Ooit, ik meen in groep 4 van de basisschool, ontving ik een liefdesbrief. Ze heette M. Ze was erg aardig en hield thuis een schildpadje zo klein als een lucifersdoosje met de naam Waku. Na de ranja voerden we het diertje samen gedroogde larfjes uit een potje. Dat was leuk en gezellig, maar verliefd was ik niet. Met die liefdesbrief wist ik mij geen raad.
Ooit, ik meen in groep 4 van de basisschool, ontving ik een liefdesbrief. Ze heette M. Ze was erg aardig en hield thuis een schildpadje zo klein als een lucifersdoosje met de naam Waku. Na de ranja voerden we het diertje samen gedroogde larfjes uit een potje. Dat was leuk en gezellig, maar verliefd was ik niet. Met die liefdesbrief wist ik mij geen raad.
Wat er precies in stond kan ik niet terughalen. Alleen de envelop is namelijk bewaard gebleven. Mijn moeder plakte die destijds in een fotoalbum en heel soms blader ik er nog aan voorbij. ‘Wiebrun’, staat er in rode viltstift op, geflankeerd door enkele langwerpige hartjes.
Het was lief en vooral ook dapper van mijn klasgenootje om met haar gevoelens op het kleed te komen. Kinderen kunnen hard zijn en ik hoop maar dat ik destijds prudent met haar kwetsbaarheid ben omgesprongen.
Hoe dan ook: na M. was het gedaan met de liefdesbrieven. Nooit ontving ik meer een geschreven blijk van genegenheid, laat staan hartstocht. En ik paste wel op er zelf eentje neer te pennen. Veel te verlegen, hoezeer mijn buik soms een vlindertuin was.
Met de kennis van nu geloof ik dat het een wapen had kunnen zijn cupido’s pijl in inkt te dopen: het geschreven woord heeft mij altijd beter gelegen dan het uitgesprokene. Schrijven is ook veiliger: na je zorgvuldig gecomponeerde ontboezeming word je tenminste niet onmiddellijk geconfronteerd met afwijzing, medelijden of in het ergste geval zelfs hoon.
Hoe kom ik hier nu op? Nou, deze week maakte ik alsnog mijn debuut op het gebied van de amoureuze proza. Dit weekeinde draait het in ons dorp namelijk weer helemaal om het jaarlijkse grote muziekfestival en de artiesten die er komen optreden houden er soms bijzondere wensen op na. Een landelijk bekende zangeres had laten weten graag een aan haar gerichte liefdesbrief in haar kleedkamer te hebben. Of ik die wilde schrijven, vroeg de organisatie.
Pfff.
Hoe schrijf je een liefdesbrief die niet bedoeld is voor je eigen vrouw?
Hoe bespeel je, slechts uitgerust met inkt en papier, het hart van iemand die je alleen van televisie kent?
Daarbij: vraagt ze dit voor elk optreden en puilt haar koffer intussen uit met lieve woordjes? Leest ze die brieven überhaupt, of legt ze die na een korte blik terzijde, gerustgesteld dat de organisatie in ieder geval haar verzoek serieus heeft genomen? Met andere woorden: werd dit een enkele reis naar haar hart of naar haar kliko?
Ik besloot all-in te gaan. Ik móést all-in gaan. Ik zette me aan de schrijftafel en anderhalf uur later was het klaar.
Een dag later liet ik het resultaat aan een vriendin lezen, die van het verzoek wist. Een tijdlang scrolde ze roerloos door de tekst op mijn telefoon. „En?”, vroeg ik. Ze wendde haar blik naar het plafond, om te voorkomen dat ik het aan haar ogen kon zien, maar haar schorre stemmetje verried haar.
„Dit gaat ze heel, heel mooi vinden.”
Journalist Wieberen Elverdink (45) woont met zijn vrouw en drie kinderen in een middelgroot dorp, centraal in het Noorden. Hij schrijft over kleine en grote gebeurtenissen in het (dorps)leven.