V.l.n.r.: Steven Kazàn, ambassadeur van Stichting Lezen en Schrijven, Henry Nijborg, Taalheld Groningen 2026, en Jenny Damveld, vrijwilliger bij Taalhuis Veendam en 'docente' van Henry. Foto: Arjan Brondijk
Henry Nijborg uit Veendam is gekozen tot Taalheld Groningen 2026. Samen met negen provinciewinnaars - Friesland en Flevoland hebben geen Taalheld voorgedragen - maakt hij op 24 juni in Amersfoort kans op de landelijke Taalheldenprijs, die wordt uitgereikt door Stichting Lezen en Schrijven.
Het was de bedoeling dat Nijborg maandagmiddag in het Taalhuis Veendam verrast zou worden met de Groninger titel en de landelijke nominatie, maar de Veendammer lag met longproblemen in de lappenmand. „Mijn vrouw en ik zijn net terug van een weekje Gran Canaria. Thuis aangekomen ben ik naar de dokter gegaan, omdat ik veel moest hoesten. De dokter leek het beter dat ik voor controle naar het ziekenhuis moest.”
Whatsappen gaat een stuk beter
De ‘festiviteiten’ vonden daarom plaats bij Henry thuis, waar ook Jenny Damveld, vrijwilliger bij het Taalhuis Veendam en Henry’s docente, aanwezig was. Zo’n anderhalf jaar geeft Jenny nu les aan Henry, die de cursus basisvaardigheden - taal, rekenen en digitale vaardigheden - volgt. Een met succes. „Whatsappen gaat een stuk beter, ik kan de krant lezen en ook ondertiteling op televisie.”
Henry was verrast door het bezoek van Steven Kazàn en Michel Have (rechts) van Stichting Lezen en Schrijven. Foto: Arjan Brondijk
Ook schrijven is met sprongen vooruitgegaan, mede doordat hij blijft oefenen. „En dat is nodig, want de Nederlandse taal is soms net tovenarij.” Om dat trucje te omzeilen had Henry, die werkzaam was als kok, zich in zijn jongere jaren een eigen schrijftaal aangeleerd. „Ik begreep wel wat er stond, maar een ander niet. Als ik bijvoorbeeld naar de supermarkt ging en op mijn zelfgeschreven boodschappenlijstje keek, stopte ik die snel in m’n broekzak als iemand eraan kwam, bang dat ze de vele schrijffouten op het briefje konden zien.”
Vaak gebruik je allerlei smoesjes
Jenny vertelt dat Henry zelf naar het Taalhuis Veendam is gekomen, een behoorlijke stap voor mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. „Je schaamt je”, legt Henry uit. „Toegeven dat je moeite hebt met taal en rekenen is moeilijk. Vaak gebruik je allerlei smoesjes - ‘Ik heb m’n leesbril niet bij me’, ‘Schrijf jij dat even op, ik heb last van m’n hand’ - om niet door de mand te vallen.”
En die schaamte is misplaatst, want in Nederland zijn, zo stelt Stichting Lezen en Schrijven, circa drie miljoen mensen van 16 tot en met 75 jaar die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. En dat kan allerlei oorzaken hebben. Henry’s vader was bijvoorbeeld zeeman, zijn moeder van Ierse komaf. „Goed Nederlands leerde ik van huis uit niet. Het was meer van alles wat.”
Vooruitgang duidelijk zichtbaar
Toen Henry eenmaal stopte met werken, ging de knop om en besloot hij dat het tijd was om aan zijn basisvaardigheden te werken. Hij komt elke week naar het Taalhuis in Veendam en heeft een complete map aangelegd met werkjes, waarin zijn vooruitgang heel duidelijk zichtbaar is.
Henry is zo gemotiveerd dat hij ook anderen is gaan helpen. Vorig jaar was hij bijvoorbeeld spreker bij een zogenoemde impacttour voor ‘Letters die dansen’, een documentaire over laaggeletterdheid van de Groningse filmmaker Rianne Aalbers. Ook is hij taalambassadeur geworden en dit jaar gaat hij als kok en ervaringsdeskundige helpen bij de camouflage-activiteit ‘Koken binnen je budget’ van Taalhuis Veendam. De Veendammer vindt het belangrijk laaggeletterdheid te normaliseren en ook andere laaggeletterden te enthousiasmeren voor het Taalhuis.