alleen voor het CABR, maar ook voor andere archieven zoals die over de VOC. Mensen denken vaak dat een archief slechts uit oud papier bestaat, maar als je het in handen hebt gaat het toch leven.”
Mocht degene die het archief bezoekt meer informatie willen over de persoon in het dossier of over andere zaken, dan kan er verder gezocht worden in andere archieven. „Dan kunnen we bijvoorbeeld doorverwijzen naar het archief van het Rode Kruis en wanneer iemand dienst nam bij de Wehrmacht kunnen we naar dit archief doorverwijzen.”
Er was de afgelopen tijd nogal wat te doen om het archief. Waarom?
Aanvankelijk zou het CABR volledig online beschikbaar moeten zijn, maar hier stak minister Eppo Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) op 6 december een stokje voor. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) maakte hem middels een brief duidelijk dat het online plaatsen en doorzoekbaar maken van het archief de privacy kan schenden van mensen die in het archief voorkomen en nog in leven zijn.
Kern van het probleem ligt bij de persoonsgegevens van alle mensen die in de stukken worden genoemd: behalve de verdachten gaat het ook om slachtoffers en getuigen, die in 2025 nog in leven zouden kunnen zijn. Die mag je volgens de AP wettelijk niet zomaar voor iedereen beschikbaar stellen.
Op 2 januari zouden al 8 miljoen pagina’s online te doorzoeken moeten zijn. Nu gaat het echter enkel om een namenregister. Om het dossier dat bij de naam hoort in te zien, moet je naar het archief toe. Minister Bruins van OCW werkt nu aan een wetsvoorstel zodat het online plaatsen van de dossiers alsnog kan gebeuren. Wanneer dat zover is, is ook bij het Nationaal Archief nog niet bekend.
Dossiers oorlogsarchief mogelijk langer van tevoren aan te vragen
De reserveringsmodule waarmee mensen een dossier uit het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) kunnen aanvragen, wordt op termijn mogelijk uitgebreid. Nu kunnen onderzoekers en nabestaanden tot 45 werkdagen vooruit een plek in de studiezaal reserveren, maar alle plekken zitten voortdurend vol. Het Nationaal Archief is daarom bezig om de termijn van 45 dagen te verlengen, zodat mensen verder vooruit kunnen plannen, laat een woordvoerder weten.
„We willen mensen meer perspectief bieden”, zegt hij. „Al moeten ze twee of drie maanden wachten, dan weten ze in ieder geval dat ze aan de beurt zijn.” De eventuele uitbreiding van de reserveringsmodule hangt nog wel af van onder meer de capaciteit bij het Nationaal Archief, dat het CABR beheert.