Saskia Konniger, onze vrouw in Jakarta. Eigen foto
Humor kan veel teweeg brengen. Soms moet je huilen van het lachen, andere keren is een mop ergerlijk, is-ie te flauw of je snapt de clou niet. En soms komt een grap door cultuurverschillen niet over.
Ik was benieuwd naar Indonesische humor en ging met een vriendin naar een stand-up show, ergens in Jakarta. De ruimte voor vrije meningsuiting wordt door toenemende militarisering in Indonesië steeds kleiner. Voor journalisten en mensenrechtenactivisten is het werk steeds gevaarlijker geworden.
Afgelopen maart gooiden mannen in dienst van de militaire inlichtingendienst zoutzuur in het gezicht van de 27-jarige mensenrechtenadvocaat Andrie Yunus, een prominente stem tegen een wet die de macht van militairen in burgersectoren vergroot. Ook voor cabaretiers is het steeds lastiger om vrijuit te praten.
Onze M/V
Iedere week hebben we een column van Onze Vrouw/Man, een mediacorrespondent uit een ander continent. Saskia Konniger (Eibergen, 01-11-1974) is sinds 2022 freelance correspondent Zuidoost-Azië voor onder andere NRC , NOS, BNR, De Groene Amsterdammer , VPRO’s Bureau Buitenland . Ze woont in Jakarta, de hoofdstad van Indonesië. Daarvoor was ze correspondent India. Ze schreef twee boeken over India en een avonturenroman over China. Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en deed een postdoctorale opleiding radio- en televisie-journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Komiek Pandji Pragiwaksono kwam al verschillende keren in de problemen. Zo had hij gevoeligheden van de traditionele Toraja gemeenschap onderschat. Jaren geleden had hij grappen gemaakt over hun begrafenisgebruiken. Als iemand overlijdt, worden de lichamen bewaard, gemummificeerd en tevoorschijn gehaald bij speciale gelegenheden. In zijn sketch vergeleek hij een Toraja-huishouden grappend met een horrorfilm.
Hoewel hij de uitspraken meer dan tien jaar geleden had gedaan, kreeg hij vorig jaar opeens een aanklacht aan zijn broek omdat de uitspraken op sociale media opnieuw waren opgedoken. Jonge zelfbewuste Toraja-leiders namen er aanstoot aan.
‘Mijn grappen kwamen voort uit onwetendheid’
Pandji vond het bij nader inzien ook spijtig dat hij via stereotypering zijn pijlen op een gemarginaliseerde gemeenschap had gericht. Hij ging in gesprek met de gemeenschap en werd uitgenodigd voor een traditionele rechtszaak, waarin hij uitleg kreeg over de gebruiken. 'Mijn grappen kwamen voort uit onwetendheid. Daarvoor bied ik mijn excuses aan', liet hij daarna op zijn Instagram weten. Voor de gemeenschap was daarmee de kous af. 'We zijn vrienden geworden', verklaarde een clan-vertegenwoordiger. 'Onze rituelen zijn bedoeld om de relatie te herstellen, niet als straf.'
Aan het begin van dit jaar werd Pandji opnieuw aangeklaagd. Ditmaal omdat hij de twee grootste islamitische groeperingen NU en Muhammadiyah zou hebben geschoffeerd. In een show, uitgezonden op Netflix, stelde hij opvallende deals van de groeperingen aan de kaak. Leiders van deze politiek machtige organisaties hebben in 2024 namelijk mijnbouwconcessies aangenomen, vermoedelijk in ruil voor steun aan de coalitie voor een nieuwe regering. Het is onduidelijk of deze zaak nog loopt, maar vrienden zullen de komiek en de betreffende organisaties vermoedelijk niet worden.
De comedyshow begon veilig
Termen als ‘autocratisch regime’, illiberale democratie of oligarchie zijn voor de meeste mensen abstracte begrippen. Totdat het niet meer zo is. De comedyshow die ik met mijn vriendin in Jakarta bezocht, begon veilig. De komiek beeldde uit hoe verschillende groepen in Bali een drukke weg oversteken. Het waren clichés maar ik kon erom lachen.
Hij deed westerse toeristen na die paniekerig heen en weer rennen en nooit de overkant bereiken. Een Brit, die al kotsend door het razende verkeer kruipt. Een Rus die zijn vuist balt en dreigend zijn bestemming bereikt. En een Nederlander is zo groot, die stapt gewoon over de auto’s heen. De zaal barstte in lachen uit. De sfeer zat er goed in.
De komiek ging in gesprek met het publiek. Hij vroeg twee vrouwen wat hen had doen besluiten om naar de voorstelling te komen. Het antwoord zorgde voor nog meer hilariteit. Ze waren eerder op de dag naar de kerk geweest en hadden behoefte aan een lachinjectie.
„En jullie?”, vroeg hij aan twee mannen die vooraan zaten. Ze vielen op. De meeste bezoekers waren studenten. In baggy kleren, geverfd haar, hippe outfits. Maar deze twee bezoekers zagen er strak uit. Hun haar kort gekapt. Spierbundels trokken hun T-shirt strak. „Soldaten zeker?”, grapte de komiek.
Waren het spionnen?
„We werken voor de overheid”, zei een van de twee serieus. Onmiddellijk viel het stil. Niemand was de aanval op Yunus vergeten. „Welk ministerie?”, reageerde de komiek. Hij hoopte duidelijk op iets veiligs. „Voor het bureau van de president.”
„Spionnen”, riep iemand. De komiek kreeg het zichtbaar benauwd. Het was niet gespeeld. Er waren eerder op de avond grappen over de president gevallen. Wat te doen? Waren het spionnen? De mannen lachten ongemakkelijk. Het was een onduidelijke situatie. Wie weet waren ze gestuurd door hun superieuren om een kijkje te nemen, maar wellicht waren ze doorsnee bezoekers, in voor een avondje humor. En wilden ze onder de radar blijven om zelf niet in de problemen te komen.
„We nemen deze voorstelling op”, zei de komiek tegen de mannen. „Als jullie niet op de video willen, laat het ons weten.”
De mannen wuifden het aanbod weg. De organisatoren breidden een einde aan de voorstelling. We hadden ons vermaakt, maar de avond maakte ook weer eens duidelijk waarom veel mensen in een autocratisch systeem altijd op hun hoede zijn.
Ik hoop dat Europa in deze tijden van toenemende autocratisering zuinig is op de democratische waarden die er nog zijn en de vrijheden die erbij horen.