Ernest Oberländer werd na zijn ontslag als museumdirecteur door extreemrechts in Roemenië bedreigd. Foto: DVHN
Ernest Oberländer-Târnoveanu is teleurgesteld dat de rechtbank in Assen zijn verklaring buiten de rechtzaak tegen de drie verdachten van de kunstroof uit het Drents Museum houdt. „Deze affaire heeft mijn carrière weggevaagd.”
Oberländer werd in de dagen na de goudroof door de Roemeense minister van Cultuur ontslagen als directeur van het Nationaal Historisch Museum in Boekarest. In de verklaring die hij heeft opgesteld, legt hij uit wat de impact van de roof was op het culturele leven in Roemenië en voor hem persoonlijk.
De museumdirecteur beschrijft onder meer hoe internationale samenwerkingsprojecten door de roof abrupt tot stilstand kwamen. Vier grote internationale tentoonstellingen waaraan zijn museum zou meewerken, werden meteen gecancelled, met grote financiële consequenties.
In zijn verklaring gaat Oberländer uitgebreid in op het menselijk leed dat de roof heeft veroorzaakt. „Vanaf de eerste uren na de diefstal werd ik het doelwit van intense en vaak harde publieke beschuldigingen.” Hij schrijft hoe hij tot zondebok werd gemaakt, „alsof ik persoonlijk verantwoordelijk was voor de diefstal.”
Duitse spion
Oberländer zag zijn carrière als gerespecteerd wetenschapper, die al sinds 1980 werkzaam was voor het museum, in een klap weggevaagd. Hij werd publiekelijk afgeschilderd als een „nalatige, incompetente ambtenaar.” Daarnaast ontving hij bedreigingen en werd hij er zelfs van beschuldigd een Duitse spion te zijn.
„Het had een grote impact op mijn gezinsleven, mijn gevoel van veiligheid en mijn geestelijk evenwicht. Ik kan deze periode eerlijk gezegd niet in milde bewoordingen beschrijven: het bezorgde me ernstig emotioneel leed, een diep gevoel van vernedering en een ernstige achteruitgang van mijn fysieke en psychische welzijn.”
Na de diefstal werd hij „publiekelijk afgeschilderd als de persoon tegen wie het Roemeense erfgoed bescherming nodig had. Die omkering is buitengewoon pijnlijk, professioneel verwoestend en persoonlijk traumatisch geweest.” Nu de helm en de twee armbanden zijn teruggevonden is die schade niet zomaar verdwenen, stelt Oberländer.
Waardering voor Nederland
In zijn verklaring bedankt Oberländer het Nederlandse publiek en de Nederlandse pers. „In Nederland stuitte ik niet op vijandigheid, maar op serieuze aandacht en menselijke waardigheid.” Waar in Roemenië publiek en pers hem vaak vooringenomen tegemoet trad, trof hij in Nederland een „open en begripvolle houding.”
Ook over het Drents Museum is Oberländer in zijn verklaring vol lof. „Ik koester nog steeds oprechte persoonlijke en professionele waardering voor de collega’s met wie ik in Assen heb samengewerkt.”
Hij besluit zijn verklaring met een verzoek aan de rechtbank om begrip. „Deze zaak heeft niet alleen betrekking op erfgoedmisdrijven in de strikte zin van het woord, maar ook op de verstrekkende menselijke gevolgen van dergelijke misdrijven. In mijn eigen leven zijn die gevolgen ernstig, langdurig en ingrijpend geweest.”