Boris Wanders en Judith Lechner geven in de tentoonstelling On/t/schuld uiting aan de gevoelens die een fout familieverleden kunnen oproepen. Foto: Rens Hooyenga
Wat voor impact heeft het oorlogsverleden van een grootouder? Daarover gaat de nieuwe tentoonstelling On/t/schuld in het Gevangenismuseum Veenhuizen. Judith Lechner en Boris Wanders, familie van een NSB’er uit Roden, dagen het publiek uit om de confrontatie met het verleden aan te gaan.
Uit het moerassige landschap van natuurgebied Appelbergen bij Glimmen steken dode bomen omhoog. De grillige, zwarte takken doen iets met Judith Lechner (64) en Boris Wanders (69) uit Groningen. Helemaal sinds zij weten dat deze bomen de stille getuigen zijn van enkele gruwelijke gebeurtenissen die zich hier hebben afgespeeld. Gebeurtenissen waarin de grootvader van Wanders ook een rol speelde.
„Na de Meistaking van 1943 heeft mijn opa de Duitsers geholpen om stakers op te pakken”, zegt Wanders. „Een aantal van hen is naar het Scholtenhuis gebracht, gefusilleerd en gedumpt in het moeras van Appelbergen. Op de gedenkstenen bij dat moeras staan namen van mannen van wie ik nu weet dat mijn grootvader ze heeft aangewezen.”
Wanders zwijgt even. „Dat is heel pittig.”
De confrontatie met je familiegeschiedenis
De tentoonstelling On/t/schuld, vanaf 1 februari te zienin het Nationaal Gevangenismuseum in Veenhuizen, gaat over hoe nazaten leven met de last die het verleden van een ‘foute’ voorouder met zich meebrengt. Wanders zelf schreef er gedichten over, zijn vrouw Judith Lechner bracht met fotografie in beeld hoe moeilijk het voor Wanders was om zijn familiegeschiedenis in de ogen te kijken.
„Ik wist tot zo’n vijf jaar geleden niets van mijn grootvader”, zegt Wanders aan tafel in het restaurant van het museum. „Nooit werd er over hem gesproken. Ik voeldewel dat er iets was, maar niet precies wat. Op een gegeven moment ga je dat op jezelf betrekken, alsof er met jou iets mis is. Nu pas is mij duidelijk dat alle moeilijkheden en verstoorde relaties in ons gezin te maken hadden met het oorlogsverleden van mijn grootvader, en hoe bijvoorbeeld mijn moeder daarmee worstelde.”
‘Ik vind toch niks’
Als volwassene voelt Wanders dat er iets moet zijn met zijn familiegeschiedenis, maar met die gevoelens durft hij weinig te doen. In plaats daarvan neemt hij afstand. Van zijn ouders. Van zijn broers en zussen.
„Op een gegeven moment ging ik toch op internet zoeken. ‘Ik vind toch niks’, denk je dan. Maar ik vond wél wat: een krantenknipsel uit 1947. Daarin stond dat mijn grootvader in Assen voor de rechter was verschenen en dat er zestien jaar tegen hem werd geëist. Toen schrok ik me een hoedje. Weg ermee, dacht ik. Ik heb het Judith niet verteld.”
De 'pijnbomen' in natuurgebied Appelbergen. Foto: Judith Lechner
Jaren later komt het toch eens ter sprake en dan kan Lechner de worsteling van haar man niet langer aanzien. Ze schrijft het Nationaal Archief aan en er blijken honderden documenten te bestaan over de grootvader van Wanders.
„Hij had een slagerij en die zaak confisqueerde de staat na de oorlog”, zegt Lechner. „Dat hele proces over ‘de NSB-slagerij in Roden’ was gedocumenteerd. Nou, dan is het wel duidelijk hoe de vork in de steel zit.”
Opluchting
Als Wanders zo’n vijf jaar geleden in contact komt met historicus Cees van der Kooij (1943-2023), die op dat moment onderzoek doet voor zijn boek over het nationaalsocialisme in Roden, kan hij er niet meer omheen. Zijn familiegeschiedenis ligt op straat.
„Eigenlijk was dat een opluchting. Het is natuurlijk niet fraai wat Cees mij wist te vertellen, maar het nam voor mij een laatste drempel weg om er zelf over te gaan schrijven. Sindsdien maak ik gedichten over de impact die mijn familiegeschiedenis heeft op mijn leven.”
Omdat Wanders en zijn vrouw vaker samen aan kunstprojecten werken, besluiten ze een boek te maken waarin foto’s van Lechner de gedichten van Wanders vergezellen. Allereerst gaan ze terug naar Appelbergen, de plek waar ze graag wandelden.
„Ineens kreeg die heerlijke plek een zwarte kant”, zegt Lechner. „Met lood in de schoenen gingen we terug. Die stekelige bomen waren niet langer slechts bijzonder, maar het was net of de mensen in dat water naar boven kwamen om ons te herinneren aan wat er gebeurd is. Wij zijn ze pijnbomen gaan noemen in ons werk.”
Duistere energie
Op één van de foto’s van Lechner zit Wanders in zijn hemd middenin de Drentse natuur. Hij kijkt recht in de camera, om te laten zien dat hij de confrontatie met zijn familiegeschiedenis durft aan te gaan.
„In de lens zag ik mijn grootvaders weerspiegeling”, zegt Wanders. „Die keek mij snoeihard aan, en ik keek snoeihard terug. Dat kwam heel hard binnen, maar het was een stap die ik nodig had in dit proces. Ik heb hem daar gezegd dat hij moest verdwijnen met zijn duistere energie.”
Lechner knikt. „Je bent daar de strijd met hem aangegaan en sindsdien is de zwaarte van de last uit het verleden minder geworden. Dat was een belangrijke overwinning.”
Wanders’ grootvader komt in 1955 vrij en sterft als kleinzoon Boris 11 jaar oud is. Nooit hebben ze elkaar gezien, maar tijdens het schrijven van zijn gedichten probeert Wanders zich toch in zijn opa te verplaatsen.
De nieuwe tentoonstelling in het Gevangenismuseum Veenhuizen heet On/t/schuld. Foto: Rens Hooyenga
„In mijn ogen was hij een man met een harde kop. Vrij direct in zijn manier van doen en kort van stof. Ik denk dat hij zich een beetje tekortgedaan heeft gevoeld en carrièremogelijkheden heeft gezien bij de NSB. Dat kan ik natuurlijk niet meer checken, maar dit is hoe ik het mij voorstel. Ik probeer met deze gedichten de ontbrekende stukken in te kleuren, vanuit mijn eigen gevoel.”
Iets goedmaken?
Gemakkelijk gaat dat niet. Integendeel. Als Wanders begint te schrijven, gebeurt er van alles in zijn hoofd. De gedachte dat ook hij moet zwijgen, net als de rest van zijn familie doet, bedwingt hij met een uiterste inspanning.
„Het was enorm fysiek, eigenlijk. Ik werd er gewoon misselijk van. Dan had ik een uurtje zitten schrijven en dan kwam ik helemaal beroerd en bekaf naar beneden.”
Nu het boek en de tentoonstelling af zijn, probeert Wanders ruimte in zijn hoofd te maken om contact te zoeken met de nabestaanden van de slachtoffers van zijn grootvader. Diep van binnen leeft dat verlangen, maar de daadwerkelijke stap heeft hij nog niet kunnen zetten.
„Dat proces beschrijf ik ook in een van mijn gedichten: de erfenis aankijken in de ogen van een ander. Dat heeft mijn grootvader niet gedaan, mijn moeder heeft dat ook niet kunnen doen en omdat ik wat meer afstand heb, zou ik dat wel kunnen. Daar ligt nog een opgave voor mij. Zo voel ik dat. Ik heb niet het gevoel dat ík iets kan of moet goedmaken, tochwil ik het leed van nabestaanden van slachtoffers van mijn grootvader erkennen.”
Openheid stimuleren
Voor Lechner en Wanders is het uitbrengen van hun boek en de tentoonstelling in Veenhuizen een manier om met open blik naar het verleden te kijken en de schaamte en het schuldgevoel een plek te geven. Ook om te voorkomen dat zij die gevoelens doorgeven aan hun eigen kinderen en kleinkind.
„Alles wat wij nu oplossen, zit hen niet meer in de weg”, zegt Lechner daarover. „En ik merk dat ze er heel trots op zijn dat we dit doen. Zij hebben hun grootouders niet gekend door deze geschiedenis, dus ook op hen heeft het invloed gehad. Maar zij voelen niet de last die wij ervaren hebben.”
In de psychologie bestaat de term ‘ontschuldigen’: de schuld van iemand afnemen. Wanders heeft met name zijn moeder veel kwalijk genomen in zijn leven, maar wist nooit precies wat. „Nu zit ik in het proces waarin ik haar niet meer alles kwalijk neem, maar waarin ik begin te begrijpen onder welke ellende zij gebukt is gegaan.”
De schaamte en het zwijgen in de familie zal voor veel bezoekers van de tentoonstelling herkenbaar zijn. „Deze expositie gaat daarom niet over mijn verhaal, maar over dat van heel veel mensen”, zegt Wanders. „Ik hoop dat wij hiermee stimuleren dat anderen ook de moed krijgen om met hun omgeving over dit ongemakkelijke onderwerp te praten. En dat ook zij die gevoelens van schuld en schaamte een plek kunnen geven.”
Tentoonstelling 'On/t/schuld'
On/t/schuld is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen het Gevangenismuseum en Wanders en Lechner. „Door het werk van Boris en Judith in een historische en maatschappelijke context te plaatsen, hebben wij geprobeerd te laten zien dat het een universeel verhaal is als mensen aanlopen tegen een fout familieverleden en daar schuld en schaamte bij voelen”, zegt curator Willem Stohr. „We willen mensen inspiratie geven om zelf de confrontatie aan te gaan. Uit onderzoek blijkt dat dat heel helend kan werken.”
Tegelijk met de tentoonstelling komt het boek On/t/schuld van Wanders en Lechner uit. Het is te verkrijgen in de museumwinkel, enkele boekhandels en via info@studio174.nl.
Collaborateurs in Veenhuizen
De Duitsers gebruikten de gestichten van Veenhuizen niet of nauwelijks tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarna kreeg Veenhuizen wel een grote rol: de collaborateurs met de zwaarste straffen kwamen hier terecht. Ook de grootvader van Boris Wanders zat hier na zijn veroordeling tot 1955 vast.