Nelly Olthof- vd Vinne en haar man worden gefeliciteerd door burgemeester Ard van der Tuuk. Foto: Geert Job Sevink
Twee inwoonsters van Doezum kregen vrijdagochtend waardering voor het vrijwilligerswerk dat ze al tientallen jaren verrichten. Beiden werden benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.
„Een lintje krijg je niet zomaar”, zegt burgemeester Ard van der Tuuk van de gemeente Westerkwartier tegen een goed gevulde zaal in dorpshuis ‘t Stuurhuus in Doezum. Met een lach: „We hebben het gecheckt bij de belastingdienst, de FIOD en justitie, maar deze dames zijn brandschoon en kunnen gedecoreerd worden.”
De vrouwen in kwestie zijn Nelly Olthof-vd Vinne (75) en Dieta Stokroos-Steursma (72) uit Doezum. Ze worden onderscheiden omdat zich alsvrijwilligeringezet hebben voor de maatschappij. En dat al heel lang.
Nelly wandelt sinds 1985 maandelijks met verstandelijk gehandicapten van Alliande Borneroord in Beetsterzwaag. Datzelfde doet ze ook al jaren eens in de twee weken met dementerende bewoners van het Zonnehuis Zuidhorn. „Het is zo mooi om met deze mensen naar buiten te gaan”, zegt Nelly. „Dan zie je dat hun ogen gaan glimmen.”
Met wandelen houdt het voor Nelly niet op. Haar lijst met vrijwilligerswerk is bijna eindeloos. „Het is zeer te bewonderen”, zegt de burgemeester, voordat hij haar de versierselen opspeldt.
Dat doet hij even later ook bij Dieta Stokroos. Ze was jarenlang het gezicht van de kringloopwinkel in Grootegast, en vervulde tal van functies bij de Protestantse Gemeente Doezum. Dat heeft ze gemeen met Nelly, die zich ook al jarenlang inzet voor de kerk.
Het had van Nelly Olthof niet gehoeven, zo’n lintje. „Ik hou er niet zo van om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Maar het is wel bijzonder, zo’n blijk van waardering.”
Dieta Stokroos had tot vanmorgen geen idee wat er zou gaan gebeuren. „Ik zou met mijn zussen op pad gaan, ze hebben me mooi voor de gek gehouden.”
Het lintje draagt ze met trots. „Die gaat vandaag niet meer af. Mijn zoon zei dat ik hem ook maar moet ophouden als ik ga slapen, maar dat doe ik toch maar niet.”