Saskia Konniger, onze vrouw in Jakarta. Eigen foto
Op de NPO-website zag ik een fragment voorbijkomen van een Nederlands datingprogramma. Een 20-jarige man verwachtte een zorgende vrouw. Hij zou het inkomen inbrengen. Hopelijk was de scene niet exemplarisch, maar in tijden van verrechtsing en autocratisering lijkt er steeds meer animo om het streven naar gendergelijkheid terug te draaien.
Op de NPO-website zag ik een fragment voorbijkomen van een Nederlands datingprogramma. Een 20-jarige man verwachtte een zorgende vrouw. Hij zou het inkomen inbrengen. Hopelijk was de scène niet exemplarisch, maar in tijden van verrechtsing en autocratisering lijkt er steeds meer animo om het streven naar gendergelijkheid terug te draaien.
Ik ben nu 51, single en heb inmiddels een internationale datinggeschiedenis waarop ik kan terugkijken. Het heeft me veel gegeven, maar ik had graag al jaren geleden een levenspartner ontmoet om een gezin mee te stichten. Dat liep anders. Ik heb me weleens afgevraagd of mijn gemodder in de liefde toch ook aan het rollenpatroon ligt.
Onze V/M
Iedere week hebben we een column van Onze Vrouw/Man, een mediacorrespondent uit een ander continent. Saskia Konniger (Eibergen, 01-11-1974) is sinds 2022 freelance correspondent Zuidoost-Azië voor onder andere NRC , NOS, BNR, De Groene Amsterdammer , VPRO’s Bureau Buitenland . Daarvoor was ze correspondent India.
Ze schreef twee boeken over India en een avonturenroman over China. Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en deed een postdoctorale opleiding radio- en televisie-journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze woont momenteel in Jakarta, de hoofdstad van Indonesië.
Ben ik te zelfstandig? Had ik me meer moeten aanpassen? Had ik te hoge verwachtingen? Of had ik gewoon pech? Toen ik 20 was, richtte ik me op mijn studie en werk. In mijn dertiger jaren wilde ik graag kinderen, maar wilden mannen die ik ontmoette nog wachten. Daarna stuitte ik een periode op gescheiden mannen die vrij wilden blijven.
Een patriarchale clancultuur
Toen ik als veertiger moest accepteren dat ik kinderloos zou blijven, gaf dat verdriet. Ik wilde daar niet in blijven hangen en besloot naar India te vertrekken om als correspondent een nieuw leven te starten. Ik vond avontuur, vrijheid en zette mijn tanden in intellectuele uitdagingen. Ik kende India al als onderzoeker en wilde graag journalistieke verhalen maken over dit werelddeel.
Ik kreeg een relatie met een Indiase man uit Rajasthan, een nazaat van een koningshuis. Ik ontving liefde en troost, maar moest me ook schikken in een patriarchale clancultuur. Hij weigerde, tot wanhoop van zijn familie, al jaren uithuwelijking (in India heel gangbaar), omdat hij aan het keurslijf van een Indiaas huwelijk wilde ontkomen.
Een tijd lang hoopte ik dat we een leefvorm konden vinden waarin we beiden konden gedijen. Toch bleek onze cultuurkloof te groot. Uiteindelijk waren onze politieke overtuigingen onverenigbaar. Hij werd aanhanger van de rechtse Hindutva-ideologie en dat was voor mij onaanvaardbaar. Andersom vond hij mij een verwerpelijke agent van een linkse ‘woke’-cultuur.
Financiële verwennerij
Ik arriveerde in Indonesië vervolgens opnieuw als single. De datingvijver is niet erg groot. De meeste Indonesiërs zijn conservatief en trouwen rond hun 20ste. Seks voor het huwelijk is verboden.
Ik maakte in 2023 een reportage over halal-daten, dat onder islamitische twintigers aan populariteit wint. De geestelijke koppelt man en vrouw. De familie oordeelt mee. Als het meezit ben je binnen enkele weken gehuwd. Die weg is niet voor mij. Westerse expats komen vaak als gehuwd stel. Er zijn veel gezinnen. Daarbij kent de datingcultuur in Jakarta trekjes die lijken overgeleverd uit een koloniaal verleden.
Er zijn bars waar vrijgezelle mannen een ‘transactionele’ relatie kunnen vinden, een grijs gebied waar de vrouw in ruil voor zorgzaamheid en plezier bescherming en financiële verwennerij verwacht. Een Ierse collega vertelde dat hij in een tel een date met een jonge Indonesische vrouw kon vinden, maar dat hij vanwege de economische ongelijkheid nooit wist of ze hem echt leuk vond of dat zijn financiële situatie de grootste aantrekking had. Een andere Europese vriend had op een andere manier de situatie verkeerd ingeschat. Seks betekende voor zijn Indonesische vriendin dat er logischerwijs een huwelijk zou volgen. Dat was voor hem een te grote stap.
Met de hele familie bij elkaar
Mijn ervaringen zijn tot nu toe gemengd. Ik had op Bali dates met een Franse droomdrankje-verkoper en een digital nomad. De eerste leefde in zijn eigen werkelijkheid en de tweede brak de date af omdat hij journalisten niet vertrouwde. Ik ontmoette een sympathieke Australiër, maar hij verblijft maandenlang in de outback waar hij generatoren repareert. Ik kon niet mee, maar dat was misschien ook niet zo’n goed idee.
Een Indonesische ondernemer, veertiger, besloot na enkele maanden daten dat hij toch nog een gezin wilde. En ik viel voor een Amerikaanse diplomaat, een progressieve vijftiger, een oud-militair die in zijn carrière veel geopolitieke kennis had opgedaan. Maar hij had een twintigjarig huwelijk achter de rug en wilde vrij zijn. Ik bleek niet de enige vrouw die hij aan het daten was. Hij stelde een polyamoureuze situatie voor, maar zo groot is mijn hart niet.
Blijf ik een eenpitter? Is dat erg? Ik kom steeds vaker Thaise en Indonesische leeftijdsgenoten tegen, vooral vrouwen, die helemaal niet op zoek zijn naar een levenspartner. Omdat ze hun autonomie niet willen opgeven. Een Indonesische vriendin is samen met haar moeder een plantenwinkel begonnen. Ze wil geen huwelijk en heeft af en toe een date. Ze woont in een groot huis met de hele familie bij elkaar en is erg tevreden. Ze voelt zich in deze situatie juist vrij. En ik sprak laatst Thaise vrienden die nadenken over alternatieve woonvormen, een commune van progressieve gelijkgestemden. Liefde is welkom. Huwelijk mag, maar geen keurslijven of verouderde rollenpatronen.