Jan Geertzen uit Paterswolde is een van 's werelds meest vooraanstaande revaliedatieartsen. Vrijdag ging hij met pensioen. Foto: Jaspar Moulijn
Slapen? Dat doet professor Jan Geertzen (67) uit Paterswolde nauwelijks. Zijn gedrevenheid maakte hem tot een van de meest vooraanstaande revalidatieartsen ter wereld. Vrijdag nam hij na bijna veertig jaar afscheid in het UMCG. Mét hoge onderscheiding.
Het liep al een beetje uit, het symposium ter gelegenheid van zijn pensioen in de grote zaal van het UMCG. ‘We moeten toch aan de borrel?’, denkt revalidatiearts Jan Geertzen als vanachter de grote deur ineens burgemeester Marcel Thijsen van Tynaarlo de zaal in loopt.
Na een speech van twintig minuten – Geertzens verdiensten voor de medische wetenschap som je niet in vijf minuten op – komt het hoge woord eruit: de arts-hoogleraar wordt benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
„Ik was volledig verrast”, blikt Geertzen terug in zijn woning in Paterswolde. „Bovendien lag de zaal, en ik ook, geregeld dubbel om de speech van de burgemeester. Dat deed hij geweldig. Ik voelde mij zeer vereerd.”
Geertzen zit in de eerste week van zijn pensioen. Voor iemand die per nacht ongeveer vier uur slaapt en iedere dag honderden mails van over de hele wereld moet beantwoorden, is dat wennen.
„Mijn mailadres van het UMCG blijft nog vijf jaar bestaan en de vragen zullen nog wel even blijven komen”, zegt Geertzen. „Voorlopig blijf ik ze keurig beantwoorden.”
Geertzen groeide met twee broers en een zus op in een katholiek gezin in Den Bosch. Zijn vader was sportleraar, moeder gaf kookles. Op zijn 15de leert Jan zijn vrouw José kennen. Heel klassiek, op dansles. Op zijn 18de gaat hij geneeskunde studeren in Utrecht.
Wilde u altijd al arts worden?
„Ja, eigenlijk wel. De vader van een vriendje was huisarts en die kon er mooi over vertellen. Toen ik eens een zwartwitfilm zag over Engelse soldaten die revalideerden, vond ik dat heel indrukwekkend en werd een zaadje geplant. Vervolgens raakte het broertje van José in coma na een zwaar ongeval. Toen hij wakker was, werd hij al heel snel naar huis gestuurd terwijl hij nauwelijks kon lopen. Er was geen begeleiding, niets. Dat vond ik heel erg en die gebeurtenis was voor mij een grote inspiratie om dit pad te kiezen.”
In Utrecht waren geen colleges revalidatiegeneeskunde en Geertzen wordt eerst assistent-chirurg in Arnhem. Daar komt hij veel in Het Dorp, de zorginstelling voor mensen met een ernstige handicap die werd geopend na de eerste grote geldinzameling op televisie, met een glansrol voor Mies Bouwman. Hier krijgt Geertzen de bevestiging: hij wil alsnog revalidatiearts worden.
En toen kwam u in het UMCG in Groningen terecht?
„Ja, met veel pijn en moeite kon ik een opleidingsplek krijgen. Voordat ik hier ging studeren, hield Nederland voor mij bij Zwolle op. Zelfs daar was ik nog nooit geweest volgens mij. Ik moest José beloven dat we na vier jaar terug zouden gaan naar Brabant.”
Voordat ik hier ging studeren, hield Nederland voor mij bij Zwolle op
En dat is vervolgens nooit gebeurd?
„Nee. Toen ik klaar was, bood het hoofd van de afdeling revalidatie mij een baan aan. Tja, dat wilde ik wel en dat zorgde thuis voor enige wrijving. José was op z’n zachtst gezegd niet blij.”
Geertzen wordt in 2009 hoofd van de revalidatieafdeling in het UMCG en medisch directeur van revalidatiecentrum Beatrixoord in Haren. Hij groeit uit tot een van de meest vooraanstaande revalidatieartsen ter wereld. Het team dat hij om zich heen verzamelt, doet baanbrekend onderzoek op het gebied van amputaties en het revalideren met protheses. Niemand publiceert meer dan Geertzen op dit gebied en van over heel de wereld wordt zijn expertise gevraagd bij moeilijke vraagstukken.
Als voorzitter van de wereldwijde multidisciplinaire vereniging voor alle beroepen rond de prothese-zorg bezoekt hij bovendien meer dan honderd landen. Door de jaren heen krijgt hij talloze onderscheidingen en prijzen voor zijn werk.
Wat deed u in al die landen?
„Overal hielpen wij ziekenhuizen en revalidatiecentra met het verbeteren van de zorg voor mensen die een amputatie moeten ondergaan. We gaven advies en openden opleidingscentra, bijvoorbeeld in Vietnam, El Salvador, Tanzania en de Filipijnen. En ik ben veel op Curaçao geweest. Dat hoort bij het Koninkrijk der Nederlanden, maar het niveau van zorgverzekering is daar schandalig. Net als in Suriname. Daar is nog altijd veel werk te verzetten.”
Heeft u een voorbeeld?
„Het is in Suriname zo arm dat er één prothesemaker is; een man van ver in de zeventig. Als je daar een amputatie oploopt, krijg je niet eens een rolstoel. In de ziekenhuiszalen lagen allemaal mensen die na de operatie nergens naartoe konden. Revalidatie bestaat daar eigenlijk niet. Daar was ik echt van ontdaan.”
U wordt omschreven als iemand die altijd de patiënt centraal stelde. Is dat niet logisch, zeker voor een revalidatiearts?
„Dat zou je wel zeggen, toch is dat niet zo. Toen ik richtlijnen ging schrijven, waarin staat hoe een dokter moet handelen, bleek dat de ervaringen van de patiënt daarin nauwelijks werden meegenomen. Daarom heb ik in 2013 samen met een collega de patiëntenvereniging KorterMaarKrachtig opgericht. Er waren door heel Nederland vijf of zes verenigingen, maar die hadden ruzie met elkaar en daardoor sneeuwde het perspectief van de patiënt onder. Gelukkig hebben we daar verandering in gebracht. Nu kunnen zij veel beter een vuist maken richting ziekenhuizen en zorgverzekeraars.”
Hoe belangrijk is dat?
„Heel belangrijk. Je ziet dat sindsdien meer vergoed wordt voor mensen die een amputatie hebben moeten ondergaan. En nog steeds zie je dat chirurgen verkeerd amputeren, op de manier waarop ze het geleerd hebben en het altijd al ging. Wij als revalidatieartsen moeten leren om dat tegen te spreken en de patiënt centraal te stellen. Want wat wil een patiënt nog kunnen na een operatie? Heuvels en trappen belopen, of is een rondje rond het huis ook voldoende? Dat maakt veel uit voor de manier waarop je amputeert en daarna een prothese aanmeet. Goed luisteren naar de wensen van de patiënt maakt een groot verschil.”
De medische technologie gaat ons vakgebied overnemen
Hoe vaak komen amputaties in Nederland eigenlijk voor?
„Als je het hebt over grote amputaties, dus niet tenen of vingers, tussen de 3000 en 4000 per jaar. In 95 procent van de gevallen zijn de problemen in ledematen ontstaan door overgewicht en diabetes. De overige gevallen komen door bijvoorbeeld een ongeval of kanker.”
Er kan dus veel voorkomen worden?
„Ja, in theorie. In de praktijk blijkt dat lastig. De meeste amputaties in ons land komen voor in het armere deel van Noordoost-Nederland, waar de mensen vaker ongezond eten, meer roken en het minst bewegen. Alle instanties proberen mensen in beweging te krijgen, maar dat lukt nauwelijks. In India, waar ik ook veel geweest ben, zag ik hetzelfde. Voorheen kwamen amputaties daar vooral voor na een ongeval, maar ook in dit deel van de wereld zijn fastfoodrestaurants als McDonald’s en KFC als paddenstoelen uit de grond geschoten en zie je dat het aantal amputaties door diabetes enorm toeneemt. Die vreetschuren doen veel kwaad.”
Hoe ziet de toekomst van uw vakgebied eruit?
„Die is nog steeds enorm in ontwikkeling. Toen ik begon werden in Duitsland, waar een grote prothese-industrie zit, protheses uit hout gefreesd. Nu meet een laser heel precies hoe de prothese moet passen en wordt gewerkt met 3D-printers. Je ziet al handprotheses die met de zenuwen worden verbonden, waardoor mensen kunnen voelen wat voor voorwerp ze met de prothesehand vast hebben. Over een paar jaar worden protheses zelfs helemaal met de hersenen aangestuurd, via een geïmplanteerde chip. De medische technologie gaat ons vakgebied overnemen, daar ben ik van overtuigd.”
En nu pensioen. Gaan jullie terug naar Brabant?
„Nou, als we de Maas over gaan, krijgen we allebei nog steeds een warm gevoel. Dat voelt als thuiskomen. Toch blijven we. We hebben hier veel vrienden en we lopen met de hond zo de Onlanden in, of over een van de landgoederen in de buurt. Ook hier is het prachtig.”
Eens lekker uitslapen dan?
„Of ik dat ooit leer, weet ik niet. Ik sliep als student al slecht. Gelukkig ben ik het gewend. Ik kan met weinig slaap goed functioneren.”
Paspoort
Naam: Joannes Henricus Bernardus Geertzen
Geboortedatum: 25-04-1959
Geboorteplaats: Den Bosch
Woonplaats: Paterswolde
Burgerlijke staat: getrouwd met José, drie kinderen
Werk: Revalidatiearts, onderzoeker, opleider en bestuurder. Van 2009 tot 2026 hoofd van de revalidatieafdeling in het UMCG en medisch directeur van revalidatiecentrum Beatrixoord in Haren.