Chesley W., Bernhard Z. en Jan B. in de rechtbank in Assen dinsdag. Op de achtergrond museumdirecteur Robert van Langh. Tekening: Petra Urban
Het zal voor altijd een geheim blijven hoe de gestolen topstukken uit het Drents Museum terug in handen kwamen van justitie. Het Openbaar Ministerie zegt niet te weten waar ze lagen, laat staan dat ze er ooit iets over gaat zeggen.
De volgestroomde rechtszaal in Assen hoopt dinsdag meegenomen te worden in hoe de Roemeense kunstschatten terugkwamen bij de opsporingsdiensten. Maar iedereen komt bedrogen uit.
Het Openbaar Ministerie kondigt meteen na de start aan niets te gaan zeggen over het bereiken van het ultieme doel van het onderzoek: de vondst van de gouden helm Coțofenești en twee van de drie geroofde armbanden.
Chesley W. (37), Jan B. (21) en Bernhard Z. (35) uit Heerhugowaard (Noord-Holland) horen wel een strafeis van 6 jaar tegen zich eisen. Maar vanwege een deal met twee van hen en strafkorting omdat foto’s en volledige namen van W. en Z. zijn getoond, valt de uiteindelijke eis voor alle drie lager uit.
Justitie ziet in het trio de daders van het beramen van de kunstroof in het Drents Museum, in januari vorig jaar. Tegen hen ligt volgens het OM ‘een berg aan bewijzen’. W. en B. sloten uiteindelijk een deal en ‘erkennen’ hun betrokkenheid bij de roof. Volgens de voorzitter van de rechtbank is dat wezenlijk anders dan ‘bekennen’.
Veel vragen blijven onbeantwoord
Er blijven veel vragen onbeantwoord, na dinsdag. In een undercoveroperatie die op Jan B. is losgelaten, hint de jongeling op het motief achter de kraak in Assen: ‘het terugverkopen van de buit aan de staat’. Maar nadere vragen beantwoordt hij standaard met ‘zwijgrecht’, ondanks zijn overeenkomst met het OM.
En hoe kwam Chesley W., die door zijn medeverdachte werd aangewezen als ‘meesterbrein’, op het idee voor de roof? Er zijn aanwijzingen dat hij op een vakantie met zijn gezin in Exloo - voor het bekijken van hunebedden in Drenthe - een folder ziet liggen voor de Roemeense expositie in het Drents Museum en lijkt te denken: bingo!
Maar op haar beurt noemt justitie dit weer een vooropgezet plan om de omgeving rondom Assen te verkennen.
De kaarten blijven tegen de borst gedrukt. Toch blijven de officieren van justitie volhouden dat de deal ‘aan de samenleving is uit te leggen’. Al doen ze dat niet met veel concrete woorden. Hun resultaat is tastbaar, de stukken zijn terug.
Strafkorting
Onderaan de streep levert Jan B. en Chesley W. de deal fors lagere strafeisen op, mits ook de rechtbank in Assen daarmee akkoord gaat. Justitie wilde eigenlijk 6 jaar celstraf eisen.
Daar blijft voor hen 3,5 jaar van over. Hun voorarrest gaat daar nog vanaf. Zo zit Chesley W. al sinds vorig jaar januari vast en kan hij - bij goed gedrag - in september 2028 als vrij man zijn twee kinderen weer in de armen sluiten. Jan B. werd drie maanden later gearresteerd.
Bernhard Z. weigert deal
Het verhaal van Bernhard Z. is anders. Hij claimt niet in het Drents Museum te zijn geweest. Niet dat hij volledig onschuldig is, verklaart hij dinsdag van een papiertje. Hij heeft een auto gestolen. En kentekens. Ook wist Bernhard Z. echt wel dat er een kraak zou worden gezet, dat het ‘niet koosjer’ was. Maar het Drents Museum? Die kunstschatten? Nee, daar had hij geen weet van, verklaart hij.
Z. voelt zich vooral ‘genaaid’. „Ik ben boos”, briest hij herhaaldelijk.
Wellicht sluit hij daarom geen deal met justitie. Het OM eist dan ook zes jaar cel tegen hem. Omdat zijn foto en naam - net zoals die van medeverdachte W. - na zijn arrestatie zijn gedeeld, valt de strafmaat voor hem een half jaartje lager uit: 5,5 jaar dus. Met aftrek van voorarrest zou Bernhard Z. dan nog - als hij schuldig wordt bevonden - nog ruim vier jaar in de gevangenis moeten zitten.
De rechters zijn alsnog niet gebonden aan deze procesafspraken.
Kunstroof Drents Museum
In de rechtszaal toont de rechtbank nooit eerder vertoonde beelden van de kunstroof. Zo is op wazige zwart-wit beelden te zien hoe drie in het zwart geklede mannen met bivakmutsen en hoofdlampjes een buitendeur van het Drents Museum loswrikken en een explosief plaatsen die een gat in de pui blaast.
Op handen en voeten kruipen ze door de kleine inkeping de expositieruimte binnen en rennen meteen op hun doel af. Met zwaar materieel beuken ze hard in op drie vitrines. Twee begeven het en in een minuut zijn de helm en armbanden buit gemaakt en staan de mannen weer buiten.
Nog voor de ontploffing, meldt zich al een getuige. Die staat buiten de Oekraïne-opvang aan de Oostersingel in Assen en ziet de mannen met bivakmutsen richting het museum rennen. Na de kraak scheuren de mannen naar Rolde, steken hun gestolen vluchtauto in brand en stuiven in een gele Peugeot 208 naar hun vakantiehuisje, in de buurt van Borger.
Geluk voor opsporing: Afvalcontainer niet opgehaald
De opsporingsdiensten blijken mazzel te hebben. Na de roof belt een vrouw dat ze in de ochtend van de roof hoorde dat de klep van haar afvalcontainer hard werd dichtgeslagen. Ze woont in de buurt van het museum en haar afvalbak staat nog aan straat. Een gelukje, want de container was om onduidelijke redenen niet geleegd.
Als ze de volgende dag iets weg wil gooien, ziet ze een supermarktas die ze niet herkent. Er wordt glas uit het Drents Museum gevonden, dna van Bernhard Z. en Chesley W. en minimale goudspoortjes gevonden in de tas. Onmiskenbare dadersporen, concludeert de officier van justitie.
OM zet stap om tot ‘politiek gevoelige’ deal te komen
Al snel verzamelt het OM sterke bewijzen dat W., Z. en B. de roof hebben gepleegd. Maar daarmee zijn de kunstschatten nog niet terug. Daarom zet justitie afgelopen oktober een stap in de richting van de advocaten van de drie hoofdverdachten.
Dat gaat niet gemakkelijk. De verdachten wantrouwen politie en justitie vanwege de opsporingsmethoden die de rand van de wet opzoeken. Maar aan de andere kant: waarom zou justitie verdachte kunstrovers vertrouwen?
Maar exact twee weken geleden - op 1 april - kreeg Nederland de gestolen gouden helm van Coțofenești en twee van de drie gouden Dacische armbanden terug.
Het was een on-onderhandelbare voorwaarde voor de procesafspraken. Maar ook het OM heeft water bij de wijn moeten doen, erkent justitie. En dat ligt ‘politiek gevoelig’, geeft de aanklager aan. Ook wordt er rekening gehouden met „de publieke opinie die wellicht wat stof zal doen opwaaien”.
Onderdeel is bijvoorbeeld dat verdachten (B. en W.) en het OM niet in hoger beroep gaan, dat het Drents Museum geen schadeclaim tegen hen indient en dat justitie eventueel crimineel verdiend geld niet alsnog later komt opeisen.
Ook zal geheim moeten blijven waar de helm en de armbanden al die tijd verstopt waren. Het OM is ervan overtuigd dat Chesley W. en Jan B. niet weten waar de ontbrekende derde armband is.
‘Toon berouw, voor ons allemaal’
Museum-directeur Robert van Langh sprak van een ‘trauma’ en een ‘aanslag op het museum’ en wendde zich ook tot de verdachten: „Beseffen jullie hoeveel verdriet en pijn er is aangedaan aan miljoenen mensen?” Het ontlokte geen reactie uit.
Bij zijn laatste woorden raakt hij zichtbaar geëmotioneerd. „Onze dringende oproep voor nu is: geef ook de derde armband terug. Pas dan kan voor veel mensen deze vreselijke periode écht worden afgesloten. Het gaat om cultureel erfgoed dat niet van iemand is, maar van iedereen. Toon berouw, aan ons allemaal.” Daarna verlaat hij de zaal.
Donderdag zullen de advocaten van de drie verdachten spreken. Maar door de gesloten deal zal hun pleidooi fors korter zijn.