Boris Wanders leest zijn gedicht 'Fout' voor. Foto: Geert Job Sevink
In de kantlijn van de boekpresentatie over de oorlogsjaren in Roden droeg Boris Wanders zijn gedicht Fout voor. Over zijn opa, de ‘NSB-slager’. Wanders kreeg geen medaille, maar verdiende in elk geval respect.
Met het schrijven van Roden 1939-1945: een Drentse dorpsgemeenschap in de tijd van het nationaalsocialisme gooide Cees van der Kooij nogal wat stenen in de vijver. De auteur – hij overleed enkele maanden voor de uitreiking – zorgde met zijn werk voor erkenning van verzetsmensen en soldaten van toen. Dankzij het boek werden ze postuum onderscheiden.
Maar de grootste rimpeling in de vijver was die over de NSB-slager uit het dorp. Van der Kooij kwam in zijn secure zoektocht in contact met kleinzoon Boris. „En door Cees’ werk kregen families antwoorden op vragen die door het ‘Grote Zwijgen’ nooit waren beantwoord”, stelde Kor IJszenga, de directeur van uitgever Van Gorcum.
Het boek over de oorlogsjaren in Roden deed veel stof opwaaien.
En zo gebeurde het dat Berend Aalders, Evert Aukema en Tjebbe Date Homan postuum werden geëerd voor hun verzet in de oorlog, maar dat Boris Wanders de zaal stilkreeg met het gedicht Fout. Geen medaille of onderscheiding, maar minimaal heel veel respect.
Wereld van schuld
Al die jaren leefde Boris Wanders (nu 67) in een wereld van schuld. „In je leven kom je van alles tegen en dan denk je: is dit van mezelf? Zit ik zelf zo in elkaar? Of is dit doorgegeven, van generatie op generatie?”
Al die jaren werd thuis bij Boris nooit gesproken over toen. „Ik was gewend om heel veel dingen in mijn leven in termen van schuld te vertalen. Toen ik me ging verdiepen in de familiegeschiedenis, waar thuis altijd over werd gezwegen, merkte ik dat daar een soort schuld is doorgegeven. Van mijn grootvader naar moeder, van mijn moeder naar mij. Terwijl de bron, de reden, de oorzaak buiten beeld bleef.”
Al die jaren ontmoette Boris opa nooit. Die kwam ook nooit op familiefeestjes. Boris wist dat er íets mis was met opa, maar dat bleef bij vermoedens. Onuitgesproken. En in die mist, die vragen, die stilte, in al die waas spleet de familie uiteen. Kinderen braken met hun ouders. „Het zit allemaal in ‘zo’n sfeer’. Je weet niet wat er is, ze willen het er niet over hebben. Het gaat schuren.”
Ouderavond
Al die jaren keek Boris als een berg op tegen het familieverleden. „Het wordt gróót. Want als er zelfs niet over werd gepraat, dan moest het wel héél erg zijn.” Het schuldgevoel werkte door. Vilein. Het nestelde zich in de haarvaten van de generaties. Hoe meer er werd gezwegen, hoe zwarter het werd.
Al die jaren groeide het schuldgevoel. Zoals toen die ene vader verscheen op een ouderavond van de school waar Boris werkte. „Na twee minuten zei hij: ‘Ik kom voor iets heel anders. Ik doe genealogisch onderzoek, ik zoek naar familieverbanden. U komt uit Roden, maar ik kan de naam Wanders nergens vinden. Van wie bent u er eentje?’ Het was ineens BAM! Paniek. Ik dacht: nu word ik ontmaskerd. Ik was heel erg blij dat mijn moeder een andere achternaam had. Als ik daar niet over praatte, zou hij niks te weten komen.”
Al die jaren zei zijn echtgenote Judith tegen Boris dat ie het verleden moest uitzoeken. Hoe dat nou zat met opa. Dat hij het verleden onder ogen moest zien. Uit een archief kwamen 564 documenten. Niet over opa zelf, maar wel over de financiële afwikkeling van diens slagerij, die de Nederlandse staat confisqueerde na de oorlogsjaren.
In het reine
Na al die jaren kwam Cees van der Kooij op Boris’ pad. In café De Brink in Roden ontmoetten de twee elkaar. Daar bevestigde Van der Kooij de vermoedens die Boris al die jaren al met zich meedroeg. „Sindsdien voel ik me een stuk minder schuldig. Nu ik meer weet, via Cees, staat grootvader dáár. Hij heeft ernstige fouten gemaakt, maar dat zijn zíjn fouten. Daarvoor was er een grote ongedefinieerde schuld. De hele familie voelde zich een soort van medeplichtig. Nu staat het beschreven. Ontkennen heeft geen zin. Ik ben er niet trots op, maar ík ben het niet. Het word ‘ik en jij’, in plaats van ‘de familie’. Door zíjn schuld af te leggen, voel ik me bevrijd.”
Na al die jaren kan Boris een streep zetten onder opa’s oorlogsverleden. „Ik ben 67. En kom nu pas in het reine met het verleden. Ik wil het schuldgevoel niet doorgeven aan de volgende generatie. Dat stoppen we nu. Ik kies voor onze kinderen en ons kleinkind. Het geheim stopt hier.”