Een lelieveld aan de rand van Diever. Foto: Rens Hooyenga
De messen in het pesticidendebat waren geslepen, maar kunnen de bestekla weer in. Bestrijdingsmiddelen zijn niet de enige dominante factor in het veroorzaken van parkinson, concluderen onderzoekers Bas Bloem en Roel Vermeulen.
Het verband tussen blootstelling aan bestrijdingsmiddelen in de landbouw en het krijgen van de ziekte van Parkinson is altijd een heet hangijzer geweest. Tegenstanders wezen op de risico’s, maar sluitend bewijs bleef achterwege. Maar gaandeweg de heetgebakerde discussie voelden boeren, tuinders en telers het beschuldigende vingertje in hun richting wijzen.
„Hebben boeren en tuinders onterecht onder dat vergrootglas gelegen?” Bloem, hoogleraar neurologie aan het Radboudumc in Nijmegen, stelde de vraag zelf bij de toelichting van het onderzoek dat hij deed met hoogleraar milieu-epidemiologie Roel Vermeulen van de Universiteit Utrecht. „Ja en nee”.
Bas Bloem Aangeleverde foto
De ‘nee’ kwam voort uit bijna veertig eerdere internationale studies die een link aantoonden tussen werken met pesticiden en parkinson. Want déze studie – waarbij voor het eerst meerdere gezondheidsgegevens (overlijdensakten, medicijnvoorschriften, zorgverzekeringsclaims en ziekenhuisgegevens) werden gekoppeld aan demografische en sociaaleconomische data – bracht een dominante inbreng van pesticiden níet aan het licht.
„Vandaar de ja”, zei Bloem. „Dit onderzoek laat zien dat ook andere factoren, zoals luchtverontreiniging of zware metalen, een rol spelen bij het veroorzaken van parkinson. Dit onderzoek laat zien dat pesticiden niet de enige dominante factor zijn. Dus we moeten breder kijken dan alleen landbouwactiviteiten.”
Complexe optelsom
Maar Bloem waarschuwt wel. „Want ik hoop niet dat de landbouwsector nu opgelucht ademhaalt en denkt: er is niets aan de hand met pesticiden. Want dat zegt het onderzoek volstrekt níet. Het zegt: er is kennelijk niet één factor. Maar met zó’n stapel bewijs aan internationale onderzoeken ben ik ervan overtuigd dat bestrijdingsmiddelen – zeker in het verleden - in die complexe optelsom een rol spelen.”
Het was, zei Bloem, makkelijker geweest als pesticiden de grote schuldige was geweest. „Deze uitkomst maakt het minder makkelijk om aan knoppen te draaien.” Zeker omdat het gebruik van pesticiden een stuk makkelijker te reguleren is dan, bijvoorbeeld, luchtverontreiniging. „Omdat het een knop is waaraan je makkelijk kunt draaien, hebben pesticiden veel aandacht gekregen”, meende Bloem.
In de beeldvorming zijn boeren onterecht onder een vergrootglas terecht gekomen. Tegelijkertijd moeten we ook niet doorslaan naar de andere kant
Bloem schetste naar aanleiding van de resultaten een genuanceerd beeld van stellingen die eerder lijnrecht tegenover elkaar stonden. „Wat ik heel vaak gezegd heb, zeg ik nog een keer: er is niet één boer die voor zijn lol zichzelf en zijn buren vergiftigt. De boer is eerder slachtoffer dan dader. Het toetsingskader van bestrijdingsmiddelen klopt niet; dat ligt niet aan de boer of de tuinder.”
Er moet breder worden gekeken naar oorzaken en dat gaat nu gebeuren. „In de beeldvorming zijn boeren onterecht onder een vergrootglas terecht gekomen. Tegelijkertijd moeten we ook niet doorslaan naar de andere kant door te zeggen: er is niks aan de hand met die landbouw, want pesticiden worden niet vrijgepleit.”
Vervolgonderzoek moet preciezer aantonen welke omgevingsfactoren (naast genetische risico’s) nog meer van invloed zijn bij het veroorzaken van parkinson. Maar ook: waarom iemand in Noord-Nederland meer kans heeft om Parkinson te krijgen. Want dat was ook een uitkomst van het onderzoek: Groningen en Friesland kleuren donker in het onderzoek van Bloem en Vermeulen.
Roel Vermeulen Aangeleverde foto
Dat is een opmerkelijke uitkomst, bijvoorbeeld omdat de luchtkwaliteit in het noorden beter is dan elders in het land. Vermeulen: „Speelt er in Groningen iets wat we nog helemaal niet weten? Wat de oorzaken zijn, weten we niet. We staan voor de uitdaging dat in beeld te brengen.”
Op deze kaart van Nederland zie je de kans op parkinson: van rood (meer kans) naar blauw (minder kans). Illustratie: onderzoek Radboudumc/Universiteit Utrecht
Naast het regionale verschil werd ook aangetoond dat mannen meer kans op parkinson hebben dan vrouwen en dat Parkinson vaker voorkomt bij mensen met een hoger sociaaleconomische positie. Bloem: „Komt dat doordat zij makkelijker toegang hebben tot de zorg? Welke rol speelt roken? Spelen geslachtshormonen een rol? Elk onderzoek roept weer meer vragen op.”
Speelt er in Groningen iets wat we nog helemaal niet weten? Wat de oorzaken zijn, weten we niet
In de zoektocht naar antwoorden wordt momenteel een grootschalig landelijk onderzoek opgetuigd in ziekenhuizen in Tilburg, Leiden, Nijmegen en Groningen. Daaraan doen 1500 mensen mee die net de diagnose parkinson hebben gekregen en 3000 die de ziekte niet hebben. „We kijken met extra interesse naar Groningen en Friesland”, aldus Bloem.
De 1500 patiënten die meewerken, wordt in detail gevraagd naar werk, sport, eetgewoonten, maar ook verhuizingen. Ook wordt bloed en ontlasting onderzocht en meten de onderzoekers stoffen in huis en doen ze genetisch onderzoek.
Of Groningers en Friezen zich zorgen moeten maken? „Die vraag gaat natuurlijk komen”, aldus Bloem. „Ik kan niet genoeg benadrukken: je moet de data niet overinterpreteren. Dit is een aanleiding om verder te onderzoeken, maar voor een individu heeft dit geen betekenis.”
Op z’n vroegst over vijf jaar verwachten de onderzoekers resultaten.