Op het toekomstbeeld van de campus is iedereen blij en alles groen. Impressie: Gemeente Emmen
Emmen wil groeien naar 120.000 inwoners. Om aan te haken bij de grote jongens moet er stevig gebouwd worden: nieuwe woonwijken, een voetbalstadion en misschien wel een universiteit. Luchtkastelen of komt Emmen echt tot wasdom?
Zo, zo, investeringen van een miljard euro voor een supercampus. Hebben ze de boel nog een beetje op een rijtje?
Nou, de doembeelden van een leeglopend Emmen en omstreken zijn in ieder geval verleden tijd. Sterker nog, met een dichtslibbende Randstad stapt Emmen vol zelfvertrouwen de dansvloer op. Ondernemers, gezinnen, studenten: swing maar fijn richting Zuidoost-Drenthe.
Emmen is op dit moment in inwoneraantal, mede door de vele buitendorpen, met een kleine 110.000 de dertigste gemeente van Nederland. Vergelijkbaar met middelgrote steden als Delft, Venlo en Alkmaar. Maar Emmen wil klimmen op de lijst door flink te groeien. In 2040 moet de 120.000ste inwoner verwelkomd.
Waar uit angst voor krimp en vergrijzing het mes in voorzieningen ging, wil de gemeente in tijden van groei en vergroening exact het tegenovergestelde doen. Naast een volwaardig ziekenhuis en een moderne dierentuin, moeten een nieuw sportpaleis en een studiecampus nieuw volk verleiden om deze kant op te verhuizen, en bekenden om vooral niet de omgekeerde route te volgen.
Dus vliegen de honderden miljoenen over tafel. Voor de aangekondigde campus met nieuwe scholen, een groot groen wandelpark en een innovatiecentrum wordt een investering van een miljard euro verwacht. Feit is dat het geld niet opgehoest kan worden door de Emmer belastingbetaler: het jaarlijkse huishoudboekje op het stadhuis is ongeveer de helft van dat bedrag.
Op dit terrein van voormalig zwembad Aquarena komt de nieuwe onderwijscampus. Foto: Jari Leijssenaar
Waarom moet alles eigenlijk meer, groter en beter. Waar is de Drentse bescheidenheid en nuchterheid gebleven?
‘Wie niet tevreden is met wat hij heeft, zal ook niet tevreden zijn met wat hij krijgt’, sprak Socrates al vier eeuwen voor Christus.
Als Emmen de kleinschaligheid en nabijheid als kracht van de regio niet koestert, mislukt alles op voorhand. Het door iedereen, tot de koning aan toe, omarmde motto ‘Hier kom ik weg’, moet de basis zijn bij alle vooruitgang. In het verlengde van die rake leus, hoort ook ‘Hier wil ik heen’ en ‘Hier blijf ik’.
Daarom misstaat de lokroep van Emmen niet. Verliefde stelletjes, nestblijvers en andere starters zitten nu muurvast op zolderkamers en in veredelde tuinhuisjes. De loterij winnen lijkt bijkans simpeler dan een huis in de eigen buurt vinden. Jongeren die de mazzel of het talent hebben dat ze hun studie, werk of heil elders kunnen vinden, vertrekken. Een supercampus voor mbo’ers, hbo’ers, wetenschappers, artsen en arbeiders verzet zich daartegen.
Het door iedereen omarmde motto ‘Hier kom ik weg’, moet de basis zijn bij alle vooruitgang
Maar wees eens eerlijk, Emmen is toch helemaal geen studentenstad?
Het idee voor een eigen universiteit met collegezalen en studentenhuizen is al weggemoffeld. Het beeld van hordes studenten, inclusief stadse fratsen, voelt eigenlijk voor niemand echt Emmens aan. Daarom wordt nu steevast over Emmen studiestad gesproken. Onder dat mom kan de noodzakelijke nieuwbouw van een mbo-school en hbo-school zo rond 2030 worden afgevinkt.
Maar ook wetenschappers in de dop moeten straks wel degelijk de gang naar Emmen maken, in welke vorm dan ook. De Rijksuniversiteit Groningen heeft haar oog laten vallen op de regio en is een van de hoofdrolspelers op de nieuwe campus. En de rode loper voor academici ligt al langer uit.
Voor de Emmer samenleving en het bedrijfsleven is een goede mix van onderzoekers en bedenkers en uitvoerders, met aanvulling van elkaars kennis en kunde, pure winst.
De Rijksuniversiteit Groningen en scholen in Emmen werken steeds meer samen. Corné Sparidaens
Wat staat nog tussen droom en daad?
De plaatjes van de nieuwe campus op het uitgestrekte terrein tussen het Scheper Ziekenhuis en het Getec-park zijn haast utopisch. Dat Emmen zicht in de luchtspiegelingen meet met steden als Rotterdam en Eindhoven doet wat grotesk aan, maar duidelijk is dat Calimero inmiddels over de gemeentegrenzen is gewezen. Dat was al zo bij de verhuizing van het dierenpark, bij de aanleg van het Raadhuisplein en dat wordt zo bij de bouw van een stadion of studiecampus.
Zolang het speeltjes zijn in handen van hotemetoten, blijft het bij fraaie praatjes en plaatjes. Uiteindelijk zullen Emmenaren zelf bepalen of de miljoenenprojecten de moeite waard zijn en ze al dan niet tot een succes maken. Want die 120.000 inwoners in 2040, hier geboren of gekomen, zullen hier samen moeten werken, wonen of studeren.