Saskia Konniger, onze vrouw in Jakarta. Eigen foto
Als correspondent heb ik een best avontuurlijk en soms chaotisch bestaan. Desondanks, of misschien daardoor, ben ik zelf nogal georganiseerd. Ik heb allerlei huiselijke en professionele routines op min of meer vaste tijdstippen. Toch heb ik me ongemerkt aangepast aan mijn omgeving, een tropisch, grotendeels islamitisch land. Aan de cultuur en het klimaat, maar ook aan de indeling van de dag.
Voor Indonesische begrippen sta ik laat op, vaak tussen en 7 en 8 uur. Veel Indonesiërs staan om 4 uur op. Het eerste gebed (van de vijf gebeden per dag) is namelijk voor zonsopgang, rond half 5. Ik dacht vrij lang dat alleen de meest religieuze moslims zo vroeg uit de veren gingen, maar inmiddels weet ik dat de meeste mensen hun dag rond deze tijd beginnen en om 8 uur ‘s avonds al op één oor liggen. Studenten die ik sprak gaan na het eerste gebed weer slapen tot 9 uur, doen een dutje aan het begin van de avond en staan om 8 uur in de avond weer op om te lezen, te leren of met medestudenten gezellig te nachtbraken.
Als ik op reportage ben, komt het vaak voor dat ik tussen 5 en 6 uur opsta. Soms eerder. Mijn medereizigers, vaak een fotograaf, chauffeur of tolk, heeft dan meestal al zijn of haar eerste gebed gedaan. De koffie staat klaar. Iedereen is wakker. Op de markten in de dorpen en langs de weg hebben mannen en vrouwen hun verse producten al opgehaald en klaargezet. Kookpotten in de warongs dampen, brommers rijden, kinderen worden naar school gebracht.
Onze M/V
Iedere week hebben we een column van Onze Vrouw/Man, een mediacorrespondent uit een ander continent. Saskia Konniger (Eibergen, 01-11-1974) is sinds 2022 freelance correspondent Zuidoost-Azië voor onder andere NRC , NOS, BNR, De Groene Amsterdammer , VPRO’s Bureau Buitenland . Daarvoor was ze correspondent India.
Ze schreef twee boeken over India en een avonturenroman over China. Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en deed een postdoctorale opleiding radio- en televisie-journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze woont momenteel in Jakarta, de hoofdstad van Indonesië.
Rond 7 uur komt de zon tevoorschijn. Maar de eerste uren brandt hij nog niet heel hard. Tegen 11 uur wordt het warm. Fel zonlicht brandt op je huid. Van het asfalt stijgt een warme vieze walm omhoog. Tijd om verkoeling te zoeken. Degenen die het kunnen betalen, werken ongehinderd door de hitte door in een ruimte met airconditioning. Maar de meerderheid van de Indonesiërs kan dat niet en zwoegt badend in het zweet in hutten, op het veld, in de bouw of doen bestellingen op een brommer. Om 12 uur vinden de meeste mensen tijdens het middaggebed wat rust en verkoeling in de moskee.
Wachten als anti-stressmoment
Om 3 uur is het vierde gebed. Ik ben het inmiddels gewend en werk om de tijden heen. Ik sta regelmatig 10 minuten te wachten op iemand die even in gebed gaat. Soms is het niet handig, maar inmiddels gebruik ik het als een anti-stress moment. Na acht jaar wonen aan deze kant van de wereldbol ben ik ook de collectieve aspecten van Azië gaan waarderen.
Niet alles draait om jou. Het is niet zo mooi om altijd je eigen wensen voorop te stellen, om altijd je deel, je gelijk of tijd van de ander op te eisen. Soms is het mooier om jezelf even in te houden en je familie, je vrienden of een ander die het net iets meer nodig heeft ruimte te geven. Ook zie ik schoonheid in het gebed. Even stilstaan bij je plaats in de wereld, een moment rust nemen en verbinding zoeken met een hogere macht.
In de avond, vanaf 5 uur, als de zon ondergaat, komt alles weer tot leven. Vogels verzamelen zich op de takken en maken kabaal, ratten snuffelen tussen het afval, kikkers en krekels gaan in concert. In de stad maakt het felle zonlicht plaats voor neonverlichting en miljoenen autolampen, files lang. Arbeiders eten aan de stoeprand.
Sfeer van een buurthuis
Om 6 uur pakken de meeste mensen hun gebedskleed en gaan naar de moskee. In mijn eigen wijk loop ik vaak langs gebedshuizen. In de kampong achter mijn woonflat staan meerdere moskeeën. De sfeer doet me altijd denken aan een buurthuis. In mijn ervaring kun je altijd naar binnen lopen. Iedereen is welkom.
Er zijn orthodoxe en gematigde interpretaties van de islam. Er is bijgeloof. Indonesië is heel divers. Er zijn clans, talen, culturen. Mythologische verhalen en tradities geven het leven kleur. Waarheden bestaan naast elkaar. Het belangrijkste wat ik heb geleerd, is luisteren. Tijd nemen voor een gesprek en afwachten totdat iemand zich op zijn of haar gemak voelt om gevoelige informatie te delen.
Beweringen hebben vaak tegenstrijdigheden. Vooral Java kent een sterke sociale hiërarchie. Soms laten mensen om allerlei redenen – uit angst, schaamte of een onvermeld belang – een belangrijk element van het verhaal weg. Logica komt soms later. Ik ben opgegroeid met de Nederlandse directheid, maar kan inmiddels ook een weg vinden in de subtiliteiten van het schaduwdenken.