Sociale huurwoningen zijn schaars, maar PVV'er Nico Uppelschoten wil precies weten hoe groot het tekort is. Foto: Siep van Lingen
Zijn er genoeg huizen in Drenthe? Het provinciebestuur tast hierover in het duister, hoewel er sinds 2019 vanuit het provinciehuis meer aandacht is voor het onderwerp.
„Het verbaast me niks”, zegt Eeldenaar Nico Uppelschoten, Statenlid van de PVV. Op zijn schriftelijke vragen over woningnood in Drenthe kreeg hij veelvuldig het antwoord ‘dit is ons niet bekend’. „Het was mij eigenlijk wel duidelijk dat er over dit soort zaken weinig bekend is op het provinciehuis. Daarom gaan we hierover verder in debat.”
„We moeten echt weten hoeveel woningen we tekortkomen en aan wat voor soort huizen nu behoefte is”, betoogt Uppelschoten. „Want dan kunnen we daar beleid op voeren.”
Extra belangstelling
Het thema wonen mag zich sinds 2019 in extra belangstelling van het provinciebestuur verheugen. Onder leiding van gedeputeerde Hans Kuipers kwam er een vliegende brigade van deskundige provincieambtenaren die gemeenten ondersteunt bij het ontwikkelen van woningbouwplannen. Ook kwam er meer geld op tafel voor een subsidieregeling.
Uppelschoten krijgt signalen dat ook in Drenthe mensen maar moeilijk aan een huis kunnen komen. „Mensen klampen mij aan en zeggen bijvoorbeeld dat hun zoon of dochter geen woning kan krijgen. Vaak luidt dan ook de klacht dat statushouders (vluchtelingen met een verblijfsvergunning, red) wel woonruimte krijgen.”
Daarom vroeg hij het provinciebestuur hoeveel mensen staan ingeschreven voor een sociale huurwoning en hoe lang ze op de wachtlijst staan. Opvallend genoeg moet de provincie op de eerste vraag het antwoord schuldig blijven. De wachttijd varieert van 4 weken tot 7 jaar, stelt het provinciebestuur, helemaal afhankelijk van wat de woningzoekende wil en in welke regio hij of zij wil wonen.
Vluchtelingen met verblijfsvergunning
Uppelschoten wilde ook weten hoeveel statushouders de afgelopen jaren een sociale huurwoning kregen, maar ook dit is bij de provincie niet bekend. Goed nieuws is wel dat de nieuwbouw van sociale huurwoningen de afgelopen twee jaar toeneemt. In 2022 zijn er 259 van dergelijke huizen gebouwd, tegenover 148 in 2021 en 163 in 2020. Het eerste kwartaal van dit jaar zijn al 143 sociale huurwoningen gebouwd.
Toevallig verscheen deze week een rapport van onderzoeker Bart Corbijn. Volgens hem bouwt Drenthe, ook naar verhouding tot het aantal inwoners, veel minder huizen dan de meeste andere provincies. „Om te kunnen vergelijken, keken we per provincie hoeveel huizen er per 100.000 inwoners zijn gebouwd”, vertelt Corbijn. „In Drenthe gaat het dan om 180 huizen, tot en met augustus dit jaar.’’ Hierbij gaat het niet alleen om sociale huur, maar ook om de vrije sector en om koopwoningen. Alleen Limburg bouwt minder huizen, blijkt uit Corbijns onderzoek.
13.000 huizen bouwen
Corbijn heeft alleen naar de cijfers gekeken, niet naar een verklaring. „Toevallige omstandigheden kunnen ook een rol spelen, bijvoorbeeld als er net een hele wijk is gebouwd”, zegt hij. „We hebben dit onderzoek ook in 2021 en 2022 gedaan. Vorig jaar zat Drenthe in de middenmoot, het jaar ervoor was zij de op vier na laagste.”
Hoe dan ook liggen de doelstellingen in Drenthe lager dan elders. Eind vorig jaar spraken de provincie en de Drentse gemeenten met minister Hugo de Jonge (CDA, Volkshuisvesting) af dat er in Drenthe tot 2030 13.000 huizen bij komen. De landelijke doelstelling bedraagt 900.000 huizen.
Uppelschoten: „Het is mij echter niet duidelijk waarop dat aantal van 13.000 is gebaseerd. En het is toch belangrijk om te weten in hoeverre het iets oplost als we dit aantal gaan bouwen.’’