Sjoerd Visser: 'Drents leren lijkt me supertof.' Foto: Jaspar Moulijn
Drèents hef e vrogger nooit metkregen, maor taolfanaat Sjoerd Visser (39) is nou gangs met de streektaol. De Assenaor, in het dagelijks leven animator, bedacht de figuur Tover-Tinus en hef een diels Drèentstaolig kinderboek schreven: Tover-Tinus en de babbelbeesies.
Under de douche ontstaot soms de mooiste ideeën. Tover-Tinus is daor ontstaon, in het heufd van Sjoerd Visser. In het dagelijks leven mak Visser animaties. „Ik doe dus veel tekenwerk. Zelf poppetjes verzinnen vind ik heel leuk. Ik heb naast m’n werk altijd duizend ideeën en deed er te weinig mee. Daar was ik zat van.”
Hij was under de douche an het naodèenken over knauwen, waorbij letters inslikt wordt. „Ik bedacht dat het een soort tovertrucje was om letters te laten verdwijnen. Dat vond ik geinig idee. Zo kwam ik op een tovenaar die een trucje kan, waardoor plat praten iets magisch wordt. Hierdoor ontstond het idee voor een kinderboek.”
Hier kom ik weg
De streektaolrubriek Hier kom ik weg is een samenwarking met het Huus van de Taol en giet over Drenten en heur verhalen. As kandidaten plat praot, wordt ze in heur eigen variant van het Drèents citeerd. Schrievers Jessica Bonnema en Annemiek Meijer gebruukt heur eigen variant: resp. het Zuudoost-Veen- en het Zuudoost-Zaand-Drèents.
Plat praoten vindt de geboren Assenaor interessant. „Ik ben opgegroeid in de wijk Pittelo. Mijn moeder komt uit Groningen en mijn vader uit Friesland. Via hem heb ik het Fries wel meegekregen, maar Drents werd in ons gezin niet gepraat. Mijn vader is een enorme taalfanaat, dat heb ik van hem. Hij spreekt inmiddels beter Gronings dan mijn moeder en heeft Spaans geleerd.”
Ongepast trots
Visser woonde tiedens zien studie een paar jaor in Grunning, wieder hef e altied in Assen woond. „Ik heb tegen anderen altijd volgehouden dat Drenthe, vooral Assen, het helemaal is voor mij. Ik stak er ook een beetje de draak mee, deed bijna alsof het ’t paradijs was. Onzin natuurlijk, maar mijn afkomst is wel iets waar ik trots op ben. De geschiedenis van Drenthe interesseert me ook heel erg en de taal vind ik superboeiend.”
Lachend: „Dat leverde discussies op met vroegere collega’s in Groningen, met vrienden en natuurlijk met mijn familie. In hun ogen was ik ongepast trots op Drenthe. Ik heb altijd gedacht: dat Drents wil ik nog een keer kunnen. Het lijkt me supertof. Ik vind het ook heel grappig als mijn drie dochters soms per ongeluk een typisch Drents woordje zeggen.”
Dochters
In zien verhaal over Tover-Tinus wol Visser dan ok Drèents hebben. Het idee begunde klein. „Ik stelde mezelf tot doel dat ik het boek uiteindelijk zelf in de handen wilde hebben. Ik dacht: dan laat ik er online een paar drukken voor mijn dochters, mijn ouders en mezelf.”
Maor oetgeverij Het Drentse Boek was ok enthousiast. En zo ontstun het oeteindelijke verhaal van Tover-Tinus, een olde tovenaar die met hulp van ‘babbelbeesies’ Drèentse woorden tovert.
Sjoerd Visser op zien warkplek, waor het boek tot staand kwam. Foto: Jaspar Moulijn
Het is een boek veur kinder oet groep 1 tot en met 3. „Ik had steeds mijn 5-jarige dochter Isa in gedachten toen ik aan het schrijven was. De oudste twee, Zoë en Sera van 11 en 14 jaar, keken mee. Zij zijn heel kritisch en konden beoordelen of het verhaal en de tekeningen leuk genoeg waren.”
Op cursus
Het Drèents leeft nou veul meer in huze Visser. Lachend: „Ook bij mijn vader trouwens. Hij appt me zelfs in het Drents.”
Vrijdag wordt Tover-Tinus en de babbelbeesies prissenteerd bij het Huus van de Taol in Beilen. Visser hef der ok kleurplaten en een knutselwarkie in Tover-Tinus-stijl bij maakt. Dat e het boek niet allent zölf in haanden kreg, maor dat het ok in de boekhaandels komp, mak hum apetrots.
„Inmiddels heb ik alweer allerlei ideeën over een vervolg”, zeg de Assenaor. „Maar ik wil nu eerst goed Drents leren. Mijn vader en ik gaan op cursus bij het Huus van de Taol.”